Kunstenaars aan de dijk

IN het noorden schurken veenweidegebied en droogmakerijen tegen elkaar aan, in het westen glooien duinen en glinsteren strandvlakten; loom vloeien oude veenstromen en rivieren in het zuiden, terwijl in het oosten de golven langs wallen en dijken striemen.

Dit is het meest krijgszuchtige landschap van Nederland, want het herbergt de Stelling van Amsterdam, zo tussen 1880 en 1920 aangelegd als Nationaal Reduit, het laatste bolwerk van het Nederlandse leger als de grenzen onder de voet zijn gelopen en de Nieuwe Hollandse Waterlinie is bezweken. Van Purmerend tot Uithoorn en van IJmuiden tot Pampus strekt zich de in omvang langste stadsverdedigingsgordel van Europa uit. Als architectonische bijzonderheid geldt dat de forten bij de twee eerstgenoemde plaatsen in 1910 mede zijn ontworpen door Dudok, toen werkzaam bij de genie.
Vorig jaar nog gaf de ANWB een fietsroute uit langs de 135 kilometer lange stelling, omdat deze ‘een oase van rust en ook een ecologisch uniek en onaangetast gebied vormt’. Nu denkt u wellicht dat de natuur langzamerhand de verlaten forten en mitrailleursnesten heeft overwoekerd en de ruineuze resten slechts met een door archeologische interesse scherpgesteld oog zijn te ontdekken. De betonnen vestingwerken zijn echter vrijwel allemaal wonderlijk goed bewaard gebleven. Maar ze vallen de passant nauwelijks op omdat ze integraal deel uitmaken van het omringende landschap, dat wel degelijk aan de Stelling is aangepast door de aanleg van grachten en sluizen.
De verdedigingswerken ogen tamelijk vredig omdat er naar Hollands gebruik is gekozen voor goedkoop en ruim voorhanden zijnd materiaal als aarde en water. In het noordelijk gedeelte onderscheidt de Stelling zich slechts van het eeuwenoude dijkenpatroon door een dichte begroeiing in een voor het overige open landschap. In het zuidelijk deel zijn liniedijken aangelegd die de bestaande kavels doorsnijden en dus duidelijker het karakter van het landschap bepalen - wat de talloze schapen overigens niet in het minst lijkt te storen.
Ingrijpender is wat dat betreft de beeldende-kunstmanifestatie Doorbroken lijn, waarmee de gemeente Haarlemmermeer zich cultureel hoopt te manifesteren door elf kunstenaars aan de dijk te zetten met de opdracht 'vanuit de eigen thematiek op het historisch en landschappelijk gegeven van de negentiende-eeuwse geniedijk te reageren’. Zo ruim genomen is die opzet wel geslaagd, hoewel het resultaat toch overwegend slap is te noemen. Dit soort lokale openluchtexposities bezet elke zomer grote delen van Neerlands landschapsschoon maar zijn er zelden een verrijking van.
Ook hier trekt de vaste typologie van sculptuur en installaties aan het oog voorbij: het minimalige object van akelig roestend Corten-staal, de installatie van gevulde zakken, een glad afgewerkt high-tech kunstwerk dat een dialoog aangaat met de omgeving en iets met riet of wilgetenen dat de natuur juist als het ware voortzet.
De objecten zijn zo ver uit elkaar geplaatst dat ze in ieder geval niet met elkaar communiceren en dat is erg gunstig, omdat rust en vrede in het martiale landschap zo niet worden aangetast.
Een verhelderende vergelijking dringt zich op met de tentoonstelling Ik en de Ander in de Beurs van Berlage. Wat gepresenteerd wordt als de ultieme vredelievende tentoonstelling waar de menselijke waardigheid centraal staat (een loffelijk streven, daar niet van, maar het reduceert de kunstwerken wel tot hun maatschappelijke mededeelzaamheid), resulteert door de doelgerichte moderne mediatechnieken in een onrustig, lawaaiig en tamelijk agressief geheel. Vooral het de hele expositie overheersende geluid van opstijgende vliegtuigen geeft, samen met militante computerspelletjes en video’s vol akeligheden tegen een hagelwitte, chirurgische achtergrond, de indruk van precisiebombardementen in het gehavende achterland van een stadsguerrilla.
Kunst blijkt vooral nodig om ergens de aandacht op te vestigen, wat door de overmatige blootstelling niet langer aan de media kan worden overgelaten. Op de waardigheid van de mens, die door oorlog, ziekte en maatschappelijke ontwikkelingen als genetische manipulatie onder druk is komen te staan. En op het Noordhollandse landschap dat zo een is geworden met de geschiedenis, dat krijgshaftig beton en grazige weiden nauwelijks meer van elkaar zijn te onderscheiden. Een Babylon voor de vrede en een Arcadie voor de oorlog.