Kwade nachtmerrie

Een politieke film van Yael Bartana vertelt een verhaal op de manier van de beeldende kunst. En doet denken aan de donkere stemming in een schilderij van Jörg Immendorff.

De korte, pregnante film Mary Koszmary van Yael Bartana, uit 2007, begint als volgt. Vanuit de onbestemde ruimte van een soort corridor komt ons van een afstand in silhouet een man tegemoet. Er is muziek in de achtergrond, ik denk een stuk van het Poolse volkslied. Als de man langzaam naderbij komt en in geleidelijk meer licht, blijkt hij jong en modern te zijn, wit overhemd, rode stropdas, halflange zwarte jas, openhangend. Hij loopt kordaat. Dan komt zijn gezicht vol in beeld. Het is bleek maar ook fris. Hij draagt een bril, kijkt vastberaden, op weg ergens heen, kennelijk een intellectueel - leraar, journalist, volksvertegenwoordiger, zoiets. Even, als het gezicht door het beeld voorbijschuift, draait het naar rechts alsof hij ergens naar kijkt. Het beeld verspringt dan: hij loopt nu midden in het beeld, ten halve lijve, in de bocht van de sintelbaan van een stadion. Achter hem, terwijl de camera hem stevig vasthoudt, krijgen we de oplopende rangen van het stadion te zien. Grijs beton, vervallen en verwaarloosd, overal waar dat kan groeit onkruid. Boven op de hoge rand van deze betonnen kuip zien we rommelige bebouwing, een soort hutten of tenten. Misschien is er een straatmarkt gaande of wonen er havelozen. Het waait, we zien wapperend doek. Er bewegen kleine gestalten. De intellectueel is nu even uit beeld. Maar we zien zijn voeten op het gras stappen en trappen bestijgen naar een podium. Het gezicht dan weer in beeld.
En terwijl kort het grauwe decor weer vertoond wordt, begint een harde stem te spreken in het Pools, ondertiteling in het Engels: ‘Jews! Fellow countrymen! People! Peeeeeople!’ Na dat eerste woord komt de camera, in close-up, weer terug bij het gezicht van de spreker, die dan verder gaat met een pleidooi en een oproep aan de ruim drie miljoen joden die uit Polen verdwenen zijn om terug te keren naar dat land. Hij staat achter een microfoon. Eerst waren we gelukkig, zegt hij, dat jullie weg waren en dat wij Polen onder elkaar konden zijn. Hij vraagt ze terug te komen want nu weten we, zegt hij, dat we niet alleen kunnen leven. We missen jullie.
De argumentatie, om weer een land te worden met meervoudige herinneringen en een veelzijdige cultuur, is dramatisch en subtiel. De stem van de spreker is vol passie maar heeft ook iets klaaglijks. Dat komt door de schrale locatie en door de strakke cameravoering die volstrekt zonder artistieke sierlijkheid is. De tekst in de film, lees ik later, is geschreven door de jonge linkse politicus Slawomir Sierakowski. Hij is ook de acteur/spreker. De tekst is dus geen toneel maar echt en doodserieus. Terwijl hij spreekt schrijft een aantal jongens en meisjes (in uniform van de jeugdbeweging met rode halsdoeken) met sjablonen en wit kalkpoeder een tekst (in het Engels) op het dorre gras van het veld: '3.300.000 Jews can change the lives of 40.000.000 Poles.’ Die woorden, neergelegd door een jonge generatie, onderstrepen de filosofische beweringen van de spreker met knalharde vanzelfsprekendheid. Maar de overtuigingskracht van de film komt van de onsentimentele vormgeving: een strakke voordracht op een locatie die grauw is en, ondanks de grijze kleuren, in wezen kleurloos. De stem van de spreker galmt in de ruimte van het stadion - en in de loop van de film wordt de galm langzaam sterker. De tekst wordt gezang, gestaag als een stormwind.
Is zo'n politieke film wel beeldende kunst? Die discussie ligt nu achter ons. Hier is een inhoud, een verhaal wat mij betreft, in beeld gebracht op de manier van de beeldende kunst en de film is sterk omdat het beeld onomwonden sterk is. We zien de tekst bijna voordat we hem horen. Het echt meeslepende is het zien van de film, dan pas het horen van de tekst. Zoals we in een grimmig schilderij van Jörg Immendorff, BrrrD-DDrrr, uit de serie Café Deutschland, door geduldig te kijken kunnen peilen wat we daar ongeveer zien. Tussen BRD en DDR is de muur met wachttorens. Het is nacht, het heeft gesneeuwd. Dwars door de muur proberen twee figuren elkaar de hand te reiken. De manier van schilderen is dwars en korzelig. Dat en ook de theatrale opzet van de compositie zijn wat de schilder heeft uitgevonden voor wat hij te zeggen had. De kille inhoud van dit schilderij is niet een theoretische verklaring maar de onontkoombare stemming die opstijgt uit het amalgaam van gebaren, kleuren en rekwisieten. Het schilderij is zwart en bruin - donker dus met vaal licht. Natuurlijk kan ik meer te weten komen, maar als ik kijk is de donkere helderheid van het beeld zelf eigenlijk voldoende om mij bezig te houden en mijn hoofd binnen te sluipen. Zo heeft mij ook Mary Koszmary (Kwade nachtmerrie) getroffen. Ik denk ook dat voor Yael Bartana de kunst van Immendorff een inspiratie is geweest. De leerling van Joseph Beuys was een groot pionier. Zo loopt de lijn van de traditie.

PS Vanaf 16 januari is nieuw werk van Bartana, en ook Mary Koszmary, te zien in Annet Gelink Gallery in Amsterdam. Immendorffs schilderij hangt in het Van Abbemuseum in Eindhoven