Tussen atheïst en fundi

Laaghangende oordelen

Medium laaghangende oordelen 1

Is het onderscheid tussen een gelovige en een niet-gelovige gradueel of principieel?

Principieel, zegt de gelovige. Na een aanslag, waarbij de dader Allah akbar heeft geroepen, zeggen moslims: dat is niet de islam. Als een moslim zegt een homoseksuele relatie te hebben, zeggen andere moslims: dat is iemand die zich voordoet als moslim, maar hij is het niet.

Voor een atheïst zijn het alle drie moslims, allemaal geloven ze in sprookjes. Hooguit maken atheïsten onderscheid tussen gematigde moslims en jihadi’s, tussen gewone christenen en biblebeltfundi’s.

Gelovigen maken soms onderscheid tussen een atheïst, een agnost en een ietsist, maar in feite zijn ze voor hen allemaal ongelovig.

Maar is ‘de mate’ van iemands geloof dan niet van belang? Ik zou zeggen van wel. Op één hoop gooien is onverschilligheid. Onderscheiden is het begin van serieus nemen.

Hierin vind ik een medestander in de Belgische schrijver Anne Provoost, die gelovigen indeelt volgens een zelf ontworpen religiometer. Een schaal van gelovigheid helpt de ander te begrijpen in zijn anders-zijn.

Veel niet-gelovigen claimen de bescheiden houding. Ze hebben misschien wel het gevoel dat ze betrokken zijn op iets groters, maar dat grotere weten ze niet te definiëren. Dus laten ze het bij dat gevoel. Dat is overigens al een andere positie dan die van de atheïst, die spiritualiteit niet toelaat in het denken over het zijn in de wereld.

Er zijn mensen die dat ondefinieerbare grotere ‘iets’ noemen, of zelfs ‘God’, maar ze vullen dat verder niet in. Zijn deze mensen dan wel gelovig? Een beetje?

Verder gaat het als je die God eigenschappen toekent. Bijvoorbeeld alomtegenwoordigheid, almacht, en alwetendheid. Of menselijke eigenschappen zoals berouw kunnen voelen, tevreden kunnen zijn, boos of liefdevol. Een deel van de gelovigen laat ik hier achter.

Anderen gaan verder. Zij geloven dat die God plannen met ons heeft, al zijn die plannen misschien niet altijd even duidelijk. Voor sommigen zijn die plannen wel degelijk duidelijk, want ze zijn geopenbaard in een heilige tekst. En dan komen ook de regels, beloningen, straffen.

Nog verder gaat het als mensen geloven dat het heilige plan Gods door mensen uitgevoerd dient te worden. Als zij zichzelf zien als een instrument in de handen van God.

Zeggen dat alle religie de wereld uit moet, is onzinnig

Veruit de meeste gelovigen gaat dat laatste te ver. Voor hen is het geloof in het grotere, in God, iets dat hen helpt bij het positioneren van zichzelf in de wereld. Op momenten van tegenslag kunnen zij steun beleven aan hun geloof, maar anders dan de heilige strijders laten zij de ongelovige ongemoeid.

Zeggen dat alle religie de wereld uit moet, is dan ook onzinnig. Zoals het ook onzinnig is om alleen je eigen positie ‘gelovig’ te noemen, en alle andere posities op deze schaal niet.

Het irritante is dat als je gelooft in de ene ware visie op God en het leven alle andere visies principieel verkeerd zijn, oftewel vormen van ‘ongeloof’. De Waarheid duldt namelijk geen varianten. Maar gelovigen zouden mensen die lager op de schaal staan van gelovigheid als medegelovigen moeten erkennen.

Tegelijkertijd valt het niemand op deze schaal kwalijk te nemen dat hij of zij ook voor andere mensen ideeën heeft hoe het leven en God op te vatten. Je kunt nu eenmaal niet zeggen dat iets alleen een waarheid voor jou is, omdat het idee van waarheid een universele geldigheidsaanspraak doet.

Dat is met name een probleem bij gelovigen die eigenhandig Gods plan willen uitvoeren. Uit de praktijk weten we dat het ongelovigen en andersgelovigen zijn die daar het slachtoffer van kunnen worden.

Maar de meeste slachtoffers van terroristische aanslagen in naam van de islam zijn toch juist moslims? Dat is precies mijn punt! Voor de aanslagplegers zijn die slachtoffers geen ware moslims.

In de verdediging tegen deze jihadi’s moeten christenen en niet-christenen dus optrekken met moslims tot en met het midden op de schaal van gelovigheid. Met elke vorm van treiteren (moslim travel ban) en bashen (anti-islam-manifest van de sgp) drijf je vredelievende gelovigen in de armen van de fundamentalist.

Laaghangende oordelen

Hebben christenen en niet-christenen elkaar iets te zeggen? Christenen communiceren vooral onderling, via hun eigen media, zo bewaren ze hun geloof in God. Niet-christenen kijken en lezen niet mee, en voelen niet de behoefte mensen te begrijpen die in ‘sprookjes’ geloven.

Groepsdenken bemoeilijkt bovendien het gesprek. Heeft iemand de groep verlaten, dan is in de meeste gevallen het gesprek voorbij.

Sinds het verschijnen van mijn roman over het gelovige milieu van mijn eigen jeugd word ik echter juist heel vaak uitgenodigd door christenen (van een iets andere signatuur). De afgelopen jaren heb ik niet altijd aan die uitnodigingen gehoor gegeven, ook ik (niet meer gelovig) vond geloof een privé-kwestie. Maar religie is inmiddels weer een publieke zaak. De groeiende zichtbaarheid van de islam in Nederland dwingt christenen en niet-christenen kleur te bekennen, en de politieke macht van partijen die zich beroepen op regels en wetten van God neemt weer toe. De luxe van de onverschillige positie kunnen we ons niet langer veroorloven. Laten we praten.

(Deze column verschijnt ook op het christelijke online magazine cip.nl. Reageren kan daar.)


Franca Treur is schrijver van romans, verhalen, essays en columns. Ze debuteerde met Dorsvloer vol confetti (2009) dat speelt in het bevindelijk gereformeerde milieu van haar eigen jeugd