Kwijt

Ik ben uitgelachen omdat ik de telefoonnummers die ik in mijn iPhone heb staan ook in een apart telefoonlijstje heb genoteerd. Voor het geval ik ze kwijtraak.

‘Maar ze staan ook in je laptop.’
‘Dat kan zijn, maar als ik ze heb opgeschreven, voel ik me veiliger.’

Ik zie zelf ook wel in dat het misschien overdreven is, want dat telefoonlijstje heb ik al jaren niet gebruikt, anders dan om er telefoonnummers in te schrijven.

Maar het is een extra back-up, een extra verzekering.

Ik ben al mijn hele leven bang dat ik kwijtraak ‘waar het om gaat’. Ik ben ook veel dingen verloren ‘waarom het ging’.

Telefoon, computers, boeken, zelf geschreven aantekeningen van boeken. Sindsdien wil ik van alles twee.

Twee computers, twee telefoons, twee gironummers, twee – altijd een reserve.

Ik heb ook twee memory-keys met dezelfde data.

Het boek met het mooiste omslag vind ik de eerste druk van In de bovenkooi van J.M.A. Biesheuvel. De inhoud komt mij iedere keer ook weer magistraal voor. Nu vond ik laatst weer een eerste druk. Die heb ik meteen gekocht. Die andere kan ik namelijk een keer verliezen. In dat geval gaat het om ‘mooi’.

Met mensen is het anders.

Door eigen schuld ben ik veel liefdes kwijtgeraakt.

En heb ik maar één dochter – ik had er best twee willen hebben. Maar een dochter extra neem je niet om een eventueel verlies te dekken. Dat zou ik eng vinden.

‘Als je van alles twee wilt’, zei mijn dochter, ‘waarom wil je er dan niet drie? Drie is nog beter.’

We voerden een gesprek over mijn verliesangst.

Ze vervolgde: ‘Als je van iets twee hebt, zet je die ook nog eens naast elkaar. Je hebt zoveel dubbele boeken naast elkaar staan dat de kans dat je er twee kwijtraakt bijna net zo groot is als dat je er één kwijtraakt. Als je echt bang bent voor verlies, dan moet je ze op aparte plekken bewaren.’

Het woord reserve vind ik net zo mooi als vrijheid

Daar had ze me.

Ik vertelde haar niet dat ik ook nog een harde schijf met al mijn werk bij een vriendin had.

Wat is voor jezelf van waarde?

Waar gaat het om?

Het is een vraag naar het wezen van de angst. Bij mij is dat onbeheersbaarheid. Verlies van controle. Wat zou er gebeuren als ik alle telefoonnummers die ik heb opeens kwijt zou zijn?

Niets natuurlijk.

Maar ik ben dan onthand. Ik voel me onveilig. Ik schiet te kort. Ik kan niet bellen. Ik kan niet aan verplichtingen voldoen. Er worden verkeerde oordelen over mij geveld.

‘Hij belt niet terug, hij zou terugbellen.’

Allemaal korte kleine angstjes. En wat maakt het uit? Ik bel zo vaak niet terug. Met grote regelmaat gooi ik e-mails weg zonder ze te hebben geopend.

Ik ben een slecht mens.

Ik geniet van ondernemersverhalen. In die verhalen is er altijd een moment waarop de ondernemer een risico nam. Hij had geen verzekering. Geen leuning om vast te houden.

Ik ken dat gevoel. Ik ben daarmee opgevoed, en ik hou ervan. Het is geen thrillseeking. Het is iets anders; het is de mogelijkheid dat er iets groots kan gebeuren, en je weet dat je daarvoor gevaar moet lopen.

Maar paradoxaal genoeg kun je alleen maar iets ondernemen, risico lopen, als je controle hebt. Als je het zelf veroorzaakt.

Toen ik mijn aantekeningen voor een boek was verloren, was ik houvast kwijt. Houvast die ik nodig had om een nieuw boek te publiceren. Denk je maar eens in wat er gebeurt als je je huis niet in kunt wanneer je je sleutel bent verloren en je wéét dat er geen duplicaat is.

Sterker: ik heb altijd twee sleutels bij me.

Het woord reserve vind ik net zo mooi als vrijheid.