Laat je gelden

Jenny Offill wisselt in Weersverwachting, over sociale verhoudingen in tijden van klimaatverandering, ironie af met oprechtheid. De perfecte mix tegen onverschilligheid.

Jenny Offill schrijft secuur, in korte en bondige zinnen © Christopher Lane / Guardian / HH

De Amerikaanse schrijver Jenny Offill bezit het talent om geestig te schrijven over de vertwijfeling en angsten van haar hoofdpersonen. Haar roman Dept. of Speculation uit 2014 over een bedrogen vrouw is zowel grappig als treurig, net als haar nieuwe roman Weather, in het Nederlands vertaald als Weersverwachting.

Dept. of Speculation (Verbroken beloftes_ was de lelijke Nederlandse titel) behoort tot een van de sterkste romans die de afgelopen jaren zijn verschenen. De fragmentarische vorm was niet nieuw, de Amerikaanse schrijvers Renata Adler (Speedboat en Pitch Dark), Elizabeth Hardwick (Sleepless Nights) en Mary Robison (Why Did I Ever) schreven al eerder puntgave pointillistische romans. Dat fragmentarische oogt nonchalant, maar die nonchalance is verraderlijk, want de scheidslijn tussen een fijnzinnig, poëtisch fragment en een lompe en larmoyante passage is bedrieglijk dun. Het vele wit waarmee de zwarte fragmenten zijn omringd, zorgen voor een pauze, die het geschrevene nog eens extra benadrukt en dus kan een kleine misstap, een verkeerde woordkeuze of een stroeve zinsconstructie aanzienlijke gevolgen hebben.

Maar de romans van Adler, Hardwick en Robison zijn naar binnen gekeerde boeken; het zwaartepunt ligt bij het innerlijk van de ik-vertellers; de fragmenten zijn een weergave van de gedachten en gevoelens van de zwaarmoedige personages. Dept. of Speculation is verwant aan deze romans, maar onderscheidt zich vanwege de tragikomische toon. De droge humor waarmee Offill de droefgeestigheid van de naamloze ik-verteller regelmatig beschrijft, zorgt ervoor dat de geconcentreerde, compacte roman niet verstikkend is. Bovendien behandelt Weersverwachting niet alleen de gevoelens en gedachten van hoofdpersoon Lizzie. Anders dan in Dept. of Speculation beschrijft Offill in dit boek indirect ook de sociale wereld, de turbulente hedendaagse politieke situatie en het grootste en belangrijkste probleem dat de mens nu kent, de klimaatverandering.

Lizzie werkt als bibliothecaresse, al is ze daar niet voor opgeleid; haar proefschrift heeft ze nooit afgemaakt. Ze is moeder van Eli en getrouwd met Ben, een classicus die nu computerspelletjes maakt. Daarnaast speelt ze ook nog de therapeut voor haar drugsverslaafde broer die worstelt met zijn vaderschap. Haar voormalige promotor Sylvia is een klimaatwetenschapper en een populaire podcastpresentator. Op Sylvia’s verzoek gaat Lizzie haar helpen met het beantwoorden van de vele e-mails die ze ontvangt. Lizzie vergezelt Sylvia regelmatig tijdens de reizen die ze maakt om lezingen te geven. ‘Er wordt me gaandeweg iets duidelijk: mensen zijn het spuugzat om weer een lezing te krijgen over gletsjers. “Luister, dat verhaal ken ik nou wel”, zegt een man met een rood gezicht. “Maar wat zijn de gevolgen voor het Amerikaanse weer?”’

In de handen van Offill is ironie nog altijd het effectiefste stijlmiddel om onzin te ontmantelen. Het doelwit van de ironie, dat wat wordt geridiculiseerd, is in deze passage de nationalistische manier van denken. De vluchtige beschrijving van het gezicht van de man en wat hij zegt creëren een treffend beeld: hij heeft zich zitten opwinden tijdens de lezing van Sylvia, zijn gezicht is rood aangelopen van verbetenheid en hij moet en zal gebruikmaken van zijn recht om te spreken.

Bij de supermarkt hangt een briefje op de deur: ‘No politics, please’

Met betrekking tot klimaatverandering zijn er activisten, ontkenners en rokers: de laatsten weten dat hun beslissingen en handelingen schadelijk zijn, maar gaan er toch mee door omdat de gevolgen niet direct merkbaar zijn. En dan zijn er nog mensen als Lizzie die zich bewust zijn van het probleem, maar niet weten hoe ze moeten handelen: ‘Ik vraag me voortdurend af hoe we die angst kunnen omzetten in actie.’ Kennis over klimaatverandering lijkt juist een verlammende uitwerking te hebben. En het probleem is zo groot en dringend dat Lizzie verandert in een doemdenker.

Op een subtiele manier beschrijft Weersverwachting de menselijke verhoudingen in de hedendaagse gepolariseerde wereld. Zo vertelt Lizzie aan het begin van de roman dat ze al bijna twee jaar moeite doet om Nicola te ontlopen, omdat haar levensstijl Lizzie niet aanstaat. Meer dan vijftig pagina’s later, zonder dat haar naam in de tussentijd is gevallen, zegt Lizzie: ‘Vandaag zag ik Nicola voor de drogist staan, maar voordat ik kon handelen glipte ze al naar binnen. Later viel het kwartje. Ik kan haar onmogelijk alleen door toeval al die jaren hebben ontlopen. O god, de moeder van Eli! Dat deugmens, die wil dat je weet dat ze op een openbare school heeft gezeten en dat de koplamp van haar auto met ducttape op zijn plek wordt gehouden.’

Trump wordt verkozen, maar niet bij name genoemd in de roman. De polarisatie is overal doorgedrongen; een supermarkt heeft een briefje op de deur geplakt met de tekst: ‘No politics, please’. Als Mevrouw Kovinski Lizzie de zondagseditie van The New York Times brengt, zegt ze veroordelend: ‘Ik zie dat jij je lasterkrant hebt ontvangen.’ Lizzie ontwijkt nu ook mevrouw Kovinski. Het politieke wordt zo op een geraffineerde manier persoonlijk.

Onenigheden of geschillen worden niet meer uitgepraat, de posities zijn duidelijk en onveranderlijk: elk oordeel is een veroordeling. En veroordelen is gemakzuchtig, het is een excuus om niet in actie te komen. Het opschorten van oordelen zorgt voor mededogen en dus voor actie en de gelovige moeder van Lizzie is hiervan het beste voorbeeld. Zij koopt sokken om uit te delen aan de daklozen die ze tegenkomt. Zij leeft volgens de woorden van Epictetus die Ben boven zijn bureau heeft geplakt: ‘Je bent geen onverschillige toekijker/ Laat je gelden.’

Offill excelleert als ze ironie combineert met oprechtheid, zoals in de passages waarin Lizzie vertelt over haar huwelijk en de opvoeding van haar zoontje. ‘Een laatste sprintje over de speelplaats en we zijn nog net op tijd. Ik ben buiten adem, bezweet, bedroefd. Ik druk een kus op Eli’s hoofd in een poging de haast eruit te krijgen. Waarom heb ik niet meer kinderen genomen, zodat ik meer kansen zou hebben?’ De laatste zin is ironisch, maar ook weer niet. Lizzie is kwetsbaar, maar in de vorm van een grap: ze is ‘bedroefd’ en onzeker of ze wel een goede moeder is.

De taal van Offill is secuur en geconcentreerd door de korte en bondige zinnen. Toch is Weersverwachting minder intens en intiem dan Dept. of Speculation. Offill speelt regelmatig met vuur en soms brandt ze haar vingers; dan zijn de fragmenten losse flodders of de grappen wat te geforceerd. Maar door de wisselwerking van humor en ernst, die fijne combinatie van ironie en oprechtheid, is Weersverwachting een doeltreffende roman tegen onverschilligheid.