KUNST

Kwijlen

Objectified

Objectified is de tweede documentaire van Gary Hustwit, deel van een drieluik dat begon met Helvetica, portret van een lettertype. Hustwit breidt zijn fascinatie uit naar ‘design’ in het algemeen, en fascinatie is een understatement, zo blijkt uit zijn webpagina: ‘Waarom loop ik te kwijlen over een blinkend nieuw stukje technologie, waarom ben ik geobsedeerd door een vijftig jaar oude plywood stoel? Al die spullen, die ik verzamel: wat zegt dat over mij? Heb ik het, au fond, allemaal wel nodig?’ Hustwit plaatst het begrip ‘design’ op een fundamentje dat juist gekozen is: als een zaak van modern consumentisme en persoonlijke expressie enerzijds, en van ongemak over de accumulatie van ‘spullen’ en hun maatschappelijk-ecologische consequenties anderzijds.
Het is een heldere, stijlvolle en interessante film. Er komen zeer vooraanstaande ontwerpers en design-deskundigen langs, van Hella Jongerius en Jonathan Ive (Apple) tot Dieter Rams (ex-Braun) en Paola Antonelli (MoMA New York). De teneur is er een van milde verbazing over het groeiende maatschappelijk belang van design. Dat gaat verder dan alleen maar de bevrediging van persoonlijke obsessies, zoals Hustwit die bij zichzelf bespeurt, of het verlenen van een modieuze en commerciële meerwaarde aan doorsnee producten, zoals in Ikea. Designers zijn inmiddels dé profeten van menselijke identiteit en ontplooiing; zij zouden, volgens Paola Antonelli, dezelfde positie moeten innemen als filosofen in Frankrijk, als de koersbepalende intermediairs tussen publiek en economie, tussen gebruiken en produceren, tussen industrie en ecologie, tussen persoonlijke vrijheid en politiek. Zoals het ontwerperspaar Anthony Dunne-Fiona Raby het noemt: design for debate.
Hustwit stuit al gauw op de paradox die hedendaags design domineert. Een tandenborstel is een tandenborstel, borstel + steel, een ding als alle andere dingen. De mens, echter, heeft een krachtig verlangen aan dat soort voorwerpen bijzondere waarde toe te kennen, die de functie te boven gaat. Hella Jongerius ziet dat zelfs als een belangrijke impuls voor haar praktijk: het maken van voorwerpen die voor de bezitter dezelfde waarde hebben als ‘de stoel van mijn grootvader’ of ‘de vaas van mijn moeder’. Die waarde geldt dan als intrinsiek, en maakt van een gewone vaas een erfstuk, iets wat bewaard en verzameld zal worden. Op die waardetoekenning is uiteindelijk onze hele consumentenheksenketel gebaseerd. Wij verkiezen schoenen met merkje boven schoenen zonder. Daar zit de designer, de tovenaarsleerling, middenin. Zijn toverstokje maakt van een gewone tandenborstel een design-tandenborstel, maar ook die tandenborstel belandt uiteindelijk ergens op een vuilnisbelt.
Hustwit weet er geen oplossing voor. Al snel valt, natuurlijk, het D-woord, duurzaamheid. Voorwerpen zouden niet zomaar moeten vergaan, maar mettertijd juist beter moeten worden, zoals de leren boekentas van je grootvader, die eeuwig mee kan, als je ’m maar af en toe repareert en in het vet zet. Dat impliceert dat de toekomst is aan de reparateurs, niet de designers. Die zullen zich niet zomaar naar de coulissen laten verwijzen, alleen al omdat er kolossale ijdeltuiten (Karim Rashid!) tussen zitten.
Het derde deel van Hustwits trilogie zou misschien kunnen gaan over de vraag of je ook ontwerpen kunt maken die geen intrinsieke waarde pretenderen te hebben, waardoor er een eerlijker en efficiënter relatie tussen mens en object zou kunnen ontstaan. Dat is een filosofische kwestie; wie daarin geïnteresseerd is bezoeke de presentatie The Object Without a Story van twee oud-studenten van de Design Academy Eindhoven, Andrea Bandoni en Joana Meroz, die de kwestie alvast bij de horens hebben gevat.

Gary Hustwit, Objectified. SMART Project Space, Amsterdam (www.smartprojectspace.net), t/m 13 september. The Object Without a Story. The Frozen Fountain, Prinsengracht 645, Amsterdam, vanaf 19 september