Economie

Kwakzalverij

De openbare verhoren in het parlementair onderzoek naar de onderwijsvernieuwingen zijn vorige week afgerond. Eén ding staat al vast: de onderwijskansen van generaties van leerlingen is geweld aangedaan, omdat deze leerlingen proefkonijnen waren in niet wetenschappelijk onderbouwde onderwijsexperimenten.

De onderwijsvernieuwingen van basisvorming en Tweede Fase tot vmbo zijn ingevoerd zonder dat grondige experimentele evaluatie nut of noodzaak heeft aangetoond. Hessel Oosterbeek, hoogleraar onderwijseconomie aan de UvA en dé expert op het gebied van onderwijsevaluatie, is ten onrechte niet gehoord door de commissie-Dijsselbloem. Hij sprak bij zijn oratie in 2001 profetische woorden: ‘Veranderingen in het onderwijs moeten pas worden doorgevoerd wanneer ze wetenschappelijk bewezen effectief zijn. Dat zou het onderwijs behoeden voor teleurstellingen en tegenvallers die zich nu met regelmaat voordoen… Wil onderwijs ooit het niveau van de kwakzalverij ontstijgen, dan is er nog een lange weg te gaan.’

Inderdaad. Het recentste Pisa-onderzoek van de OESO toont aan dat taal- en wiskundevaardigheden van vijftienjarige leerlingen tussen 2003 en 2006 daalden. Voor taal komt dit door de daling bij achterstandsleerlingen. Bij wiskunde nemen de scores af bij de groep slimste leerlingen.

Onder aanvoering van ideologisch verblinde PVDA’ers, overigens met meerderheidssteun in het parlement, zijn gelijke onderwijs_kansen_ stelselmatig ondergeschikt gemaakt aan gelijke onderwijs_uitkomsten_. Jos van Kemenade propageert tot op de dag van vandaag de leidende gedachte van de ‘middenschool’, dat kansen pas echt gelijk zijn als alle leerlingen tot hun zestiende gezamenlijk onderwijs volgen. Door menging van leerlingen uit alle rangen en standen kunnen zwakke leerlingen zich optrekken aan sterke leerlingen. De middenschool heeft in verwaterde vorm uiteindelijk zijn beslag gekregen in de basisvorming en het vmbo. Ook zijn het onderwijs voor moeilijk lerende kinderen en het leerlingwezen goeddeels afgeschaft en opgegaan in het vmbo. Anno 2005 verlaat een kwart van ieder cohort basisschoolleerlingen ‘vroegtijdig’ het onderwijs, dat wil zeggen zonder mbo-2- of havo/vwo-diploma. Het percentage onder niet-westerse allochtonen ligt twee keer zo hoog als onder autochtonen. Hoezo gelijke kansen? Er bestaat geen hard wetenschappelijk bewijs dat zwakke leerlingen zich optrekken aan sterke leerlingen. Sterker, het beschikbare empirische bewijs suggereert het tegendeel. Leerprestaties gaan omhoog als de sociaal-economische achtergrond van leerlingen in klassen juist homogener wordt. Om gelijke kansen te realiseren, vooral voor zwakkere leerlingen, zijn juist differentiatie en onderwijs op maat noodzakelijk. Leerlingen zijn wezenlijk verschillend in aanleg, capaciteiten en talenten. Sommigen leren beter, anderen werken beter met hun handen. Maar doordat het vmbo veel te theoretisch is, kunnen jongeren geen ambachtelijk vak meer leren op lbo-niveau. Brabantse ondernemers rekruteren liever Belgische lts’ers dan Nederlandse vmbo’ers; die moeten ze jarenlang bijspijkeren wegens gebrek aan praktijkkennis.

De onderwijskansen voor achterstandsleerlingen zijn verminderd, omdat een streep is getrokken door de mogelijkheid om opleidingen te ‘stapelen’, bijvoorbeeld van mavo naar havo en vwo. Zij komen met minder intellectuele bagage op school en moeten dus in dezelfde tijd meer kennis vergaren om zich te kwalificeren voor een hogere opleiding. In het huidige stelsel moeten ze eerst het hele beroepsonderwijs doorlopen voordat ze het hoger onderwijs kunnen instromen. Het had allemaal niet gehoeven. In Nederland is de vrijheid van onderwijs verankerd in de grondwet. Geen enkele school is verplicht om zich door Den Haag te laten voorschrijven hoe het onderwijs moet worden ingericht, zolang aan de wettelijke randvoorwaarden is voldaan. De onderwijsinspectie ziet daarop toe. De gymnasia hebben dat uitstekend begrepen. Zij hebben zich grotendeels onttrokken aan alle nieuwlichterij. Eén keer raden waar het wel goed loopt. Ontevreden schooldirecteuren, leraren en ouders moeten de hand dus ook in eigen boezem steken en niet alleen de politiek de zwartepiet toespelen.

Het is intriest dat voormalige bewindslieden met schaamteloze arrogantie blijven verkondigen dat de onderwijsvernieuwingen een succes zijn. In de Volkskrant van 8 december: ‘Netelenbos: “Horen jullie hoe weinig ‘uh’ ze tegenwoordig zeggen?” Jacques Wallage snapt “met alle respect” niets van de “zwartgalligheid” waarmee de commissie de onderwijsvernieuwingen bekijkt. Jo Ritzen prijst de “geweldige prestaties” van het Nederlandse onderwijs: “Dingen lopen echt uitstekend.”’

Inderdaad een wonder dat ‘dingen’ nog zo goed lopen; niet dankzij, maar ondanks alle kwakzalverij.