Kunstkazemat

Charlotte van Pallandt. Museum Beelden aan Zee, Scheveningen. Nog tot 22 oktober.
Ze heeft de abstracte kunst zien komen en vrijwel weer zien gaan. Ze heeft het tijdperk van zwarte vierkanten, ready-mades, monochromen en pop-art overleefd. Dat wat Ortega y Gasset de ‘dehumanisering van de kunst’ heeft genoemd, liet ze achteloos aan zich voorbijgaan. Een heel tijdperk van misantropie, ze werd er nauwelijks door afgeleid. Ze bleef beelden maken van mensen, zoals er altijd beelden van mensen zijn gemaakt. Haat tegen het lichaam heeft haar gemoed nooit bezwaard.

Ze werd geboren voor de publikatie van Die Traumdeutung. De mens beschikte nog over zijn volle geestelijke vermogens. Dat er een innerlijk bestond dat buiten onze macht lag, was theoretisch onbestaanbaar. Een eeuw later zijn we blij als we kunnen vaststellen wanneer er in ieder geval nog iets binnen onze macht ligt. De mens werd uit het centrum verdreven. Maar haar deerde het niet. Decennium na decennium maakte ze portretten, beelden van zelfbewuste mensen, figuurstudies waarin de schoonheid van het menselijk lichaam altijd overeind bleef. Brancusi, Zadkine, Perlmuter, het zal haar weinig gezegd hebben. Misschien heeft ze de laatste honderd jaar wel helemaal over het hoofd gezien.
Charlotte van Pallandt, binnenkort aan haar eerste eeuw toe, is op haar plaats in het nieuwe museum Beelden aan Zee in Scheveningen. Haar werk getuigt van een ongebroken geloof in de menselijke figuratie. Zelfs in de beelden uit de jaren tachtig, met hun ruige en onregelmatige oppervlak, is meer de ouderdom als onlosmakelijk en waardevol deel van een volwaardig leven dan mismaaktheid en mismoedigheid in het geding. Een beeldhouwster met een mensbeeld dat zo onverwoestbaar is als zijzelf.
Ik moet toegeven dat het mij een raadsel is hoe een kunstenaar zich van alle avant-gardes vrijwel afzijdig heeft kunnen houden. De geschiedenis is wel in de werken terug te zien, maar niet als onderwerp. Hoogstens in een aantal stilistische elementen die Van Pallandt van anderen heeft overgenomen. Inhoudelijk is dit werk van alle tijden.
Dat is ook het selectiecriterium van de collectie Scholten-Miltenburg, die in het museum te zien is. Niet alleen deze stichters blijven onverkort de eeuwigheid trouw, ook de kunstenaars van wie zij in de loop der jaren werk hebben aangekocht. Geen enkel werk gaat over ‘het einde van de mens’. Integendeel, er is nauwelijks een spoortje van twijfel te zien. Werkelijk prachtige beelden zijn erbij, maar ik moet toegeven dat ik ze in hun tijd eigenlijk niet begrijp.
En dan het gebouw waar dit nu te zien is. Een nieuw museum van Wim Quist, die met zijn uitbreiding van het Kroller-Muller museum voor velen een standaard in Nederland heeft gevestigd. Passender dan voor deze collectie kan dit gebouw niet zijn. Zelden was architectuur zo abstract en tegelijk zo'n goede uitdrukking van haar functie. Te midden van het stedelijke brevet van onvermogen dat Scheveningen heet, staat een archaische verschijning, een ondergrondse vrijplaats voor hogere sferen. Opgebouwd uit elementaire geometrische vormen, gemaakt uit goudeerlijk beton, ligt dit museum als een aangename afwijking te midden van de Veronica-promotieteams met hun patatjes oorlog. Dit gebouw is ontegenzeggelijk bedoeld als een zuivere klank in het tumult van het beach-volleybal.
Hoogtepunt van de rondgang door het museum is de centraal gelegen zeezaal. Het uitzicht op de met surfplanken vergeven voorgrond van de horizon wordt weggenomen door de duinrand. De blik raakt slechts ongeschonden verten. Een zuivere, lege zee onder een altijd wisselend zwerk. En plotseling dringt het tot mij door. Dit museum is zo ongeevenaard trefzeker omdat het precies de sfeer oproept die voor haar functie nodig is. Het is een bunker, een kazemat voor de kunst. Het uitzicht is niet bedoeld om te veroveren, maar om waakzaam te kunnen zijn. Het mensbeeld, het lichaam, het kostbaar kleinood van de schepping, wordt hier bewaakt in de Atlantik Wall van Quist. O, wat haat ik de ironie van deze pointe.