Kunstenaar van de eeuw beeldende kunst

Volgens de advertentie gaat de voorverkoop al in januari van start, en dus is de lezer van De Groene die in maart een bezoek dacht te gaan brengen aan de Kunsthal om de overzichtstentoonstelling van de ‘kunstenaar van de eeuw’ te bezoeken, gewaarschuwd.

Dat wordt weer in de rij staan tussen busladingen quasi-vrijwillig kunstkijkende bejaarden, schuifelen door een doolhof van educatieve panelen - onder deskundige begeleiding - in het stapvoetse ritme van verenigde huisvrouwen en proberen langs de borrelglazen en de bitterballen van relaties van de sponsors een glimp op te vangen van waar het allemaal om begonnen is: het oeuvre van de Catalaanse krachtpatser Pablo Ruiz Picasso, en op die wijze zijn beroemdste aforisme ‘Ik zoek niet, ik vind’ onder de meest weerspannige omstandigheden op zijn houdbaarheidsdatum testen. Er zal ongetwijfeld veel te zoeken zijn op deze tentoonstelling, maar of het ook gevonden gaat worden tussen de mensenmassa’s die vermoedelijk in hun bezoektijd gelimiteerd zullen zijn om voor een soepeler doorstroming te zorgen, is zeer de vraag. Dit soort megatentoonstellingen trekt hetzelfde soort bezoekers dat de Kerk eind december voor de nachtmis over de vloer krijgt. Ongelovigen die, omdat het nu eenmaal de tijd van het jaar is, toch wel even de sfeer willen opsnuiven. Je kunt ze, als kerkvorst of museumdirecteur, op morele danwel financiële gronden niet weigeren. Gelukkig voor ons heeft de krachtpatser niet alleen veel móói werk gemaakt, hij heeft ook véél gemaakt. En het overgrote deel van dat moois zal ook in maart buiten Rotterdam te zien zijn. Wie dus in alle rust van het werk van de kunstenaar van de eeuw wil genieten, dient zijn airmiles in de strijd te gooien en een luchtvervuilende culturele vlucht te maken naar bijvoorbeeld Barcelona. Daar, in de Carrer de Montcada nummer 15, schuin tegenover het Museum voor pre-Columbiaanse Kunst (dat een vrij magere tentoonstelling in acht zaaltjes biedt, zeker als je het afzet tegen de schitterende collectie van zesduizend stuks die ze zeggen bij elkaar te hebben geroofd), achter een bijna verborgen ingang, bevindt zich het onverwacht grote en prachtig ingerichte Museu Picasso. Hier zien we in ruim veertig zalen het overdonderende zelfportret van een man die als geen ander in zijn oeuvre een groot deel van de westerse kunstgeschiedenis incorporeerde, en daarmee mede verantwoordelijk was voor een van de hardnekkigste clichés uit de moderne kunst. Naast de vaste collectie toont het museum een bijzondere tentoonstelling over het grafische werk van Picasso. In tien zalen wordt een twintigtal etsen van hem tentoongesteld. Bijzonder is dat niet alleen het eindproduct, maar ook alle tussenstappen worden getoond. Een etser is immers een halfblinde kunstenaar. De koperplaat waarop hij werkt wordt tussentijds afgedrukt om de vorderingen van het werk te kunnen zien en Picasso maakte soms wel 40 staten van een ets. In chronologische volgorde zijn ze als een animatiefilm te bekijken. Indrukwekkend is bovenal de virtuositeit van Picasso. De stappen volgend zie je een bijna duivelse beheersing van het materiaal. Je ziet, stap voor stap, een alchemist aan het werk. De voorstelling lijkt dan nog slechts een vehikel voor puur chemische virtuositeit. Mooi is ook dat er naast de afdrukken ook een aantal etsplaten zijn tentoongesteld. Een andere onverwachte bonus van een bezoek aan het Museu Picasso is dat de bezoeker met zijn toegangsbewijs zo vaak als hij wil naar binnen en buiten kan lopen. En dat is niet alleen sympathiek, het is zelfs gewenst. Het loont zich om na een eerste rondgang de indrukken op een terras te laten bezinken om vervolgens nog eens naar de favoriete werken te gaan kijken. Het zijdeachtige portret van Dora Maar uit 1937 bijvoorbeeld. Dat is het soort aandacht dat de kunstenaar van de eeuw verdient. Handel in de geest van de Alchemist van de Eeuw en tover uw airmiles om in kerosine. En mijdt in maart de Kunsthal!