Laat alles achter je

In juli 1945 heb ik de beste reis van mijn leven gemaakt. De Duitsers waren verslagen, we hadden de rompslomp van de bevrijding achter de rug, er was geen honger meer in ons werelddeel, de grote vakantie was begonnen, de wereld was vrij.

We gaan naar Parijs, zei mijn vriend Albert. Oké, zei ik, maar hoe? Liften natuurlijk! Wat is liften, wordt dat nog gedaan? Je ging langs de kant van de weg staan en stak je duim op, wijzend in de rijrichting. Er stopte een auto, je stapte in en je reed mee tot je er weer uit wilde. Geen berovingen en alles gratis.

We gingen langs de weg staan en binnen een paar minuten stopte er een vrachtauto. Die ging naar Brussel. Een goed begin. We klommen in de open laadbak en ontdekten dat die vol lag met zakken kapok. De zon scheen, van een paar zakken maakten we een soort leunstoelen en in dat zachte supercomfort zijn we naar Brussel gereden. Nooit meer heb ik zo van de puurste vrijheid genoten. In Parijs kwam ik een paar Amerikanen tegen die een geweldig medelijden kregen met this young boy from the occupied territories en me begonnen te vertroetelen. Dat heeft een paar dagen geduurd en toen ben ik weer naar Amsterdam gevlucht. Albert ging verder naar het zuiden.

Er stopte een vrachtauto, we klommen in de open laadbak

Waarom begint een mens te reizen? In beginsel, omdat hij genoeg heeft van het ‘oude vertrouwde’, zijn huis en haard, de klanken en de geuren, alles wat hij blindelings weet te vinden. Op het ogenblik dat hij vertrekt, is hij in feite tot revolutionair geworden. Degene die dat het radicaalst heeft aangepakt is Jonathan Swift (1667-1745). Gulliver’s Travels, het boek dat hem het beroemdst heeft gemaakt, valt te lezen als een minutieuze maatschappijkritiek.

Het begint met de schipbreuk waardoor hij in Lilliput terechtkomt, het land van de kleine mensen die hem door hun organisatievermogen en overtuiging van eigen deugdzaamheid voortdurend de baas zijn. Het loopt goed af. Op zijn volgende reis belandt hij in Brobdingnag, het land van de ‘reuzen zo groot als kerktorens’. Ook geen plezierige ervaringen. De rusteloze reiziger scheept weer in, komt na een treffen met zeerovers terecht in Laputa waar de mensen elkaar met varkensblazen gevuld met erwten op het hoofd slaan als ze elkaars aandacht willen trekken. Ten slotte het land van de Houyhnhnms, bewoond door ongelooflijk beschaafde paarden. Hier voelt Swift zich eindelijk thuis.

Maar hij moet weer naar zijn vrouw en kinderen. Hoe het weerzien verloopt lezen we op de laatste bladzijde van het meesterwerk. ‘Zodra ik binnenkwam nam mijn vrouw mij in haar armen en kuste mij, waarop ik, de aanraking van dat weerzinwekkende dier al zoveel jaren ontwend, in een flauwte viel die bijna een uur duurde. Het eerste jaar kon ik mijn vrouw en kinderen niet in mijn aanwezigheid dulden, want alleen hun lucht was voor mij niet om te harden.’ Het blijft een eigenaardig slot voor een van de boeiendste, vernuftigste reisverhalen uit de westerse geschiedenis.

Tast het uw humeur aan? Probeer iets heel anders: Voyage autour de ma chambre van Xavier de Maistre (1763-1832), een Franse officier die tot huisarrest werd veroordeeld nadat hij in een duel de regels had overtreden. Hij gaat op reis in zijn eigen huis, ontdekt zijn eigen verleden en valt van de ene verbazing in de andere. Meeslepend. Een voorbeeld. Pak uw koffer!