19 september 1912 - 17 september 2011

Kurt Sanderling

Zo kalm als Kurt Sanderling uit het leven gleed, zo turbulent was zijn bestaan. Volgens de Duitse traditie stelde de dirigent letter en geest van de partituur boven de waan van de dag.

NIEMAND DACHT aan zijn leeftijd toen een kaarsrechte Kurt Sanderling in november 1996 het Koninklijk Concertgebouworkest inspireerde tot een vorstelijk gedegen uitvoering van Bruckners Derde symfonie. Rots in de branding. En hij was wel degelijk 84.
Hoewel dirigenten vaker oeroud worden, waren zijn jaren Sanderling nooit aan te zien. Hij was in een absolute leeftijd van iets boven de zestig blijven steken, als het ouderwetse hbs-type dat alle modes overleeft, wat in zijn geval wel aardig klopte. Bij orkesten genoot hij een groot, vanzelfsprekend gezag door zijn vakkennis en de gloedvolle evenwichtigheid van zijn vertolkingen.
Nu is de onverwoestbare toch dood. Zaterdag overleed Kurt Sanderling pal voor zijn 99ste verjaardag in Berlijn, mirabele dictu nauwelijks tien jaar dirigent in ruste. In 2001 annuleerde hij te elfder ure wat zijn zwanenzang bij het Concertgebouworkest zou zijn geweest, een van de hangouts waar hij als een oude huisvriend werd gekoesterd sinds hij er in januari 1977 op pensioengerechtigde leeftijd debuteerde. In mei 2002 gaf hij in Berlijn zijn laatste concert, vastbesloten niet te verkommeren als grote voorgangers die hun houdbaarheidsdatum uit ijdelheid ver overschreden. Wie op zijn negentigste met zo'n gerust geweten zo'n besluit kan nemen heeft iets goed gedaan.
In het jaar van zijn afscheid verschenen Sanderlings memoires met een titel die niet beter had gekund: Andere machen Geschichte, ich machte Musik. Hij leefde in reservetijd nog kort maar gelukkig, zonder de muziek vaarwel te zeggen. Thuis bestudeerde de hoogbejaarde onverkort bekende en onbekende partituren, die hem onder veel meer tot de conclusie brachten dat hij ver verwijderd was gebleven van zijn ideale Beethoven. Af en toe gaf hij een interview. Zijn ondervragers zullen aan zijn lippen hebben gehangen. Weinig musici zullen een eeuw geschiedenis aan beide zijden van het IJzeren Gordijn zo intensief hebben beleefd als hij.
Kurt Sanderling werd in september 1912 geboren in het destijds Pruisische Arys, nu Orzysz in Polen. Van 1931 tot Hitlers Machtübernahme, die hem als jood zijn baan kostte, deed hij opera-ervaring op als repetitor van de Berliner Staatsoper, omringd door de grote dirigenten van zijn tijd. De man die tot in het internettijdperk spic en span voor toporkesten stond, opereerde als vroege twintiger onder de vleugels van Wilhelm Furtwängler, Carlos Kleiber en Otto Klemperer. Hij verliet Duitsland niet onmiddellijk. Pas toen hij in de zomer van 1935 op vakantie in de Dolomieten hoorde dat zijn familieleden werden ausgebürgert, begreep hij dat er geen weg terug was. Een in Moskou werkzame oom bood aan een sovjetvisum voor hem te arrangeren. Tegelijk nodigde Arthur Bodansky, chef van de Metropolitan Opera, hem uit als repetitor naar New York te komen. Omdat hij de voor de VS vereiste reisbescheiden kon vergeten werd het Moskou, tot genoegen. ‘In Amerika was ik misschien altijd repetitor gebleven. In Amerika moest je iemand zijn, terwijl in de Sovjet-Unie de kansen voor het oprapen lagen.’
Dat bleek. Sanderling werd bij het radio-orkest van Moskou assistent van Georges Sebastian, die voor een cyclus Mozart-opera’s in Moskou wel een Duitse rechterhand kon gebruiken in een land waar Mozart voor de doorsnee musicus een boek met zeven zegels was. Binnen de kortste keren debuteerde Sanderling met Die Entführung aus dem Serail. Sindsdien zat hem, hoe tragikomisch, alles mee in een land waar alles tegenzat: een oorlog, honger, despotisme. Tot 1942 was hij chef-dirigent in Charkov. Daarna vertrok hij naar Leningrad, waar hij in de schaduw van de Russische Übermaestro Jevgeni Mrawinski tweede man werd bij de fameuze Filharmonie, een van de grote orkesten van de wereld. Met Mrawinski was het evenzeer haat-liefde als met Rusland. In zijn sovjettijd werd Sanderling getuige van de grote culturele drama’s onder Stalin. De gevolgen van de officiële hetze tegen Sjostakovitsj, Prokofjev en andere beschimpte 'formalisten’ in 1948 maakte hij als persoonlijke vriend van Sjostakovitsj van nabij mee. Sanderling was de eerste dirigent die Sjostakovitsj na zijn afschuwelijke afstraffing van staatswege rehabiliteerde met een uitvoering van diens Vijfde symfonie in Moskou. De tragiek van zijn geroemde Sjostakovitsj-vertolkingen kwam uit de eerste hand.
In 1960 keerde Sanderling terug naar de rode helft van zijn voormalige vaderland. In de DDR werd hij benoemd tot chef-dirigent van het Berliner Sinfonie-Orchester, volgens een oud, door hem ontkracht verhaal belast met de missie het ensemble te dresseren tot het Oost-Berlijnse antwoord op Karajans Berliner Philharmoniker. In de DDR was hij van 1964 tot 1967 daarnaast chef-dirigent van de Staatskapelle Dresden.
Met al zijn prachtige papieren bleef een van de grote Duitse dirigenten van de twintigste eeuw tot na de pensioengerechtigde leeftijd het vrijwel exclusieve privilege van een Oostblok-publiek. Pas daarna leerden de muziekmetropolen in West-Europa, Engeland, Japan en de Verenigde Staten hem nader kennen, hoewel hij uit principe geen vaste verbintenissen meer aanvaardde. Met het Philharmonia Orchestra, waar hij in 1970 debuteerde, ontwikkelde hij niettemin een intensieve werkrelatie, die rond 1980 culmineerde in een digitale opname van Beethovens complete symfonieën.
Het blijft een interessante vraag hoe het Sanderling in de VS was vergaan. Hij zou meer platen hebben opgenomen. Hij zou meer roem hebben vergaard. Misschien had hij het gebracht tot chef in Boston of New York. Anderzijds hebben de Berliner Philharmoniker, het Los Angeles Philharmonic en al die andere toporkesten zijn nadagen lang genoeg mogen smaken om te beseffen dat er naast hun postmoderne maestrohysterie zoiets bestond als een Duitse traditie die letter en geest van de partituur boven de waan van de dag stelde. Groot man.