Kzzják!

Plannetje voor een experimentele film: hang boven een beroemd schilderij (de Mona Lisa) een camera en registreer de reacties van de bezoekers. Haanstra’s Zoo, maar dan in het museum. Wat Mona Lisa De Hele Dag Ziet.

Vast al eens gebeurd, maar sinds kort is er iets ingrijpends veranderd en zou het een nieuw beeld opleveren. Ik ging het vernieuwde Van Gogh bezoeken, en was stomverbaasd. Niemand kijkt nog naar de schilderijen. Iedereen fotografeert ze. Met mobieltjes, iPads en andere tablets. Bij welk doek ik ook ging staan, in een halve cirkel om me heen hoorde ik hetzelfde geluidsbestandje, de imitatie van een spiegelreflexcamerasluiting. Kzzják… Kzzják… Kzzják…

Ontzettend irritant is dat! Tot overmaat van ramp willen de meeste museumbezoekers ook nog samen met het schilderij op de kiek. Dan staat daar zo’n Rus of Japanner dom te grimassen naast De aardappeleters en krijg je sissend of tongklakkend protest wanneer je door het beeld loopt om de verfstreek van dichtbij te bekijken.

Dat maakt mij pas echt pissig. ’t Is net als in hoofdsteden waar je stilzwijgend geacht wordt voortdurend fotograferenden te omzeilen. Nooit doen. Stoïcijns doorstappen en z’n kiekje verstieren door je pontificaal tussen iemands lens en z’n mokkel op de Ponte Vecchio te plaatsen.

Kzzják… Kzzják… Vaak werpt zo’n camera eerst een rode lichtvlek op het doek. Soms is er een laserpuntje. Soms volgt er een ijzig flitslicht. Kzzják…

Het zal wel weer snobistisch zijn, maar ik had liever dat die mensen dood waren.

Ik snap het ook niet. Op diezelfde telefoon of tablet kun je met één zoekactie in Google Images elk schilderij vinden in een oneindig betere afbeelding dan uit zo’n kzzjákkzzjákflitsding.

Bij de eerste doeken keek ik nog met een verstrooide NSB’ers-blik naar de suppoosten. Dit mág toch niet? Moet u deze mensen niet oppakken en met hun SD-kaartjes hun oren afsnijden of zo? Toen zag ik dat bij sommige doeken, één op de tien, het logo stond van een doorgestreept fototoestel. Die mochten dus niet op de foto, de rest kennelijk wel. Ik was stomverbaasd.

Zoiets hoef je in het Uffizi toch echt niet te proberen. Ik was er een keer met een strenge rondleidster, die in elke zaal waar naar haar smaak te hard gemompeld werd de bezoekers met een ferme, ijzig strenge sis tot stilte dwong. (Mijn reisgenoot en ik imiteerden die sis de hele reis, tot in het vliegtuig terug, en met succes.)

Wat valt er te lachen bij de dood in het volle, verzengende zomerlicht?

Op de bovenste verdieping, bij een van Van Goghs laatste doeken, Korenveld met maaier (1889), gebood een Nederlandse vrouw haar tien- of elfjarige zoontje eronder te gaan staan. Het jochie wilde eerst niet, maar deed uiteindelijk wat hem gevraagd werd, en stond daar, met z’n stekeltjeskapsel en z’n grijze sweatshirt, een tikkeltje bedremmeld, want een halve buslading Aziaten staarde hem aan. Nerveus veegde hij met één gymschoen op de houten vloer, alsof er een stuk kauwgom onder zat.

‘Lachen!’ riep z’n moeder.

‘Mam-ááh…’ smeekte het ventje.

‘Lachen!’ snauwde ze terug.

In één beweging had ik haar een kaakstoot kunnen geven, en op de grond een arm achter haar rug kunnen draaien. Wát nou lachen? Wát nou lachen, hè? Wat valt er nou te lachen bij het Korenveld met maaier? Wat valt er te lachen bij een schilderij gemaakt in een inrichting in Saint-Remy? Wat valt er te lachen bij een schilderij over de dood? Wat valt er te lachen bij de dood in het volle, verzengende zomerlicht? Geef me een mes. Geef me een mes en ik zal je oor afsnijden.

Nou goed, ik liet me een beetje gaan. Ik kom ook niet zo vaak in musea, en het schokte me dat schilderijen zoiets zijn geworden als celebrities met wie je gearmd en breed lachend op de foto gaat. Facebook moet wemelen van de malloten die een big smile opzetten naast Van Goghs zonnebloemen, Cézanne’s appels of Picasso’s hoeren.

Vooral rond die pas ontdekte Van Gogh was het een drukte van belang. Kunstwerken zijn popsterren. En net als zij worden ze omgeven door een hitsige zwerm gloeilichtjes van telefoonschermen.

In een museum hoef je van mij heus niet zo stil te zijn als in het Concertgebouw, maar een basale vorm van respect mag je voor de schilderijen van Van Gogh toch wel verwachten?

Vanuit de tram terug zag ik buiten een affiche voor een tentoonstelling in de Beurs van Berlage, met het zelfportret van Van Gogh die een 3D-brilletje droeg, en schreeuwende teksten. ‘With 7 incredible 3D animations!’ ‘The nr. 1 experience!’ Als we nu eens afspreken dat dáár al die fotograferende bezoekers heen kunnen? Dan kun je in het Van Gogh Museum gewoon weer schilderijen bekijken.