Film - Belgica

Kus m’n kloten

Het mooiste aan Belgica, de nieuwe film van Felix van Groeningen, is de subtiliteit van het maatschappijcommentaar. Hier hebben we een naar-de-klotefilm bij uitstek, een verhaal waarin de mensen feesten totdat ze erbij neervallen, waarin ze geen enkel uitzicht op de dag van morgen hebben.

Medium film

Zo is hun leven zonder dat ze het door hebben een reflectie van het bestaan anno nu, ook al refereert de titel aan de tijd van de Zeventien Provinciën toen de Lage Landen de Latijnse benaming ‘Belgica’ hadden.

In Van Groeningens film is Belgica de naam van een Gents rockcafé gerund door twee broers, Jo (Stef Aerts) en Frank (Tom Vermeir). Vanaf de eerste minuut is duidelijk dat voor beiden het hier en nu geldt: Frank heeft een vrouw en kind, maar hij leeft alleen voor de nachten van coke, drank en meiden; Jo, iets jonger dan Frank, kijkt er niet meer van op wanneer een of ander meisje de volgende ochtend naast hem wakker wordt. De droom voor de broers is kennelijk om dit leven eindeloos voort te zetten. Daarom breiden ze de kroeg uit met een poppodium waar allerlei vernieuwende acts te zien zijn.

Je neemt het hun niet kwalijk: daarbuiten is de wereld grijs, koud en vol modder, in de Belgica heeft het leven kleur. En Van Groeningen is verliefd op dit wereldje. Zijn camera deint mee met de feestende menigte; zijn licht is dat van het clair-obscur, iets meer Caravaggio dan Rembrandt, met kleuren die vol naar voren komen; zijn montage is confronterend, waarbij scènes nooit echt helemaal voltooid zijn en de uren en dagen dan voorbij vliegen zonder dat je het door hebt. En wat zijn de vrouwen verleidelijk in het bruine café, wat is de muziek opzwepend, wat is deze wereld sensueel.

Mensen uit alle lagen van de bevolking komen naar de Belgica. Alles kan, alles mag, maar anders dan in Ian Kerkhofs nihilistische jaren-negentigfilm Naar de klote! is het idee van de volledige vrijheid bij Van Groeningen essentieel, bijna alsof het om een ideologie gaat. Dat blijkt wanneer Jo en Frank onder druk komen te staan om de inkomsten van de Belgica omhoog te krikken. Ze schakelen een beveiligingsbedrijf in dat een nieuw toelatingsbeleid invoert. Voortaan wordt er bij de deur geselecteerd: wie zwart of Marokkaan is of wie er maar een beetje verslonsd uitziet, komt er niet meer in.

De politiek hiervan wordt slechts gesuggereerd: vluchtig komt in beeld hoe bewakers iemand met een ‘vreemd’ uiterlijk tegenhouden, gevolgd door een flitsend beeld van een hoogblond, dansend meisje. Zo verandert de Belgica van ‘uw favoriete oord van verderf’ (zoals Jo een act aankondigt) naar een plek waar angst wortel schiet.

Als Belgica een microkosmos van de echte samenleving vormt, dan is de vraag of deze personages een toekomst hebben. Dat hebben ze, laat Van Groeningen zien, ze hebben zelfs iets nobels in hun hedonistische streven naar vrijheid, ook al schreeuwen ze dingen als ‘Kus m’n kloten!’ (Frank).


Te zien vanaf 10 maart

Beeld: Belgica, met links Stef Aerts als Jo en midden Tom Vermeir als Frank (September Film Distribution)