‘laat hem sterven’

Negen geheime diensten en een enorme politiemacht waken over Kroatië. Maar nu president en autocraat Franjo Tudjman op sterven ligt, lijkt het met de rust gedaan. ‘Het beste waar we op mogen hopen is dat er geen burgeroorlog komt.’

ZAGREB - Boer Marko Maroje weet het zeker: het was Josip Broz Tito die op een mistige Sint-Jozefsdag in 1995 voor de kust van Novi Grad langszij kwam aangemeerd op zijn jacht de Galeb. Ten overstaan van de verzamelde pers in Zagreb houdt Maroje het ijzerenheinig vol: ‘Tito zag er schitterend en sterk uit. Hij stond op de plecht van zijn schip, met een sigaar in zijn hand. We praatten een tijdje. “Hoe staat het er bij jullie nu voor?” vroeg hij. Ik antwoordde: “Niet zo goed, maarschalk.” Mijn boeren-collega’s op het eiland verklaarden me voor gek. En journalisten vroegen me of ik soms ook Benito Mussolini of Ante Pavelic rond heb zien varen. Die twee fascistische dwazen, die ons land verpachtten aan de Italianen en de Duitsers! Geef toe, Tito was van een heel ander kaliber. De maarschalk was een legende, een meester van zijn tijd.’
Regisseur Vinko Bresan gebruikte de Tito-verschijning als basis voor zijn komische speelfilm Marsal, die vorige week in Zagreb in première ging en die door de HTV, de Kroatische staatstelevisie, mede werd gefinancierd. Partijbonzen van de HDZ, de regerende partij van de op apegapen liggende dokter Franjo Tudjman, verordonneerden dat er in deze weken geen enkele reclame voor de film mag worden gemaakt. Het is niet zozeer de komedie zelf als wel de timing die voor de nationalistische politici roet in het eten gooit. De film komt ongelegen, net nu de verkiezingen voor de deur staan. Tito was een communist, en de partij wil iedere mogelijke vonk van joegonostalgie bij voorbaat de kop indrukken. Het zou de Sociaal-Democraten en andere linkse oppositiepartijen alleen maar in de kaart spelen.
DE HEISA ROND de film Marsal toont aan hoezeer (naar Byzantijns gebruik) cultuur en politiek, religie en absurditeit in Kroatië nog steeds met elkaar vermaagschapt zijn. Ook al laten de Kroaten geen gelegenheid onbenut om hun afstand tot de vermaledijde, ondemocratische Balkan te benadrukken (om de vijftig meter tref je in Zagreb wel een restaurant of winkel met de hoopvolle naam Euro en voorzien van een diepblauwe luifel of uithangbord met gele sterretjes), de praktijk is wel anders.
Neem alleen al de toestand van het ondode presidentiële spook, dat in het Dubrava Hospitaal ligt opgebaard, in een buitenwijk van de hoofdstad. Al zes weken lang is er een hele verdieping voor de wegkwijnende vader des vaderlands gereserveerd. Tudjman is ten gevolge van darmkanker, infecties, interne bloedingen en hartproblemen in coma geraakt en wordt met behulp van een flinke batterij beade mingsapparatuur en andere slangenconstructies kunstmatig in leven gehouden. Drie teams van artsen zijn dag en nacht met hem in de weer.
Voor de ingang van het bosgroene modernistische gebouw, in de ijskoude decemberwind, staat al wekenlang iedere dag een verkleumd legertje van paparazzi te wachten op een verklaring van de medische staf. Meer dan plichtmatige, nietszeggende berichten dat 'de president nog altijd vecht voor zijn leven’ of dat 'zijn toestand uiterst kritiek is’ krijgt het niet te horen. En verder dan de hal komen de heren en dames reporters nooit. Als een lid van de familie Tudjman het hospitaal nadert of verlaat, klinkt voor de hoofdingang een opgewonden gefluister en het geklak van vlugge voetstappen. Met Nikon of blocnote in de hand schieten de journalisten als hongerige roeken af op het sombere, hulpeloze gezelschap. Iedere dag zijn het dezelfde kiekjes en dezelfde, nutteloze spionage-achtige notities die de kranten vullen:
'9:05 - zoon Miroslav verlaat het hospitaal na weer een nacht bij zijn vader te hebben gewaakt.’
'10:12 - aankomst van Ankica Tudjman met dochter Nevenka.’
'12:47 - vertrek van een zorgelijk kijkende Ankica en Nevenka.’
Omdat de veiligheidsdiensten mijn gezicht nog niet kennen, lukt het me het hospitaal binnen te dringen. De dame van de kantine op de eerste verdieping zegt chagrijnig, als ik vraag of de president volgens haar nog leeft: 'Mij vertellen ze nooit wat. En als u het echt wilt weten, gaat u zelf maar kijken op de zevende verdieping. Daar ligt hij.’
Ik volg haar aanwijzing op en wacht tot het rustig is bij de lift. Dan druk ik op de knop van de zevende, hoor hoe de deuren zich zoemend sluiten en even later weer openen. Ik stap naar buiten en loop in de richting van de intensive care waar Tudjman zich moet bevinden, achter een glazen wand; aan de slangen en het zuurstof. Een agente in burger veert op vanuit een hoek. Foeterend drijft ze me terug de lift in. 'Leeft de president nog?’ vraag ik voor de deuren sluiten. Het enige wat ik te horen krijg is een afgemeten: 'Go to hell.’
DE HDZ, TUDJMANS partij van de Democratische Unie, is er alles aan gelegen het nieuws van de dood van de president pas zo laat mogelijk bekend te maken. De partij moet en zal met Tudjman als lijsttrekker de verkiezingen ingaan, die voor de derde januari zijn aangekondigd. Zonder Tudjman is de partij reddeloos verloren, omdat de overige politici van de HDZ door een meerderheid van het volk worden geminacht. 'Het zijn parasieten’, aldus een straattheatermaker die een petitie organiseert op het Ban Jelacicplein in het centrum van de stad, 'de politici misbruiken het lijk van hun leider om te overleven als machthebbers.’
Voor velen is een Kroatië zonder de vader des vaderlands vooralsnog ondenkbaar, een HDZ zonder Tudjman is dat al helemaal. Achter de muren van het partijbureau op de heuvel Kaptol woedt niet alleen een felle machtsstrijd, de partij zelf dreigt uiteen te splijten in een drietal facties die elkaar naar het leven staan en die enkel door het dwingende charisma van hun leider bijeen konden worden gehouden. Tudjman kan de komende tijd in alle rust vervullen wat hij altijd al gewild heeft, getuige het feit dat hij nooit ook maar een vice-president heeft willen benoemen: regeren tot over zijn graf.
Interim-president Vlatko Pavletic, de voormalige voorzitter van het parlement, regeert als een angstige acoliet die bang is dat zijn baas toch nog plotseling zal ontwaken uit zijn coma. Het decreet waarin de datum van de aanstaande verkiezingen is vastgelegd, wenste hij pal onder het staatsieportret van Tudjman te tekenen. Pavletic heeft herhaalde malen verklaard dat hij enkel besluiten neemt namens, en niet in plaats van de president. Het bericht van Reuters dat Pavletic van plan is een punt te zetten achter het autocratische regime van Tudjman sprak hij ’s anderendaags meteen tegen.
'Of de president nu dood is of niet, er zal niets veranderen zolang niet is aangekondigd dat hij dood is’, zegt sciencefictionschrijfster Milena Benini-Getz in de kleine woonkamer van haar appartement in het centrum. 'Het doodsbed van de president maakt de dingen wel ingewikkelder, omdat in dit autocratische regime alles door de president goedgekeurd en getekend moet worden. De dingen liggen nu volledig op hun gat en er is veel onzekerheid. Ik heb weinig hoop voor de toekomst. Dit land zit zo diep in de problemen dat zelfs als de verkiezingen op 3(januari gewoon doorgaan, we nog altijd tien jaar nodig zullen hebben om de crisis te boven te komen. Het beste waar we op mogen hopen is dat er geen burgeroorlog komt.’
IN DE STRATEN van Zagreb patrouilleert ongewoon veel politie, zelfs voor een politiestaatje als Kroatië, dat op viereneenhalf miljoen inwoners een even groot geüniformeerd korps heeft als heel Duitsland (tachtig miljoen inwoners) - plus een negental afzonderlijke geheime diensten. Een onschuldige demonstratie van een handjevol op straat gezette werknemers van een warenhuis wordt uiterst scherp in de gaten gehouden door een overdonderende politiemacht die de kleine meute ervan weerhoudt naar het Ban Jelacicplein op te marcheren. De arrestatiewagens staan al klaar in een zijstraat.
Zaterdag weerklinkt in de binnenstad in alle vroegte een explosie. Het is niet het kanonschot dat ieder middaguur vanaf de burcht op de heuvel Gornji Grad wordt afgevuurd, maar het blijkt te gaan om een bloedige afrekening binnen het maffiamilieu. Criminelen uit Herzegovina proberen Vjeko Slishko, de pokerkoning van Zagreb, met een bazooka uit de weg te ruimen. De pokerkoning overleeft de aanslag maar het lichaam van een onschuldige voorbijganger wordt door een ontploffende granaat in tweeën gereten.
De politie grijpt de komende uren fors in. Met veel vertoon worden honderd arrestaties verricht en de binnenstad verandert in een Sperrgebiet waarbij sluipschutters plaatsnemen op de daken van de huizen en politiediensten en militairen de straten barricaderen. Het lijkt wel oorlog. De geknevelde verdachten worden voor het oog van de inderhaast opgetrommelde cameraploegen weggedragen door gemaskerde anti-terreureenheden. Precies als in een strip van Asterix en Obelix: met de hangbuiken naar beneden, aan handen en voeten gedragen door spierbundels. De advocaten die achter hun gemangelde cliënten aandribbelen, roepen verontwaardigd uit: 'Dit is een komedie! Dit is een schande! Deze farce geschiedt enkel met het oog op de verkiezingen! We willen de minister van Justitie onmiddellijk spreken!’ Hun eis wordt genegeerd en de raadslieden worden zelfs niet tot de hal van het gerechtsgebouw toegelaten.
ALJOSHA PUZAR, een universitair docent uit Rijeka die de afgelopen twee jaar is geschaduwd door een geheim agent van het Bureau voor de Bewaking van de Constitutionele Orde, omdat hij durfde te publiceren over de literatuur van minderheden in zijn land, geeft commentaar op het gewelddadige vertoon: 'De politie wist al jaren wie die maffiabazen waren, maar nu de verkiezingen in aantocht zijn, wil de aan de HDZ gelieerde politie zich voordoen als de partij die met succes de criminaliteit bestrijdt.’
Aljosha wijst op een poster die hij in een antiquarische boekhandel heeft opgehangen: Volim Hrvatsku! - Ik houd van Kroatië! Vervolgens wijst hij op de handtekening onder de tekst: Al Capone. 'Tudjman is een probleem, maar hij is niet het enige probleem van dit land. Het grootste probleem is dat we door de oorlog en dit autocratische regime nog altijd niet de overgangsfase achter ons hebben gelaten die Hongarije, Tsjechië, Polen en Slovenië wel voorbij zijn. Ons allergrootste probleem is de algehele corruptie. Het is een kwestie van mentaliteit. De mensen hebben te lang in opeenvolgende ondemocratische systemen geleefd. De afgelopen jaren zijn we er niet in geslaagd een democratisch bewustzijn te kweken. We waren vrij om te praten, maar helaas werden we gevangenen van onze eigen nationalistische mentaliteit. De dood van Tudjman kan misschien een symbolische betekenis hebben. Maar voor snelle verbeteringen is de mentaliteit van de mensen nog te zeer geconstipeerd.’
Volgens Mario Kavac van de straattheatergroep Schmrtz, is president Tudjman al een week geleden overleden, maar wordt zijn dood angstvallig geheimgehouden. Net als in 1980 geschiedde met maarschalk Tito, die tachtig dagen in een koelcel heeft gelegen tot eindelijk zijn opvolging was geregeld. 'Voorlopig is Kroatië nog een politiestaat waarin de angst domineert’, zegt Kavac. 'De grote vraag is of de HDZ het zal accepteren als ze de verkiezingen verliest, of met hulp van de politie terreur zal gaan uitoefenen om het land onder controle te houden. Ik ken veel mensen die van plan zijn om direct na de verkiezingen het land te verlaten, uit voorzorg. Vrienden van me maken molotovcocktails om de politie zo nodig te lijf te gaan. Confrontaties zijn niet te vermijden, met zoveel politie die overal aanwezig is. Alle burgers worden nu al voortdurend gevraagd zich op straat te legitimeren. Ook al is de rode ster op hun pet vervangen door het geblokte symbool van Kroatië, de mentaliteit van de politie is niet veranderd.’
IN EEN klein flatje in het oosten van Zagreb worden stapels binnengedragen van het tijdschrift No-Mad. Het laatste issue is vers van de drukker. Het omslag is pikzwart, als een rouwkaart; een grafisch grapje dat verwijst naar de toestand van de pre sident. In het tijdschrift staat een ranglijst van de 'heroes of the nineties’ boven de 'fools of the nineties’. De lezers gaven Tudjman een tweede plaats in de lijst van de helden, achter Kurt Cobain. Op de lijst van de dwazen is de president een eerste plaats gegund. Mattias, de jonge zanger van een rockband, die het redactielokaal komt binnenvallen, vertelt de laatste roddel over de hele familie Tudjman die bij een kleermaker rouwkleding heeft laten bestellen.
Sladjana Bukovac, een tv-journaliste die werkt voor de staatsomroep HTV, zegt: 'De situatie is kritiek, want we weten niet wat er gaat gebeuren als Tudjman werkelijk dood is verklaard. We hebben geen geld, geen middelen, we hadden een vernietigende oorlog toen we twintigers waren. Nu zijn we dertig en we zijn nog altijd ver achter bij de rest van Europa. Het is tijd dat we concrete bewijzen zien dat het leven verbetert.’
Het gros van de mensen in Kroatië staat ondanks de misère behoorlijk onverschillig tegenover het politieke lot van het land en het nakende overlijden van de president. Barbier Lala uit Rijeka verwoordt het als volgt: 'Als meneer Franjo nog wat langer leeft is het oké wat mij betreft. Haren en baarden groeien ongeacht de situatie. Haar is haar, in een democratie net zo goed als in een dictatuur. Voor mensen met werk is de toestand oké. Voor mensen zonder werk is de toestand rampzalig.’ Vedrana Simicevic, een studente psychologie en journaliste van het dagblad Novi List, is het daar niet mee eens: 'Als Tudjman sterft, zal Kroatië een betere plek worden om te leven. Tudjman heeft Kroatië veel kwaad gedaan. Hij heeft het land naar de afgrond gebracht en ons tot de risee van Europa gemaakt. Kroatië is een bananenrepubliek geworden. We staan nog zó ver af van de rest van de westerse wereld.’
De voetbalsupporters van Zagreb en Rijeka lijken haar gelijk te geven. Tijdens de zondagse wedstrijd scanderen ze in koor: 'Laat hem sterven! Laat Tudjman sterven! Dood aan Tudjman!’
'De mensen hebben echt genoeg van Tudjman en het regime’, zegt Vedrana. 'Maar ze weten niet hoe zich te uiten. Dus doen ze het op deze onbeholpen wijze. Tudjman zou een paar jaar geleden het veld hebben moeten ruimen. Het is spijtig dat hij zo moet wegkwijnen. Als hij wat eerder afstand had gedaan van de absolute macht, dan zou hij door iedereen hier als een groot staatsman worden gezien. Misschien wel de grootste in de Kroatische geschiedenis.’