Kwartet!

Een politicus is een kiezerskapitalist. Je moet zorgen dat je zo veel mogelijk kiezers vergaart. Om die kiezers te vergaren heb je ideeën nodig, bij wijze van verkoopbare producten, en als die ideeën niet gewenst zijn, moet je ze aanpassen.

Medium opheffer 36 11 kiezerskapitalisme

Dat is de reden dat over het algemeen genomen Nederland veel rechtser is geworden; de volkswil wenst een rechtser product.
Of het volk laat zich dat wijsmaken. In een democratie doet dat er niet toe.
Ik wil ook zo'n mooi dingetje, zo'n rechts product. Alleen zou ik het nooit een rechts product noemen, eerder een rationeel product. Het zijn vooral mensen die het niet met me eens zijn die het een rechts product noemen, omdat ze wellicht vermoeden dat ze me daarmee ontluisteren of beledigen. Het is als met de discussie over de nieuwste iPad 2. ‘Waarom wil je dat ding, je hebt toch al een computer?’
'Ik wil het hebben. Het lijkt me handig.’
'Je gebruikt nog niet eens alle mogelijkheden van je laptop.’
Toch heb ik met de volkswil niets te maken. Vermoedelijk vindt het volk mij te elitair. Ik lees boeken en publiceer daarover, ik maak radioprogramma’s, ik maak en bedenk films, televisieprogramma’s, ik probeer voortdurend nieuwe producten te maken, maar de kiezerskapitalisten, de kiezersdragons, willen daar maar mondjesmaat in investeren. Ze wachten af. Ze zijn daarom meestal te laat. Daarom denk ik dat de democratie wel eens onder grote spanning kan komen te staan.
Ik maak even een sprong. Onlangs maakte ik een radioprogramma over het belangrijkste probleem: de zorg. Ik hoorde dat er op het ogenblik op universiteiten medicijnen worden uitgevonden tegen ernstige ziekten, maar dat die medicijnen niet op de markt komen omdat die markt te klein is. Je hebt bijvoorbeeld een ernstige spierziekte en men weet wat je daartegen moet innemen. Maar er zijn maar vijf anderen in Nederland met die ziekte, en in de hele wereld zijn er niet meer dan honderd. Moet de overheid dan toch dat geneesmiddel laten maken? Ja? Maar dat kost vijfhonderd miljoen. Toch doen? Of moeten we die vijf mensen laten sterven? Bent u, kunstenaar die subsidie krijgt, bereid om af te zien van uw subsidie als u daarmee één spierzieke redt? Of wilt u toch liever uw theatervoorstelling blijven maken?
Weet u dat ik mijzelf enigszins zou censureren als het op het antwoord aankomt? Ik durf niet op te schrijven tot welke rationele conclusie ik ben gekomen, want ik schrijf dit op opadag. Stel dat mijn kleinzoon die spierziekte had, wat zou ik dan denken, opschrijven, en hoe zou ik dan oordelen over een columnist die makkelijk schrijft: we kunnen niet iedereen redden?
Terug naar de kiezerskapitalist. De politicus kwartet met dilemma’s. 'Heb jij, van de ziektes, de maagzuurtabletten? Ja? Kwartet!’ Hij kan uitgaan van enkele idealen, maar idealen zijn kleingeld. Het zijn in de politiek de centjes en de stuivers, niet de grote bankbiljetten. Mijn hekel aan de christelijke partijen komt daaruit voort: ze verlaten zich op de bijbel, ze peuren daaruit een vorm van moraliteit, maar dat is kleingeld, het stelt niets voor. Idealen stellen niets voor. Moraal bestaat niet. Dat weet de politicus.
Het kind met de spierziekte zal het op een dag te benauwd krijgen en dood gaan. De kwaliteit van zijn leven moet worden gevonden in een menswaardige manier van sterven. Dat gaat al, bijvoorbeeld, tegen de moraliteit van de christelijke partijen in. Maar die hebben ook geen vijfhonderd miljoen over voor één medicijn. Dat hebben ze weer wél over voor een vredesmissie waarin honderden kinderen omkomen door een bom die per ongeluk verkeerd gemikt werd.
Hoe lang zal de democratie het nog uithouden? Leve het kiezerskapitalisme!