Economie

Kut op dirk

Inmiddels is het Europese gestoethaspel over de hervorming van het financiële stelsel een nieuwe, surrealistische ronde ingegaan. Het gaat dan om banken die meer kapitaalbuffers moeten aanhouden, onderhandse derivaten die naar de beurs moeten, zwerf- en opkoopfondsen die meer openheid van zaken moeten geven en transacties die ter compensatie voor geleden schade en ter vertraging van ‘flitskapitaal’ moeten worden belast. Verder circuleert er nog wat strooigoed als een bankbelasting, opsplitsing van nuts- en gokbanken, meer coördinatie tussen toezichthouders en restrictievere vestigingseisen voor grote handelaren in eurocontracten.
Wie de crisis een beetje heeft gevolgd, weet dat eigenlijk maar één maatregel echt zoden aan de dijk zet. Dat is een forse verhoging van het eigen vermogen dat banken als buffer moeten aanhouden tegen waardedalingen van de activa op hun balans. Daarmee sla je vijf vliegen in een klap. Je maakt banken veiliger; je maakt banken saaier; je maakt banken minder winstgevend; je maakt banken minder aantrekkelijk voor hebberige mensen, en je maakt investeringen waar mensen wat aan hebben (infrastructuur, groene technologie, economische ontwikkeling elders) lucratiever dan Turbo’s, verpakte hypotheken, synthetische ETF’s of hoe die financiële onzin ook mag heten. En met fors bedoel ik dan een eigen vermogen van vijftien tot twintig procent van de balans en niet de slappe zeven procent die momenteel op tafel ligt.
De rest is bijzaak. Helaas hebben Europese politici een welhaast onuitroeibare neiging om bijzaken voor hoofdzaken te houden. Dat bleek voor het eerst in 2007 met de zogenaamde Richtlijn voor Alternatieve Vermogensbeheerders van de Europese Unie. In respons op een handjevol Anglo-Amerikaanse zwerf- en opkoopfondsen die het feestje van het old boys network kwamen verstieren, zijn tonnen aan politiek kapitaal verspild voor een richtlijn die helemaal niets doet aan de oorzaak van de crisis - banken die hun balansen expandeerden en hun vermogen uithongerden om hun winsten en bonussen te voeden - maar wel de gevestigde bedrijfselite de hand boven het hoofd houdt.
En we zien het nu weer met het gesteggel over die zogenaamde Financiële Transactie Belasting. Al decennia het troetelkind van progressief Europa steekt het na ieder financieel exces steevast de kop op als haarlemmerolie voor al uw financiële kwalen. In het plan dat nu voorligt gaat het om een belasting van 0,1 procent op ieder aandeel en iedere obligatie en van 0,01 procent op ieder derivaat. Toegepast op alle transacties in de Europese Unie zou dat 55 miljard euro per jaar moeten opleveren. Daarmee zouden de lidstaten zich schadeloos kunnen stellen voor de crisis en later de regionale ontwikkelingsfondsen kunnen worden vetgemest. Inmiddels maakt In Frankrijk zowel rechts als links goede sier met een spoedige introductie van dit radicale pronkstuk.
Onzin natuurlijk. Welk probleem moet deze oplossing precies uit de wereld helpen? Als ondergekapitaliseerde banken de oorzaak van de crisis zijn, slaat een transactiebelasting ongeveer als kut op dirk. Bovendien zijn beurzen langzamerhand de dinosauriërs van de financiële sector geworden. Wat buiten de beurs wordt verhandeld blijft buiten schot, maar is een factor vijftien groter. Belangrijker echter is dat dit een heffing is die sommige jurisdicties (veel) meer benadeelt dan andere. Zeventig procent van de verwachte opbrengsten zou worden geïnd in The City. En datzelfde geldt voor de gebruikers ervan. Veel pijn voor institutionele beleggers als pensioenfondsen, weinig voor de regionale banken die het Franse en Duitse bankenlandschap domineren.
Van oudsher zijn er namelijk twee soorten financiële centra. Centra die worden gedomineerd door markten en centra die worden gedomineerd door banken. Londen en Amsterdam, met hun hoogontwikkelde markten en hun omvangrijke clusters van brokers, beleggers, makelaars en hoeklieden, zijn historisch gezien centra van het eerste type. Pensioenfondsen zijn daar de dominante beleggers. Frankfurt en Parijs, met hun machtige banken en nauwe relaties tussen bankiers en politici, zijn centra van het tweede type. Pensioenfondsen zijn daar onbekend (zoals wij spoedig zullen gaan merken).
Dit verleden bepaalt nog altijd de Europese politiek, zo bleek maandag toen de Duitse en Franse minister van Financiën een oproep deden om de Europese buffereisen voor banken later, trager en milder in te voeren. Diezelfde maandag waarschuwde EU-commissaris Michel Barnier dat The City ondanks het 'nee’ van het Verenigd Koninkrijk gewoon de Europese regels moest volgen.
Dan kijk je toch met andere ogen naar 8 december, toen Cameron in ruil voor zijn handtekening onder het Europese verdrag wisselgeld voor The City vroeg. Hij wilde niet alleen geen transactiebelasting, maar ook de vrijheid om Britse banken hogere (!) buffers op te leggen. Mark Rutte moet als de wiedeweerga Camerons zijde kiezen, die transactiebelasting torpederen en de buffers verhogen.