Kwellende kleuters

Mirjam Schottelndreier, Monsters van kinderen, draken van ouders. Uitgevereij De Balie, 128 blz., f24,50
IN DE FILM Babyboom ‘erft’ yuppie Diane Keaton van haar gestorven neef een peuter. Van de ene op de andere dag raakt haar overzichtelijke bestaan ontregeld. Gewend om negentig uur per week te werken, is zij plotseling gedwongen een kind op te voeden in een tijdperk gedomineerd door ambities. Kinderen zijn projecten waarin geinvesteerd wordt. Een peuterkamer hoort tot het plafond met speelgoed volgestouwd te zijn en onmisbaar is de educatieve babytraining, waar moeders hun kruipende kroost voorbereiden op een intensieve schoolcarriere. Als Keaton met haar peuter neerstrijkt in een Newyorkse speeltuin, wordt een moeder door haar driejarige zoontje geattendeerd op een bijzondere wolkenpartij: ‘Kijk mama, die lucht ziet er precies zo uit als bij Cezanne.’

De postfeministische maatschappij heeft vele carrierevrouwen opgeleverd, maar het moederschap is nog steeds geen sinecure. Waar vroeger het patriarchaat vrouwen onderdrukte en hen in het keurslijf van het huisvrouwenbestaan dwong, lijken vrouwen zich nu vrijwillig tot doel gesteld te hebben zich het leven onmogelijk te laten maken door het moederschap. Als supervrouwen spoeden zij zich van hun leidinggevende functie naar het nieuwste theaterstuk, verantwoord gekleed door Agnes B. In de pauze wordt de oppas even gebeld: Zijn de kinderen nog in leven? Voelen zij zich niet emotioneel beschadigd door de afwezigheid van moeder?
Ook als werkende moeders ’s avonds thuis blijven, voelen zij zich genoodzaakt hun kinderen indringend te begeleiden. Als je gaat eten bij een vriendin-met- kinderen, moet je niet verbaasd zijn als de avond tot elf uur in het teken van het nageslacht staat. Verbijsterd kijk je toe hoe troostende woordjes worden afgewisseld met het voorlezen van de verzamelde werken van Andersen, tot de krijsende kleuter van pure uitputting in slaapt valt. Net als het bezoek.
Ook in restaurants ben je tegenwoordig niet meer veilig. Hoe onopvallend je ook aan een tafeltje gaat zitten, binnen het kwartier hangt er een ondernemende peuter over het blad. In plaats van in te grijpen slaan de ouders vanachter het belendende tafeltje met van trots glanzende ogen het schouwspel gade en wachten ze af tot je een vertederd gesprekje begint met hun koppig starende peuter. Een vriendin van mij reageert graag tactloos in een dergelijke situatie; ze kijkt het kind recht in de ogen en zegt: ‘Pleur op naar je moeder.’ Waarop de peuter meestal ontzet terugrent naar de uitvalsbasis en krijsend in de armen van zijn verontwaardigde moeder valt.
ONLANGS verscheen van Mirjam Schottelndreier het boekje Monsters van kinderen, draken van ouders: een geestige analyse van het hier beschreven fenomeen, dat door psychologen wel als de 'vechtrelatie’ wordt beschreven. Kinderen krijg je niet meer, ze worden welbewust genomen; en zodra met dat nemen een begin is gemaakt, zetten de ouders zich schrap voor een veelomvattende taak waarin strijd en onderhandeling een grote rol speelt. Men verkeert in de overtuiging dat kinderen pas opgroeien als ze continu voorzien worden van welwillende aandacht. Ouders voelen zich schuldig. Zelf in hun jeugd gekwetst door autoritaire ouders, moet het nageslacht in collectieve zaligheid door het leven glijden. Volgens Schottelndreier is er sprake van een intens verwende generatie kinderen, opgevoed zonder grenzen en geneigd hun verzorgers te terroriseren.
Je kunt Monsters van kinderen, draken van ouders niet lezen zonder een hekel aan kinderen te krijgen. De nieuwste lichting wordt zonder uitzondering beschreven als verwende drammer tjes, zo niet als tamelijk gestoorde delinquentjes. Een beetje overdreven lijkt het wel, al dat gegeneraliseer, maar toch kan ook ik me niet aan de indruk onttrekken dat het spook van de anti-autoritaire opvoeding voor het eerst overtuigend tot leven is gekomen. Ruim twintig jaar na de theorie volgt de praktijk.
IK HEB ZELF een zoon van zeventien en verbaas mij al vanaf zijn kleutertijd over de kolderieke eisen die er aan mijn moederschap gesteld werden in vergelijking met de tijd waarin mijn moeder mij opvoedde. Zij werkte als journaliste en was regelmatig thuis, maar als ik op school zat, had zij haar handen vrij. Zij smeerde ’s ochtends een lunchpakketje, bezocht af en toe een ouderavond en gaf mij de dag voor mijn verjaardag geld voor een trommel vol dropsleutels. Toen mijn zoon naar school ging bleek men daar van mij zo ongeveer de inzet van een parttime baan te verwachten. Een keer per week diende ik als 'leesmoeder’ aan te treden, er moesten indrukwekkende sinterklaassurprises gefabriceerd worden, en om de haverklap moesten er pakjes genaaid worden voor de driemaandelijkse toneelvoorstelling. Verjaarstraktaties vereisten de vaardigheid van een talentvolle traiteur. Prikkers vol smaakvol geschikte heerlijkheden, kunstig versierde mandarijntjes en zelfgebakken koekjes waren wel het minste. Kleur- en zoetstoffen waren verboden alsof het arsenicum betrof. Gelukkig was mijn zoon nog net van de generatie waarin verjaarspartijtjes tegen zessen mochten eindigen. Al sinds jaren is het gebruikelijk dat de feestgangers collectief de nacht komen doorbrengen. Gezellig.
Schottelndreier verzet zich terecht tegen de gemakzuchtige angst van veel ouders om grenzen te stellen aan de ondernemingszucht van hun kinderen. Zo beschrijft zij een moeder die beweert krankzinnig te worden van haar dochtertje: 'Ze is uiterst geslepen voor haar vier jaar. Ze wil bijvoorbeeld de pop mee naar school nemen. Vooruit, de pop mag mee, want je hebt haast. O, maar die moet eerst nog d'r jasje aan. Okee, snel dan maar, jasje aan. Maar dan wil ze ook nog d'r haren kammen. En dat gaat me dan te ver. Waarom mag dat dan niet. Tja, dat valt eigenlijk niet uit te leggen.’
Maar hoe geschift is deze moeder eigenlijk? Hoezo 'valt dat niet uit te leggen’? Wat is er vanzelfsprekender dan op tijd op school komen?
Voor het eerst leven we in een tijdperk waarin voldoende mogelijkheden voor vrouwen bestaan om zich maatschappelijk te ontplooien, maar nu ze weigeren zich langer door echtgenoten te laten terroriseren, stellen ze daar direct hun nageslacht voor in de plaats. Want niemand maakt mij wijs dat deze peuters een even grote belasting vormen voor hun vaders als voor hun moeders, die zich te schuldig voelen om daadkrachtig in te grijpen. Het zijn de vrouwen die zich vrijwillig in een nieuwe slachtofferrol laten manoeuvreren.
Ik ken vrouwen die in elke denkbare situatie de - willekeurige - behoeften van hun kind laten voorgaan. Ze zitten aan de telefoon en binnen drie minuten zeurt een peuter om een speelgoedje of een tekening. 'Nou schatje’, hoor je ze dan zeggen, 'ik zal even een tekening voor je maken, maar daarna moet mama weer bellen.’
Je gaat met je vriendin en haar dochtertje uit eten, de bestelling is nog niet gedaan of het kind wordt zonder mankeren getroffen door een aanval van buikpijn. De moeder aarzelt geen moment, werkt in snel tempo haar eten naar binnen om vervolgens de zieke naar huis te vervoeren. Het eerste waar het kind thuis om vraagt is een ijsje.
SCHOTTELNDREIER heeft gelijk. Er waart een spook van terreur door het land. En het treft niet alleen vele ouders; ook hun omgeving is de klos.
Maar ik weiger nog langer twintig minuten aan de telefoon te zitten wachten tot 'Carolientjes tekening klaar is’ of haar oorverdovende gekrijs afneemt. Ik wens niet langer op etentjes uitgenodigd te worden die ik geacht wordt in mijn eentje uit te zitten omdat de enige aanwezige volwassene er na het binnenbrengen van de dampende schalen direct richting kinderkamer verdwijnt om pas tegen elven terug te keren. 'Gek he, dat heeft hij anders nooit.’ Ik ga in staking. Ik kap ermee.
En kersverse ouders die ik verdenk van overmatige passie voor hun kroost, geef ik Monsters van kinderen, draken van ouders cadeau. Als laatste waarschuwing.