Kwaliteitscriteria

De hulpverlening aan onbedoeld zwangeren gaat flink op de schop, blijkt uit de stemming die deze week in de Tweede Kamer plaatsvond.

Het ging er behoorlijk fel aan toe tijdens de Kamerdebatten van de afgelopen weken over keuzehulp bij ongeplande zwangerschap. De stemmingen voor het vaststellen van de begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2019 van dinsdag 30 oktober vormen voorlopig het sluitstuk in een discussie die sinds het artikel ‘Ongewenst zwanger? Chat nu’ in De Groene Amsterdammer van 12 september in de politiek gevoerd wordt. Hierin wordt gesteld dat Stichting Siriz, een van de organisaties die keuzehulp biedt aan ongewenst zwangere vrouwen, medisch onjuiste en sturende informatie verstrekt aan vrouwen met een hulpvraag. De organisatie onderhoudt sterke bestuurlijke en financiële banden met de anti-abortusorganisatie Vereniging ter Bescherming van het Ongeboren Kind (VBOK). Siriz ontvangt sinds 2013 staatssubsidie.

Staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid publiceerde vóór de stemmingen een Kamerbrief over de verhoudingen tussen Siriz en de VBOK. In deze brief worden de bevindingen uit het artikel van De Groene Amsterdammer bevestigd: bestuursvoorzitter Ronald Zoutendijk is tevens algemeen directeur van de VBOK, meerdere bestuursleden van de VBOK zijn lid van de Raad van Toezicht van Siriz, en de organisaties worden aangestuurd door hetzelfde managementteam. De bestuurlijke verkleving zal naar verwachting verder toenemen wanneer, naar aanleiding van een wijziging in de statuten van Siriz afgelopen zomer, in de toekomst het volledige bestuur van de VBOK zitting heeft in de Raad van Toezicht. Blokhuis zelf opende eind juni het nieuwe gezamenlijke hoofdkantoor van de beide organisaties.

Ondanks dat deze brief de banden tussen de VBOK en Siriz onderkent trekt Blokhuis geen conclusies over de objectiviteit van de keuzehulpverlening van Siriz. Lilianne Ploumen (PvdA) en Corinne Ellemeet (GroenLinks) hebben wél problemen met de subsidiëring van Siriz. In een principiële motie verzochten zij het kabinet om in kwaliteitseisen voor subsidie vast te leggen dat een organisatie die keuzehulp biedt aan ongewenst zwangere vrouwen niet bestuurlijk, financieel of rechtsmatig gebonden is aan organisaties die een anti-abortuslobby voeren. Deze motie is in een hoofdelijke stemming verworpen door de regeringspartijen. Wel stemt een Kamermeerderheid voor het instellen van een centraal informatiepunt voor vragen bij ongewenste zwangerschappen, ook een initiatief van Ellemeet en Ploumen.

Blokhuis verwacht de objectiviteit van Siriz en andere keuzehulporganisaties te kunnen waarborgen door middel van het ontwikkelen van een set kwaliteitscriteria. Op basis van deze criteria kunnen organisaties in een openhouseconstructie subsidie aanvragen. Van een subsidieregeling voor Siriz zoals in vorige jaren is in 2019 dus sowieso geen sprake. Ellemeet en Ploumen zijn echter van mening dat een organisatie gesteund door de anti-abortuslobby bij voorbaat niet geschikt is om onafhankelijke keuzehulpverlening te bieden. ‘Denken dat Siriz objectieve keuzehulp aan ongewenst zwangere vrouwen biedt, is net zoiets als een pacifistische beweging een leger laten oprichten: je hebt geen studie nodig om vast te stellen dat de kerndoelen botsen met de taken waarvoor ze subsidie krijgen’, zegt Ellemeet.