Groen

Kwartelmerel

Dacht ik even lekker mijn kop in het zand te steken – op het land natuurlijk, en bovendien was dat heel niet handig, want ik was een terras aan het aanleggen, met lijvige klinkers en loodzware tegels, en je eigen hoofd onder een rubber hamer is niet plezierig –, rukt de politie met drie wagens en een containervrachtwagen uit om de hennepkwekerij bij de buren op te rollen! En alles in verbazingwekkend grote rust, het halve dorp liep niet uit, een andere buurvrouw die met een Belgische knol langs kwam lopen vertelde zelfs doodleuk dat ze maanden geleden al eens met een politieagent erover gesproken had. Ze waren de hele dag bezig, en zelfs ik ging niet af en toe op de weg staan om te zien hoe het oprollen vorderde.
Later, nadat de politie en de vrachtwagen verdwenen waren, kwam ik bij een ander huis, in hetzelfde dorp, en toen zag ik in de voortuin een merel lopen als een kwartel. Het duurde even voor ik begreep wat ik zag. De vogel had geen staart en kon als gevolg daarvan niet langer hippen. Hij (het was een mannetjesmerel) rende als een kwartel wat rond en pikte heel wat wormen op. ‘Hoe kan dat nou?’ vroeg ik. Nou, kwam het verdedigende antwoord, hij zat vast in het net dat over de aardbeien gespannen is. Tijdens een poging om het net stuk te knippen en de merel te bevrijden (er loopt daar een moordlustige kat rond) knipte de aardbeienman, geheel per ongeluk natuurlijk, de staartveren van de vogel af. Het net bleef om onverklaarbare redenen heel. ‘Maar kan-ie nog wel vliegen dan?’ vroeg ik en op dat moment vloog hij op. Het ging wat ongecontroleerd en ik kan me zo voorstellen dat het landen ook niet helemaal vlekkeloos verliep, maar vliegen kon hij dus nog.
Uiteindelijk zat ik natuurlijk aardbeien te eten, ze waren puntgaaf. Aan een tafel met uitzicht op die vreemde kwartelmerel. Die pikte nog steeds wormen. En hij zal er wel blijven, in de winter is het daar luilekkerland. ‘Die staart groeit wel weer aan’, zei de aardbeienman.