Kwaliteit

Ik heb zojuist gedeelten van het advies van de Raad van Cultuur gelezen.

Dat valt niet mee.

Wat opvalt - en dat is pijnlijk - is de lafheid van de Raad.

Medium opheffer 21 2012 kunst

De Raad moet de regering adviseren. De minister en de staatssecretaris kunnen niet alles lezen, bekijken en horen.

Welk oordeel zou nu rechtvaardig zijn?

Daar kom je nooit uit. Wat heeft de Raad daarom besloten? Om alleen maar economische maatstaven aan te leggen en de artistieke kwaliteit als niet ter zake doende te beschouwen.

Er zijn wel steeds hoofdstukjes waarboven ‘Kwaliteit’ staat, maar dan lees je bijvoorbeeld (zoals bij het orkest Holland Simfonia): 'Het plan voorziet in een orkest van 55 musici in vaste dienst aangesteld voor 0,55 fte. Met de toevoeging van een schil van 8 musici met freelance contract levert het Holland Simfonia een basisbezetting van het orkest aan het Nationale Ballet en het Nederlands Danstheater. Om tot deze formatie te komen, moet HS 99 fte van zijn huidige formatie inleveren. Dit betreft 114 musici. (…) Bij reorganisatie belemmert het afspiegelingsbeginsel de mogelijkheid om de best mogelijke samenstelling van het nieuwe orkest te realiseren. De raad is van mening dat deze invulling zowel op korte als op de lange termijn niet de noodzakelijke kwaliteit kan leveren. (…)’

Het Nederlands van deze Raad van Cultuur is afstotelijk, maar je leest toch iets wat schokkend en tamelijk gemeen is; kwaliteit wordt hier gelegd langs een economische meetlat, waarbij het orkest in een Catch 22-situatie is gemanoeuvreerd. Het orkest moest van overheidswege bezuinigen, maar omdat ze hebben bezuinigd zijn er nu te weinig orkestleden om goede kwaliteit te leveren, en dus krijgt het orkest geen subsidie.

Het gemene zit ’m hierin: het orkest - dat stel ik me voor - heeft de hele tijd geroepen tegen de Raad: jongens, als we doen wat jullie willen, gaat dat ten koste van de kwaliteit, dus geef ons wat subsidie. Nu gebruikt de Raad dit argument juist om de subsidie af te wijzen. De noodzakelijke bezuinigingen zorgen ervoor dat het orkest geen kwaliteit meer kan leveren, dus geen subsidie. Het is als de bakker die aan de fabriek vraagt: geef mij meel, dan kan ik brood bakken. Waarop de fabriek zegt: u heeft geen meel, u bakt geen brood, dus bent u geen bakker en daarom geven wij u geen meel.

Dit moet voor die orkestleden zuur zijn. (En dat is het, want mijn vriendin zit bij dat orkest.)

Het zou vermoedelijk veel beter te verkroppen zijn geweest als er was gezegd: 'Lief orkest, wij - de Raad - vinden jullie niet om aan te horen, en daarom geven wij jullie geen subsidie.’ Dat is ook droevig, dat is ook zuur, maar daar zit iets eerlijks in. Nu voert hypocrisie de boventoon. De leden van de Raad laten zich gebruiken als 'huurmoordenaars’ van de staatssecretaris.

Voor de orkesten hebben Andries Mulder, Albert Adams, Hans Eliëns, Anneke Hogenstijn, Peter Janssen, Robert Vroegindewij en Daphne Wassink de oordelen voor de orkesten moeten vellen. Zijn dat kunstenaars die zich hebben gedragen als economen? Ik zou zo graag willen weten waarom deze mensen in zo'n commissie wilden zitten.

Ze moeten toch hebben geweten dat ze bezig waren met broedermoord. Dat kan soms noodzakelijk zijn, maar toch leen je je daartoe.

Het vreemde is dat hun manier van oordelen bevestigt dat het beter is om niemand meer subsidie te geven. Nooit niet. Laat het maar helemaal over aan het particulier initiatief. Ik zou daar niet op tegen zijn. Maar omdat we democratisch bepaald hebben dat er subsidie moet zijn, wil je toch dat het beste naar boven wordt gehaald. Dat wordt nu niet eens bepaald door het publiek, of door publieksaantallen, maar door idealistische motieven die economisch op hun haalbaarheid worden getoetst.

Slechter kan niet.