Liefdesromans - Uit de taal van een verliefde

Kwellend en verrukkelijk

Het in de literatuur nogal uitgemolken thema liefde maakt van veel romans would-be romans. Maar uiteraard zijn er boeken die het bloed van de Groene-recensenten aan de kook brachten.

Het vreemdste en meest fascinerende liefdesboek dat ik ken is van Roland Barthes: Uit de taal van een verliefde. Een filosofisch en tegelijkertijd hartstochtelijk, zintuiglijk werk, gemaakt om in te verdwalen. Al was het maar omdat de volgorde er willekeurig alfabetisch is. Van een afstandje lijkt het nog het meest op een compendium of encyclopedie. Dat klinkt zo koud als het maar kan, en toch komt Barthes er dichter mee in de huid van de liefde dan menig ander werk over het verschijnsel. Het gaat hier namelijk nooit óver de liefde, Barthes laat de verliefde persoon zelf spreken en stamelen in alle mogelijke registers die zijn aandoening in hem wakker maken.

Elk hoofdstukje – ‘drama’, ‘tederheid’, ‘wachten’ – begint met een aforistisch lemma of een ‘figuur’: ‘Ik-hou-van-je. De figuur verwijst niet naar de liefdesverklaring, naar de bekentenis, maar naar het uiten van de liefdesschreeuw.’ Vervolgens onderzoekt Barthes die figuur aan de hand van eigen ervaringen, gevallen uit de filosofie, de cultuur of de wereldliteratuur (Proust, Goethe, maar evengoed Van Ruusbroec of Puccini), anekdotes van vrienden. Steeds cirkelen die flarden van gedachten, uitroepen en vertwijfelde vragen rond de macht en onmacht van woorden. ‘De roddel reduceert de ander tot hij/zij en die reductie vind ik onverdraaglijk. De ander is voor mij noch hij noch zij: de ander heeft alleen zijn eigen naam, zijn eigennaam.’

Elders schetst hij, in een reeks variaties, het hopeloze toneelstukje van het wachten op een telefoontje in een restaurant: ‘Ik zit met vrienden in een vol restaurant: ik lijd (onbegrijpelijk woord voor wie niet verliefd is). Mijn lijden komt voort uit de grote massa mensen, uit het lawaai, uit de inrichting (kitsch). Iets onwerkelijks komt van de glazen plafonds en de kroonluchters naar beneden en valt als een stolp over me heen.’

Deze encyclopedie van het gevoelsleven geeft je steeds het gevoel er bijna te zijn, al die verwarrende sentimenten nét niet helemáál te doorgronden: precies de kwellende en verrukkelijke toestand dus als de verliefdheid zelf.