Kutzomer

Een maand na het Grote Europese Schuldenpact dat de financiële markten definitief tot bedaren moest brengen, is de financiële onrust groter dan ooit. Wat op donderdag 21 juli nog euforisch door de markten werd ontvangen als blijk van Europees vernuft, is vier weken later een bron van conflicten geworden die onafwendbaar leiden naar het Lehman-moment dat het Pact juist moest voorkomen. Wat is er in Godsnaam gebeurd?

Het Pact moest vijf dingen doen. Het moest het gevaar dat Griekenland, Ierland en Portugal landen als Spanje en Italië zouden ‘besmetten’ wegnemen. Het moest Griekenland uit de brand helpen door nieuw, betaalbaar kapitaal ter beschikking te stellen. Het moest de Griekse schuldenlast tot draagbare proporties terugbrengen. Het moest banken dwingen ‘vrijwillig’ een deel van de kosten voor hun rekening te nemen. En het moest met zoveel aplomb worden gepresenteerd dat geen belegger, analist of andere azijnzeiker ooit nog kon twijfelen aan de bereidheid van de Europese politieke elite om de Euro - koste wat het kost - te redden.

Toen de volgende dag de eerste euforie was weggeëbd, begon meteen het onvermijdelijke trekken, duwen, rukken en sjorren aan de verschillende elementen van het Pact om te zien of ze bestand waren tegen de georganiseerde scepsis van de financiële markten. Zoals kon worden verwacht, waren de eerste slimmeriken al snel de eerste haarscheurtjes op het spoor. Als je Spanje en Italië het lot van Portugal, Ierland en Griekenland wil besparen, moet je niet gaan rommelen aan het mandaat van het Europese steunfonds maar moet je dat fonds twee tot drie keer zo groot maken, slingerde Willem Buiter van Citigroup nog voor het weekeinde de ether in.

De maandag erop ontstond groeiende verwarring over de omvang van de bijdrage van de banken aan het reddingspakket. De banken zelf spraken van een afwaardering van 21 procent, maar het was onduidelijk of dat alle uitstaande Griekse staatsobligaties betrof of alleen de aflopende series die banken ‘vrijwillig’ zouden omruilen voor nieuwe crisisobligaties. Hoe viel die 21 procent bovendien te rijmen met de afwaardering van ruim 50 procent waartegen Griekse staatsobligaties op dat moment op de tweedehands obligatiemarkt van de hand gingen? Geen wonder dat Rutte zich een miljardje of vijftig verslikte. Hoeveel de banken precies gaan bijdragen wordt pas in september duidelijk wanneer de eerste obligatieveilingen van start gaan. Iedereen die nu iets anders zegt, roept de verdenking op zich politieke spelletjes te spelen. Zo ook Rutte. En daar moet hij op worden aangesproken. Niet op de miscalculatie zelf.

Al even groot was de verwarring over het bedrag waarmee de Griekse staatsschuld zou slinken. Het was de bedoeling de nominale Griekse schuld te reduceren tot pakweg 130 procent van het Bruto Nationaal Product. Fraaie intenties, maar eind juli al circuleerden op internet berekeningen die uitwezen dat de Griekse staatsschuld door de garanties die de banken in ruil voor hun bijdrage hadden bedongen hoger in plaats van lager zou uitvallen. Vorige week bleek dat ook Finland zo'n deal had gesloten; in ruil voor deelname aan het reddingspakket hadden de Finnen geld van de Griekse staat geëist, wat tenminste een twitteraar de cynische opmerking ontlokte dat Europese solidariteit betekent dat het straatarme Griekenland moet lenen om te kunnen lenen van zijn bondgenoten. Inmiddels eisen de volgevreten neefjes uit Oostenrijk en Nederland hetzelfde, daarmee het Pact verder uithollend en de financiële turbulentie voedend.

Zo bezien is het niet verrassend dat euforie heeft plaatsgemaakt voor apocalyptische wanhoop. Hoe geloofwaardig is de politieke belofte om de euro ten koste van alles te redden als zelfs op het moment suprême kleine nationale belangen prevaleren? Wat moet je als belegger als je veiligste beleggingen - overheidsobligaties - worden afgewaardeerd, verzekeringen niet werken, en zelfs de kredietwaardigste staten een lagere rating krijgen? Wat moet je als lidstaat aan lager wal als reddingpogingen je meer kosten dan opleveren en je toch dankbaarheid moet veinzen? Wat moet je als kiezer als politici je steeds maar voorspiegelen dat het je niets gaat kosten terwijl een kind kan zien dat de reddingspakketten in bodemloze putten verdwijnen?

En zo strompelt een historisch uniek monetair experiment naar zijn onvermijdelijke einde: vermalen tussen chanterende bankiers en eurosceptische kiezers. En mede mogelijk gemaakt door politici zonder ideologische ruggengraat. Het wrange is namelijk dat deze crisis niet nodig was. Als de politieke elite in 1997 wat beter had opgelet, zich in 2008 wat minder had laten intimideren door de schijnprofessionaliteit van bankiers, en wat eerder in de smiezen had gehad dat oorlog en markt de Europese kiezer niet meer konden bekoren. Nu is het te laat.

Wat een kutzomer!