Kunstnarren

Cultuurliefhebbers, opgelet. Aanstaande maandagavond allemaal klaarzitten voor de televisie. Dan wordt de finale uitgezonden van de NPS-Cultuurprijs. De grote vraag is natuurlijk niet wie van de negen overgebleven jonge kunstenaars deze prijs van een halve ton wint.

De kunstenaars zijn zo volstrekt onvergelijkbaar en de jurering zo volstrekt willekeurig dat niemand zich druk zal maken over wie er als ‘winnar’ uit de bus rolt. Er zijn heel wat belangrijker vragen. Bijvoorbeeld: wat draagt Maartje van Weegen bij deze gelegenheid? En tegen wie lacht ze het charmantst? En over welke kunst heeft ze nu weer geen mening, behalve dat ze het allemaal nogal grof vindt, op dit stukje na dat ze even zal voorlezen?
De vraag is ook hoe het nu verder moet met de jury, nu de spontaniteit van de eerste kennismaking eraf is. Negen afleveringen lang hebben de juryleden immers hun best gedaan om op die ingewikkelde kunst die hen werd voorgeschoteld zo stompzinnig mogelijk te reageren. Gooi gewoon je eerste associatie eruit, was blijkbaar een opdracht aan deze zogenaamde kunstkenners. 'Het is wel heel somber allemaal.’ Zeg hardop wat je ziet, niet te veel doordenken. 'Wel een grote tegenstelling zeg, zo'n frêle vrouwtje en dan zulke zware thema’s.’ Vraag vooral naar de autobiografische elementen in het werk, dat interesseert de mensen thuis. 'Is dat nou jouw eigen familie, waar je over schrijft?’
Er werd geen inzicht van deze juryleden geëist, geen visie op kunst, zelfs geen nieuwsgierigheid naar het werk dat zij moesten beoordelen. Nee, in dit prestigieuze cultuurprogramma, bedacht om onbekende kunstenaars publicitair en eventueel financieel te ondersteunen, draaide alles om snelheid. Snel presenteren en snel reageren, dat was het belangrijkste inhoudelijke uitgangspunt van deze cultuurtombola.
Niet dat er knopjes waren om zo snel mogelijk op te drukken, zoals bij de meeste spelletjes op de tv. Geen meedogenloze zoemers of irritant tikkende secondewijzers die het tempo bepaalden. In de studio van de NPS-Cultuurprijs heerste een eerbiedige stilte, die de schijn wekte dat het hier ging om diepere dingen dan de woordspelletjes van Lingo.
Tegelijkertijd moest de televisieboodschap worden uitgedragen dat iedereen kunst kan bekijken en beoordelen. En dat iedere willekeurige kijker op de stoel van de jury had kunnen zitten. Daarom mochten de juryleden vooral geen voorkennis hebben. De kijkers thuis moesten evenveel informatie hebben als de juryleden in de studio. Die informatie werd ter plekke gegeven door een soort artistieke vaderfiguur die het kunstenaarskind moest verdedigen. Daarnaast kregen de jonge kunstenaars vijf minuten om hun eigen werk te presenteren. Maar ook hier mochten ze eigenlijk niet hun eigen verhaal doen. Die vijf minuten kregen de vorm van een filmpje dat door de NPS werd gemaakt of vrijpostig ingekort, zoals gebeurde bij het filmpje van computervormgeefster Debra Solomon. De jury mocht niet mee naar het atelier of naar een voorstelling. Er mocht geen sculptuur worden meegsleept naar de tv-studio - lang leve de camera die iedere fysieke inspanning overbodig maakt. (Hanneke Groenteman had alle voorstellingen van het Theaterfestival ook uitstekend kunnen volgen per video. 'Veel beter dan in het theater’, riep ze uitdagend in De Plantage. Geen wonder dat Marcel Musters van Mug met de Gouden Tand van haar een beetje moest dimmen bij het acteren. Hij kwam anders zo slecht over op de video.)
'Mag je ze eigenlijk wel aanraken?’ was het kritische commentaar van een van de juryleden op de filmbeelden van de zware, keramische schelpenbeelden van Wietske van Leeuwen. En: 'Waarom maak je ze eigenlijk niet geschikt voor massaproduktie?’ Alweer een kunstenaar niet licht genoeg bevonden om gefiguurzaagd in het NPS-decor te staan.