De rest bleef in de bijstand’ maar nu werden alle inkomsten met de uitkering verrekend’ de vergoeding voor beroepskosten verdween en wie na zes maanden niet in het eigen onderhoud kon voorzien’ moest zich omscholen.
Belangenorganisaties van kunstenaars kwamen toen met een eigen voorstel: geef alle professionele kunstenaars die in de bijstand zitten, een basisbeurs van 75 procent van een bijstandsuitkering en de mogelijkheid om ongehinderd bij te verdienen tot het niveau van het minimumloon. Dat plan ging uit van een gemengde beroepsbeoefening: niet helemaal - of soms helemaal niet - kunstenaar zijn’ en stimuleert het zoeken van eigen verdiensten. Dat voorstel is om drie redenen interessant: cultuurpolitiek’ omdat een groot deel van het kunstaanbod behouden blijft’ maatschappelijk’ omdat kunstenaars niet langer in de bijstand zitten’ en vanuit een oogpunt van vernieuwing van de sociale zekerheid omdat zich hier een mogelijkheid aandient om gericht en op bescheiden schaal te experimenteren met een basisinkomen.
Inmiddels heeft het kabinet een nieuwe Wet Inkomensvoorziening Kunstenaars (Wik) aangekondigd. Staatssecretaris Nuis (Kunstenaars) en minister Melkert (Inkomensvoorziening) stellen voor kunstenaars een uitkering van zestig procent van de huidige bijstand te geven voor een periode van maximaal vier jaar.
Bijverdienen mag tot aan het niveau van een volledige bijstandsuitkering. Blijkt na vier jaar dat men als kunstenaar niet voldoende verdient om uit de bijstand te raken’ dan volgen omscholing’ banenpool’ Melkert-baan’ verplicht vrijwilligerswerk en wat dies meer zij.
Deze nieuwste Haagse trouvaille zal volkomen mislukken. Het mensbeeld van Sociale Zaken moet wel geweldig verknipt zijn. Welke bijstandgerechtigde kiest bij z'n volle verstand voor een uitkering van zestig procent om er de rest bij te moeten verdienen’ terwijl z'n buurman de volle mep krijgt? O zeker, de kunstenaars zullen uit de bijstand verdwijnen. Of zou men echt denken dat er nog één te vinden is die zich vanwege beroepstrots of anderszins gebrekkig ontwikkeld calculerend bewustzijn onder zijn werkelijke beroep bij de sociale dienst meldt? En die beperking van de basisbeurs tot vier jaar is natuurlijk te kort om als beginnend kunstenaar voldoende naam te maken of om ervaring op te doen met een andere opzet van de sociale zekerheid.
Rationeel is deze regeling alleen als het ministerie inmiddels de doelstelling heeft om regelingen te bedenken die zoveel mogelijk fraude uitlokken.