Kurt cobain

Sinds hij zich een jaar geleden het leven benam, is de Amerikaanse rockster Kurt Cobain uitgegroeid tot het symbool van de lijdende Prozac-generatie. Is de rock-cultuur gelijk met hem begraven? Een profiel van de heiland der hopeloosheid.
HET VERGRIJZINGSVRAAGSTUK heeft in de rock, dat laatste bastion in de westerse cultuur van zwarte romantiek, doodsdrift en Sturm und Drang, altijd al voor levensgrote problemen gezorgd. Vergelijk Elvis Presley’s ‘Heartbreak’s so lonely you can die’ met The Who’s ‘Hope I die before I get old’ en je hebt de bloedrode draad die door vier decennia rock ‘n’ roll loopt al aardig te pakken. Behalve dan misschien in de laatromantische, decadente poeziescholen van Frankrijk, Duitsland en Engeland in de tweede helft van de vorige eeuw is er nooit zoveel gewicht gelegd in de schaal van snelle zelfverbranding als in de rock. Nergens is het nietzscheaanse credo van kort en gevaarlijk leven zo uitbundig beleden, en het godenpantheon van de rock is dan ook afgeladen met jong gestorven helden en heldinnen, van de alle drie op 27-jarige leeftijd aan drank en drugs bezweken Janis Joplin, Jimi Hendrix en Jim Morrisson tot een door moordenaarshand getroffen John Lennon of door ziekte weggevaagde Bob Marley.

Doodsdreiging, verval en andersoortige doem horen bij rock als bepoederde wangen en pruiken bij operette. Het is een deel van de aantrekkingskracht, een soort finale louteringscultus zoals die ook voor katholieke heiligen geldt. In de klassieke opvatting van de rock kunnen leven en werk niet van elkaar worden gescheiden, zijn het elkaar completerende zaken, en naarmate de rock-ster ouder wordt, begint het spanningsveld tussen droom en werkelijkheid zich in de regel dan ook verschrikkelijk te wreken. De rock-ster die in de beurt van de vut begint te komen - een triest fenomeen waarvan we nog maar de eerste generatie voorbij hebben zien trekken - komt steevast voor gecompliceerde keuzes te staan. Of het leven moet alsnog ten volle worden omarmd, wat altijd ten koste gaat van geloofwaardigheid en faam, want niets is zo pijnlijk voor de devote fan als om zijn vroegere idool te zien transformeren van alles verzakende prins van de nacht tot oer-tevreden huisvader. Of er moet worden gewerkt met halfslachtige compromissen. Zie voor de laatste mogelijkheid Stones-gitarist Keith Richards, die zich volgens zijn biograaf Victor Bockris regelmatig als een rock ‘n’ roll-vampier naar een peperdure kliniek in de Zwitserse Alpen liet transporteren voor een totale transfusie van zijn bloed.
KURT COBAIN, zanger-gitarist van het vanuit het Amerikaanse Seattle opererende trio Nirvana, besloot deze ontwikkelingen niet af te wachten. Op de magische leeftijd van 27 besloot hij dinsdag 5 april 1994 a la Hemingway afscheid te nemen van de wereld: met de loop van een jachtgeweer in de mond maakte de koning van de grunge er in de garage van zijn huis in Seattle een einde aan.
Uit zijn afscheidsbrief, een paar dagen later voor een treurend gehoor van fans voorgelezen door zijn weduwe Courtney Love, bleek dat de zelfmoord niet bepaald impulsief tot stand gekomen was. Cobain had er al lange tijd genoeg van, zoals ook al was gebleken uit de oorspronkelijke titel van de laatste cd die de groep fabriceerde: I Hate Myself and I Want to Die. Fysieke en artistieke uitputting, deels veroorzaakt door een niet aflatende consumptie van heroine, lithium en valium, hadden het idool van de Amerikaanse buitenwijken tot zelfmoord gedreven.
'De spanning van muziek maken en daarbij echt iets te schrijven heb ik nu al zoveel jaren niet meer gevoeld’, aldus Cobain in zijn afscheidsbrief. 'De schuld die ik daarover voel is niet in woorden uit te drukken. Bijvoorbeeld, als we het toneel opkomen, de lichten uitgaan en het publiek begint te brullen, dan heeft dat niet hetzelfde effect op mij als het had op Freddie Mercury, die genoot van de liefde en de adoratie van het publiek. Dat is iets wat ik bewonder en waar ik jaloers op ben, maar het feit is dat ik mezelf niet voor de gek kan houden, jullie niet voor de gek kan houden. Het is gewoon niet eerlijk tegenover mezelf en jullie. De ergste misdaad die ik mezelf kan voorstellen is mensen voor de gek houden, net te doen alsof ik honderd procent plezier heb. Soms heb ik het gevoel dat ik een kaart in de prikklok moet stoppen voor ik het toneel opga. Ik heb ontzettend mijn best gedaan om het leuk te vinden en ik vind het ook leuk, Godbewaarme, dat is zo. Maar het is niet genoeg. Ik vind het fijn dat ik, en wij, zoveel mensen hebben beinvloed en geamuseerd. Ik zal wel een van die narcisten zijn die dingen alleen kunnen waarderen als ze in hun eentje zijn. Ik ben te gevoelig. Ik moet een beetje verdoofd zijn om dat enthousiasme te hebben dat ik als kind had. We hebben allemaal iets van het goede in onszelf, en ik hou gewoon te veel van mensen. Zo veel dat ik me er klote door voel. Treurig, klein, gevoelig, ondankbaar, Pisces, Jezus. Ik dank jullie vanuit het diepst van mijn pijnlijke, brandende maag voor al jullie brieven en steun. Ik ben te grillig, te veel aan stemmingen onderhevig en ik voel gewoon geen passie meer.’
Aan het eind van zijn brief citeerde Cobain een tekst van het seventies-rockidool Neil Young: 'It’s better to burn out than to fade away.’ Daarna moet hij de trekker hebben overgehaald. Het Young-citaat was niet bepaald van rock-geschiedenis gespeend. Young had in het verleden vanwege deze tekst hevige reprimandes gekregen van John Lennon, die het een nogal demonische boodschap voor de jeugd vond. Dat Cobain uitgerekend terugviel op dat citaat zou als een postuum gelijk voor Lennons oordeel kunnen worden opgevat. Young zelf loopt echter al tegen de vijftig, de haardos al redelijk vervaagd maar creatief nog steeds niet opgebrand: gezien zijn hele werk moet het vervaarlijke statement vooral als ironie worden gezien.
EN VAN DAT LAATSTE had Kurt Cobain helaas bitter weinig meegekregen. Zijn humor kwam uit andere regionen, getuige songs als 'Rape me’ en 'Smells Like Teen Spirit’ (met als sleutelzin: 'I feel stupid and contagious/ Here we are now, entertain us’), terwijl regels als 'Will you eat my cancer when it turns black’ (van de cd In Utero) of 'I am my own parasite, I don’t need no host to live’ ook al aangeven dat levensvreugde niet tot de eerste prioriteiten behoorde van dit jeugdidool.
Het is die stelselmatige afwijzing van het leven die Cobains zaliger nagedachtenis een van de belangrijkste gevallen heeft gemaakt in de sociologie van de hedendaagse jeugd. Vroegere jonggestorvenen van de rock kwamen tenminste aan hun eind op grond van een nauwelijks te kanaliseren hedonisme en zin voor het Hogere, zoals de Prometheus-achtige figuur van Jim Morrisson, maar bij Cobain lijken puur negatieve emoties als afwijzing en non-communicatie de belangrijkste drijfveren. Vandaar dat Cobain in de regel wordt geanalyseerd als een soort apocalyptische figuur, die het einde van heel wat zaken zou belichamen. Niet in de laatste plaats het einde van de rock, ooit begonnen als een uit de kluisters van een benepen moraal bevrijdende cultus voor de blanke jeugd van het naoorlogse Amerika, maar gaandeweg zo aan zeggingskracht en betekenis ingeboet dat iedereen het spoor bijster is geraakt.
Anderen zien Cobains zelfmoord eerder als een teken van het grote lijden van de hedendaagse Amerikaanse jeugd, die de grote hippiedroom met de paplepel ingegoten kreeg, maar uiteindelijk met lege handen kwam te staan. Zo citeert Elizabeth Wurtzel in haar pamflet van de depressieve generatie Prozac Nation met instemming Cobains 'I hate myself and I want to die’. Alleen een onverbeterlijke optimist als Jan Pronk ziet nog iets positiefs aan het leven en lijden van Kurt Cobain: in zijn essay over de toekomst van de sociaal-democratie in De Groene Amsterdammer van 15 februari 1995 hield de minister de PvdA zelfs de levenshouding van Cobain als lichtend voorbeeld voor: 'Ga alleen door als je zeker weet dat er hoop is, als je zeker weet dat het allemaal echt is, als je nog passie kan opbrengen.’
Zo wordt het persoonlijke drama van een even getormenteerde als getalenteerde muzikant voor een ieder afzonderlijk voor prive-doeleinden gemonopoliseerd. Geheel in de traditie van de rock-weduwe doet ook Cobains echtgenote regelmatig een duit in dat zakje. Op het graf van haar echtgenoot heeft zij inmiddels de basis van een eigen rock 'n’ roll-carriere gelegd, zoals voor haar Yoko Ono. Sommige dingen veranderen gelukkig nooit.