La marianne

ZE IS BEKEND van postzegels, bankbiljetten, borstbeelden en talloze schilderijen. Soms is ze getooid met een lauwerkrans, maar meestal heeft ze een rood mutsje op, de Frygische muts, die bij de Romeinen al een symbool van vrijheid was.

Marianne is sinds eind vorige eeuw het officiele boegbeeld van de Franse republiek. Brigitte Bardot, Mireille Mathieu, Catherine Deneuve en vele andere Franse dames hebben model gestaan voor de bustes die burgemeesters in alle soorten en maten kunnen bestellen. Maar hoeveel Fransen weten dat Marianne geen Parisienne is, maar een meisje uit het rode zuiden? Ze werd in het revolutiejaar 1792 geboren in een Occitaans gedicht van een Zuidfranse schoenmaker.
Na de ‘tweede revolutie’ van augustus 1792 werden overal in Frankrijk standbeelden voor de vrijheid en de republiek opgericht. Bijna zonder uitzondering werden la republique en la liberte als vrouw afgebeeld. Soms als godin van de rede, de skepter zwaaiend, soms als een stralende Isis, maar in elk geval als een van gezondheid blakende vrouw die de vrijheid belichaamde. Deze godin was het middelpunt van pleinen en revolutionaire feesten. Meestal figureerden jakobijnse vrouwen en meisjes in deze ererol. Ze kregen de driekleur aangemeten of werden in een klassiek wit gewaad gehuld, maar ze hadden altijd het rode Frygische mutsje op.
In de negentiende-eeuwse romantiek kreeg de revolutionaire folklore een wilder karakter. De legendarische godin van de vrijheid kreeg een volks uiterlijk. Staf en skepter maakten plaats voor toorts en dolk. Met hangend haar en blote borst wees een jonge vrouw het volk de weg. Nog altijd met haar rode mutsje op. Zo vinden we haar bijvoorbeeld terug op het schilderij La Liberte guidant le peuple (1831) van Eugene Delacroix, dat sinds jaar en dag het Franse briefje van honderd siert.
Tijdens Napoleon en de daaropvolgende restauratie was er natuurlijk geen openlijke republikeinse reclame mogelijk. Maar de godinnen van de vrijheid sluimerden als mythische wezens voort in beeldende kunst en literatuur. Schrijvers en dichters hielden het vrijheidsideaal levend. De hervormingen van 1830 brachten weliswaar niet het herstel van de republiek, maar tijdens het liberale regime van 'burgerkoning’ Louis-Philippe kwam de revolutionaire folklore weer voorzichtig in de openbaarheid. Een goed voorbeeld is de kolossale moederfiguur op het schilderij La Republique van Daumier. De spreekwoordelijke republiek is daarop nog altijd die reusachtige vrouw, maar deze keer zonder de rode muts die te veel aan de jakobijnse terreur doet denken.
VANAF 1792 VERSCHENEN er in heel Frankrijk vrijheidsbeelden, maar voorlopig bleef de vrouwelijke verpersoonlijking van de republiek anoniem. Alleen op enkele plaatsen in Zuid-Frankrijk noemde men de republiek vanaf het begin bij haar naam.
Marianne werd in 1792 in een Occitaans gedicht geboren. In oktober van dat jaar schreef Guillaume Lavabre, een protestantse schoenmaker uit het Zuidfranse Puylaurens, De genezing van Marianne. Lavabre bleef lange tijd onbekend en historici braken zich het hoofd over de herkomst van de roodgemutste Marianne. Pas in 1976 kwam in Puylaurens een kopie van De genezing van Marianne te voorschijn. De originele Occitaanse tekst lag toen al honderd jaar te verstoffen in de Nationale Bibliotheek van Parijs, maar was door historici al die tijd over het hoofd gezien. Een vertaling levert de volgende tekst op:
Marianne, gekweld,/ door een vreselijke ziekte,/ was altijd slecht behandeld,/ en zou van narigheid sterven./ De dokter kon haar niet genezen,/ en liet haar lijden, dag en nacht:/ dan komt het Nieuwe Bewind,/ om haar met een braakmiddel,/ de longen schoon te maken:/ Marianne voelt zich beter, bis./
Het graantje dat de Koning pikt,/ is een fataal medicijn,/ dat het lichaam van gal vervult,/ en de kwaal verslechtert;/ de remedies van Louis helpen niet:/ zo wordt men nooit beter./ Maar een onsje Gelijkheid,/ en een pondje Vrijheid,/ hebben haar de longen goed geschoond/ Marianne voelt zich beter, bis./
De heilzame aderlating komt op 10 augustus,/ en geeft Marianne, zo beminnelijk, weer lust:/ de vervloekte kwaal is snel verdwenen,/ als men zich het eten weer laat smaken:/ een beetje olie van Servan,/ een beetje siroop van Roland,/ hebben haar de longen goed geschoond:/ Marianne voelt zich beter, bis./ Dillon, Kellermann, Custine,/ hebben de jacht geopend op het ongedierte,/ dat haar had kunnen doen stikken;/ en het binnenste van haar ingewanden,/ zal binnenkort bevrijd zijn van het ergste gekrioel;/ de wonderzalf van Dumoriez,/ op de voetzolen ingewreven,/ heeft haar de longen goed geschoond:/ Marianne voelt zich beter, bis./
De belegering van Nice,/ en wat gearresteerde emigranten,/ zijn nodig om het sluwe kwaad te verdrijven,/ de onderwerping van Braunschweig:/ ’s ochtends bij het opstaan,/ en de verdwijning van Claifayt,/ hebben haar de longen goed geschoond:/ Marianne voelt zich beter, bis./
Montesquiou, goed patriot,/ Dokter van Marianne,/ wil haar met marmottevet volledig genezen:/ Anselme, tenslotte, verjaagt het venijn,/ en zet de vaart erin;/ zodat haar lichaam,/ gezuiverd van het kwade gist,/ Marianne, in volle genezing,/ blaakt van gezondheid.
LAVABRES LIED volgt nauwgezet de ontwikkelingen rond de 'tweede revolutie’ van augustus 1792. Na een jaar van hevige conflicten tussen Louis XVI en de Wetgevende Vergadering hadden op 10 augustus extremisten van de Parijse Commune de koninklijke vertrekken in de Tuilerieen bestormd om Louis ten val te brengen. De voortvluchtige koning was bij Varennes gevangen genomen. Een maand later had de pas opgerichte Nationale Conventie het einde van het koninkrijk verkondigd. De Franse Republiek was daarmee een feit en Danton werd haar eerste leider. In het voorlopig Uitvoerend Comite was Danton minister van Justitie, Servan minister van Oorlog en Roland van Binnenlandse Zaken.
Lavabre noemde in zijn Genezing van Marianne het oproer van 10 augustus een 'heilzame aderlating’. Hij was er waarschijnlijk niet van op de hoogte dat het oproer het begin was geweest van bloedbaden en zuiveringen die in de jakobijnse terreur inluidden. Ook andere evenementen en wapenfeiten en de politieke en militaire leiders passeren in het lied de revue. Frankrijk lag in 1792 met alles en iedereen overhoop. Het land was sinds april 1792 in oorlog met Oostenrijk, dat zich gesteund wist door het Pruisische leger. De Pruisen rukten onder leiding van de hertog van Braunschweig via Longwy en Verdun op naar Parijs. Maar de patriotten Kellerman en Dumouriez leidden het Franse leger tijdig naar de Champagne, waar Braunschweig zijn troepen had gelegerd. Na de veldslag bij Valmy trokken de Pruisische legers zich terug en was Frankrijk voor de invasie behoed.
De nieuwe republiek had zo een eclatante overwinning op het grootste leger van Europa behaald. Dit moedigde de Fransen aan tot het behalen van meerdere successen. Markies de Montesquiou veroverde Savoie en Nice op de koning van Sardinie en Custine won terrein aan gene zijde van de Rijn. Tenslotte verjoeg Dumouriez in november de Oostenrijkers uit Henegouwen.
Lavabre schreef zijn Occitaanse dichtregels op het wijsje van de Rejouissance apres la victoire. Dit revolutionaire liedje, beter bekend als Une petite fillette, gaat over een meisje dat op de muren van de Bastille danst. Lavabre woonde in 1792 in het Zuidfranse provinciestadje Revel, maar hij lijkt zeer goed op de hoogte te zijn geweest van de landelijke politiek. Vermoedelijk onderhield hij nauwe contacten met de Societe Populaire in Castres, een van de vele jakobijnse clubs in het landelijke netwerk. Het feit dat hij zijn lied signeerde als Sans Culotte wijst in die richting. Maar er zijn geen documenten die zijn lidmaatschap van een of andere volkssocieteit bevestigen.
Misschien hielden de klanten van zijn schoenmakerswerkplaats hem op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen. Wellicht ook brachten zij uit Toulouse en Castres de revolutionaire kranten voor hem mee, die hij als Frans geschoolde protestant zonder problemen kon lezen. De historicus Christian Laux ziet in Lavabre als protestantse geletterde en ambachtsman op het Zuidfranse platteland een belangrijke schakel tussen de Occitaanse cultuur en de door het noorden opgelegde Franse cultuur.
Volgens Laux was Lavabres lied over Marianne tijdens de revolutie een ware hit. Jammer genoeg valt er over de verspreiding van het lied weinig met zekerheid te zeggen. We weten bijvoorbeeld niet of het tot het uitgebreide repertoire van de revolutionaire feesten behoorde. De verslagen van die feesten melden dat er volop werd gedanst en gezongen, maar geven niet aan om welke liederen het ging.
Over het leven van Lavabre in de jaren voor de revolutie is weinig bekend. Sinds de herroeping van het Edict van Nantes in 1685 werden protestanten weer vervolgd. Sommigen bekeerden zich alsnog tot het katholieke geloof, maar velen vluchtten het land uit. In Lavabres geboortedorp Puylaurens was aan het einde van de zeventiende eeuw de helft van de bevolking protestants. Een eeuw later, in 1788, vormde de protestantse minderheid van Puylaurens nog geen acht procent van de bevolking. Ze werden niet meer bijgeschreven in de katholieke geboorte-, trouw- en begrafenisregisters. Met het koninklijke Edit de Tolerance van 1787 kregen de Franse protestanten weer enkele rechten en vrijheden, maar ze werden pas volwaardige burgers toen de revolutie de mensenrechten grondwettelijk vastlegde.
Lavabres levensloop is na de revolutie moeilijk te volgen omdat hij als zanger van de ene herberg naar de andere reisde. Christian Laux heeft onlangs toch enige sporen kunnen natrekken. Na de revolutie keerde Lavabre terug naar Puylaurens. Hij wilde er onderwijzer worden, maar pakte uit armoede weer het beroep van schoenmaker op. Na enkele jaren van rampspoed verliet hij zijn gezin en vertrok naar Toulouse. Daar zwierf hij nog jaren rond en zong er zijn Franse en Occitaanse liederen waarin hij Napoleon en de Franse koningen bejubelt. Hij stierf in 1845 op negentigjarige leeftijd tussen de daklozen in het armenhuis van Toulouse.
MARIANNE WAS ROND deze tijd al tot een ondergronds bestaan veroordeeld. De revoluties van 1830 en 1848 waren op niets uitgelopen en in 1852 kwam Napoleon III stevig in het zadel te zitten. De republikeinse idealen leefden voort in clandestiene genootschappen die zich Marianne gingen noemen.
Hoe Marianne vanuit Zuid-Frankrijk over de rest van het land uitwaaierde, is niet precies bekend. Maar vanaf 1850 was zij het wachtwoord in de codetaal van de republikeinse genootschappen. De leden noemden zich de kinderen van Marianne en dronken op haar gezondheid. Een van de bekendste - inmiddels socialistische - genootschappen was La Marianne van Trelaze. Dit genootschap stond in 1854 aan de basis van de arbeidersstaking in de leisteengroeve van Trelaze. De staking kwam uitgebreid in het nieuws en volgens de historicus Maurice Agulhon werd Marianne daarmee in een klap in het hele land bekend. Verschillende intellectuelen en journalisten gebruikten sindsdien de naam Marianne als synoniem voor socialisme, republiek en vrijheid. In 1856 schreef Felix Pyat zijn Lettre a Marianne, een pamflet tegen de militaire repressie onder Napoleon III.
Tegen het einde van de eeuw greep Marianne de macht. In de Derde Republiek begon ze in Zuid-Frankrijk de gemeentehuizen binnen te dringen. Langzamerhand werd ze het officiele embleem van de hele Franse natie. De Zuidfransen beeldden haar meestal af met hangend haar, blote borst en voorzien van de bekende rode muts. In de officiele beeldcultuur was ze minder controversieel; op de Franse postzegels ging ze, net als de Romeinse godin Ceres, getooid met een krans van korenaren. Reactionairen plakten de zegel uit protest ondersteboven op hun brieven. In hetzelfde jaar gaf de regering de opdracht voor het ontwerp van een nieuwe apolitieke postzegel. Na de verkiezingen van 1876 hadden de republikeinen de meerderheid in de Kamer van Afgevaardigden. Kort daarop nam de Franse overheid Mariannne op in het officiele repertoire. Dit keer weer met rode muts.
Voor de negentiende-eeuwse bourgeoisie bleef Marianne een 'volkse muts’. Bekende reactionairen, zoals de dichter Verlaine, bespotten haar in alle toonaarden. Maar Marianne had zich inmiddels voorgoed gevestigd als het symbool van de Franse Republiek.
Na de Tweede Wereldoorlog was het De Gaulle die voor zijn Vijfde Republiek weer het hele republikeinse repertoire op de voorgrond bracht. Hij gaf opdracht om Mariannes korenkrans weer te vervangen door de rode muts. De mediarevolutie deed de rest. Filmsterren poseerden a la Marianne.
Marianne is inmiddels volledig opgenomen in de Franse vocabulaire, al geven Larousse en Robert nog altijd een onvolledige definitie. Maar het recente werk van de historici Laux en Agulhon zal daar waarschijnlijk verandering in brengen. In elk geval behoort Marianne tot de standaard wapenuitrusting van menig politicus, satiricus en journalist. Het is zonder meer een spraakmakend meisje.