Kwakzalm

De wereld stikt van bedriegers, kwakzalvers, manipulatoren en leugenaars. Sommige zijn vrij makkelijk te herkennen. Ze laten je bijvoorbeeld over hete kolen lopen en vertellen je na afloop dat je helemaal niets gevoeld hebt, terwijl je thuis in je eentje toch wel kunt constateren dat je met twee voeten als verkoolde karbonaden in een teiltje ingestraald water zit. Dit zijn niet de gevaarlijkste charlatans want ze zijn makkelijk te ontmaskeren en houden het nooit erg lang vol. Je kunt ze na verloop van tijd steevast horen janken op de een of andere radiozender dat hun flamboyante tsjakaïsme uit vroegere jaren gewoon ‘gelul’ was. Eenvoudige en duidelijke taal die SIRE-denkers tot orgastische extase moet kunnen brengen.

Minder duidelijk zijn de vakbroeders, de management consultants annex trainers, die in hetzelfde gootje dagelijks hun inkomsten moeten opvissen. Zo las ik op de forumpagina van een ochtendblad het pleidooi van een zekere M.P. Cevat die alvast voor de rehabilitatie van Ratelband pleitte en hiermee voor die van het zwaar beschadigde kwakzalverdom. Ik voelde me natuurlijk aangesproken en vanzelfsprekend schuldig toen ik las dat sinds het debacle van Emile er een ‘verstikkend zie-je-wel-sfeertje in Nederland heerst’. Maar ik ben een harde die dagelijks over mijn eigen schuldgevoelens heenwalst om hordes bedriegers van me af te schudden. Van het soort figuur dat om drie uur ’s nachts bij je aanbelt met de mededeling dat hij autopech heeft en dat hij daarom bereid is je portie stoep van zijn dode bladeren te ontdoen in ruil voor een geeltje teneinde een gloednieuwe strippenkaart aan te schaffen. Mijn antwoord is altijd dat ik het geld zelf hard nodig heb om in een kersverse mastino napoletano te investeren. Wat onmiddellijk een verstikkend zie-je-wel-sfeertje in de verlaten straat oproept.
Dat we Emile de Schlemiel niet gelijk met het badwater van zijn oogvocht bij de dichtstbijzijnde afvalverwerking moeten laten recyclen blijkt uit de argumenten van zijn pleitbezorger Cevat. In zijn opiniërende bijdrage die ik in de Volkskrant las, staat dat de grootste verdienste van Emile zijn kundigheid betreft om aan de 'leerbereidheid en veranderingsgezindheid van mensen te appelleren’. Ik hoor al het wenkbrauwgefrons van de SIRE-goeroes, maar geen paniek, de concrete voorbeelden die op die stelling volgen zijn tenminste overduidelijk: Emile kon 'duizend mensen op stoelen laten dansen’, 'elkaar masseren’, of 'omhelzen’. Bah! In het verleden hebben anderen nog betere prestaties verricht door veel grotere groepen mensen op straat in ganzenpas te laten huppelen.
Eerlijk gezegd kan ik me om dat soort bedriegers en hun schrijvende klonen niet echt opwinden. Gooi Ratelband, Jomanda, Mens en consorten in een reuze jutezak en je hebt onmiddellijk een mooie circustent vol ophef en vertier om de donkere dagen door te brengen.
Maar wat kun je in godsnaam met een Gerrit Zalm verrichten? Hij is het typetje gemankeerde dictator die nooit op het begin van een lumbago, laat staan een hernia, betrapt zal kunnen worden om een bezoek aan een Engelse kliniek te rechtvaardigen. Zalm beschuldigt Europarlementariërs - onder anderen d'Ancona en Maij-Weggen - van landsverraad vanwege hun stemgedrag in het Europese parlement. Door in te stemmen met het aanleggen van een reservepotje voor Brussel, zouden ze het Nederlandse belang - het verminderen van de afdrachten aan de Europese Unie - schade hebben toegebracht.
Dat Zalm, groot gebracht met het paarse autoritarisme, geen enkel benul heeft van hoe een democratie functioneert is niet verwonderlijk. Hij beschouwt gekozenen als lakeien die niets anders dan zíjn mening moeten uitdragen, ook al zitten ze in de oppositie en in Brussel. Het liefst laat hij ze op stoelen dansen en voor hem over hete kolen lopen. Maar het grootste staaltje charlatanisme haalt hij uit door te beweren dat Nederlandse andersdenkenden en dus -stemmenden het nationale belang schaden. In feite is dat nationale belang maar kortgeleden door Zalm en de zijnen in elkaar geflanst. Het betreft een acute aanval van hebberigheid van dezelfde Zalm, opgenomen in zijn begroting, die langzamerhand in Europa Nederland het imago bezorgt van een gierige paria. Niks nationaal belang; het stemgedrag van de Nederlandse Europarlementariërs zit alleen Zalms cijfertjes en dus zijn eigen belang dwars.
D'Ancona noemde de minister van Financiën 'achterlijk’. In die zin, in de rol van de zwakzinnige 'clown triste’, kan hij toch nog een plek krijgen in de tent van Ratelband en Co.