vanaf 25 juni te zien in het Filmmuseum (Amsterdam)

La piscine

Jacques Deray’s iconische zwembadfilm La piscine (1969) is helemaal geen ‘zomerfilm’, maar een winterfilm vol dubbele bodems en verborgen motieven en valse personages die elkaars spiegel zijn.

La piscine heeft twee verhaalniveaus waarbij werkelijkheid en verbeelding, tekst en subtekst, tegenover elkaar staan, zoals een fotonegatief tegenover een omkeerfilm, of dia, staat. Eerst de dia: een verhaal vol blauw water en verblindende schittering en met zon doordrenkte erotiek, belichaamd door de natte, bruine Alain Delon en Romy Schneider. Dan, het negatief, de éigenlijke, rauwe film: de realiteit van emotionele leegte en fysieke haat in de schaduw van bomen met kale takken en de deprimerende blik van herfstbladeren op het koude wateroppervlak.


Schneider speelt de rol van Marianne, een sensuele vrouw die samen met haar vriend van twee jaar, Jean-Paul (Alain Delon), vakantie viert in een villa met zwembad in de buurt van Saint-Tropez. De openingsscènes, die slechts zo’n tien minuten duren, zijn bepalend voor de beeldvorming van La piscine: oogverblindend verschijnen de lichamen van Romy en Alain in beeld, zij met die ongelooflijk lichte ogen, hij met die katachtige bewegingen en trillende, aangespannen buikspieren. En wanneer ze elkaar aanraken, hebben hun bewegingen iets dierlijks. Zij springt boven op hem, hij krabt haar rug met zijn nagels. De suggestie van wreedheid, zelfs geweld, is een voorbode voor een omslag in hun relatie. En in het verhaal.
Al gauw verandert de zonnige erotiek in iets veel donkerders wanneer Harry (Maurice Ronet) en zijn onwennige dochter Penelope (Jane Birkin) op bezoek komen. Ze zijn het tegenovergestelde van Jean-Paul en Marianne: Harry is een flierefluiter, Jean-Paul een schrijver en intellectueel; Penelope is jong en onervaren, Marianne heeft al heel wat meegemaakt, op seksueel gebied. Door de aanwezigheid van Harry en Penelope is er opeens beweging in het leven van Jean-Paul en Marianne. Beiden, maar vooral Jean-Paul, zien in een spannende relatie met de ‘andere versie’ van de eigen partner de mogelijkheid tot vernieuwing, tot nieuwe mentale en fysieke prikkels.
Regisseur Deray, die later in zijn carrière tamelijk oppervlakkige policiers maakte met Jean-Paul Belmondo en, opnieuw, Delon, verbeeldt in La piscine de tragedie van onmogelijke liefde en onhoudbare erotiek vooral met het visuele motief van tegengestelde perspectieven. Vaak fotografeert hij Jean-Paul en Marianne van achteren terwijl zij praten, waarna een van hen zich omdraait en de scène verder speelt met het gezicht naar de lens gedraaid. Nooit zijn ze naast elkaar te zien, in balans, pratend alsof ze elkaar begrijpen.
Het plezier van La piscine ligt in de omslag in toon, van romantische tragedie naar thriller, die Deray met een briljant gevoel voor filmische timing hanteert. De geestelijke fragmentatie van Jean-Paul wordt bijvoorbeeld voor het eerst duidelijk tijdens een feestje dat Harry in de villa organiseert. Terwijl Marianne vrolijk meedoet, sjokt Jean-Paul met een neutrale, afwezige blik heen en weer tussen de feestgangers die op typisch wilde jaren-zestigwijze dansen. Wat Jean-Paul heeft, de ware liefde, wil hij niet; wat hij krijgen kan, spannende seks met een jong meisje, wil hij ook niet. Deze onhoudbare mentale staat grenst aan psychose, en geweld lijkt de enige uitweg.


La piscine is vanaf 25 juni te zien in het Filmmuseum (Amsterdam), Filmhuis Den Haag en Lux (Nijmegen)