Kunstenaars in de ban van de theosofie

Marty Bax
Het web der schepping: Theosofie en kunst in Nederland. Van Lauweriks tot Mondriaan
SUN, 607 blz., 39,50

Dat Piet Mondriaan in zijn vroege werk, kort voor de Eerste Wereldoorlog, beïnvloed was door de theosofie van madame Blavatsky valt door zelfs de meest rationalistische of atheïstische kunsthistoricus niet te ontkennen. Maar wanneer het gaat om zijn latere, abstracte werk, stellen veel historici en critici dat Mondriaan een rasschilder was, die onderzoek deed naar de picturale mogelijkheden van beeldelementen als kleur, lijn en vlak. Dit zou hebben geresulteerd in een rationeel soort formalisme.
Tegenover deze «ongelovigen» staan de «gelovigen», waartoe ook overduidelijk Marty Bax behoort. In dit monumentale proefschrift tracht zij aan te tonen dat er bij Piet Mondriaan zijn leven lang sprake was van een verband tussen zijn beeldende werk, zijn theoretische geschriften en zijn theosofische opvattingen.

Ze gaat niet alleen uitgebreid in op Mondriaans ontwikkeling, maar plaatst deze tevens binnen een veel ruimere context. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw bleken namelijk veel Nederlandse kunstenaars, architecten en intellectuelen beïnvloed te zijn door theosofische denkbeelden. Zo besteedt Bax ruime aandacht aan Herman Heijenbrock, die toch vooral bekendstaat als schilder van het meest moderne en prozaïsche onderwerp dat men zich kan denken: de industrie. Heijenbrock combineerde, zoals zoveel kunstenaars en intellectuelen aan het einde van de negentiende eeuw, een mystieke natuurbeleving met een grote belangstelling voor de wetenschap.

De theosofie, die in zijn christelijke variant al minstens vijf eeuwen oud is, wordt door buitenstaanders vaak afgedaan als vage zweverigheid en occulte flauwekul. Vanuit dat perspectief is het opmerkelijk dat veel Nederlandse theosofen sterk waren beïnvloed door Spinoza. Tegenwoordig wordt deze filosoof immers vaak gezien als belangrijke, of zelfs belangrijkste, wegbereider van de Verlichting. Hoewel Bax’ weergave van Spinoza’s ideeën weinig recht doet aan deze, zeg maar «harde» kant van diens denken is het nu eenmaal zo dat hij in de negentiende eeuw vooral werd gezien als een idealistisch, zelfs mystiek denker.

Voor wie geïnteresseerd is in het artistieke en intellectuele milieu tussen 1850 en 1920 vormt het boek van Bax een ware Fundgrube. Ook indien men geen enkele affiniteit met de theosofie heeft, is het interessant om zich te verdiepen in de denkwereld van kunstenaars die wel gegrepen waren door deze ideeën. Het werk van Mondriaan, Berlage, De Bazel, Heijenbrock en anderen wortelde immers niet alleen in de tradities van hun respectieve disciplines, maar werd tevens beïnvloed door het geestelijke klimaat van die dagen.