Cijfers eindexamen structureel te hoog

Laat je nakijken

Op dit moment worden de centrale eindexamens nagekeken. Een structureel probleem blijft onder­belicht: door slordige correctie slagen ook dit jaar veel leerlingen ten onrechte voor examen­vakken.

Medium 12395260

Na klachten van hbo-instellingen en universiteiten over het niveau van eerstejaarsstudenten heeft de overheid de eindexameneisen voor dit jaar verscherpt. Dat moest het vertrouwen in de waarde van het middelbareschooldiploma vergroten. Sinds vorig jaar moeten kandidaten voor alle vakken op het centraal examen gemiddeld een 5,5 of hoger halen. Voor havo en vwo komt daar dit jaar de eis bij dat scholieren niet meer dan één vijf mogen hebben voor de kernvakken Nederlands, Engels en wiskunde. Maar de waarde van diploma’s staat of valt met het vertrouwen in de examinering. En bij de beoordeling van examenwerk gaat veel mis. Eindexamens moeten dubbel worden nagekeken, zo schrijft de wet voor. De eerste keer door de eigen docent, vervolgens – net zo volledig en nauwkeurig – door een vakcollega van een andere school. Die check door de tweede corrector is hard nodig, want docenten kijken hun eigen leerlingen soms ‘onverklaarbaar toegeeflijk’ na, zo blijkt uit een recent onderzoeksrapport van examenmaker Cito (Praktijk van de eerste en tweede correctie).

De onderzoekers lieten onafhankelijke derde correctoren ruim zeshonderd examens uit 2011 (vmbo, havo, vwo) van verschillende vakken opnieuw nakijken. De cijfers werden vervolgens vergeleken met die van de eigen docenten. Voor elk van de onderzochte vakken bleek het cijfer van de eigen docent hoger. Als docenten geschiedenis hun eigen havo-leerlingen nakijken krijgt 77 procent een voldoende, bij onbekende beoordelaars zakt dat naar 47 procent. Dat betekent dat ruim achtduizend kandidaten geschiedenis extra een onvoldoende zouden halen voor de centrale eindtoets.

Het verschil wordt niet veroorzaakt door een gebrek aan discussie tussen de correctoren. Ook bij overleg over de puntentoekenning valt het cijfer lager uit. Het gemiddelde cijfer voor het havo-examen geschiedenis keldert dan van een 7,1 (eigen docent) naar een 5,4 (externe beoordelaar). Bij grote discrepanties liegen de verwijten jegens de soepele docenten er niet om: ‘een gebrek aan integriteit’ en ‘opportunistisch-strategisch beoordelingsgedrag’, zo valt te lezen in het rapport.

Tweede correctoren zijn dus onmisbaar voor een betrouwbaar, eerlijk eindexamencijfer en een waardevast diploma. Maar ze doen hun nakijkwerk steeds slordiger. Twee op de drie tweede correctoren keken in 2011 niet na volgens de regels, terwijl in 2005 slechts 35 procent slordig corrigeerde.

‘Onacceptabel’, noemde staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker (vvd) de slordige tweede correctie in maart in een brief aan de Kamer. Het vertrouwen in de beoordeling moet voorop staan. Er volgden maatregelen die bij de examens van dit jaar moesten zorgen voor betrouwbare cijfers.

Dekker beloofde schoolleiders aan te spreken op het ‘faciliteren van de tweede correctie’. De beoordeling bezorgt sommige docenten namelijk nachtwerk, vooral bij examens met veel open vragen. Een docent maatschappijwetenschappen rekent uit dat ze negentig uur kwijt is aan de integrale tweede correctie van drie examenklassen: ‘Hoe moet ik dat doen in een week tijd? En waarom zou je dat voor niets doen?’ Ze kijkt noodgedwongen slechts enkele vragen na, en wil uit angst voor de inspectie anoniem blijven.

Het aanspreken van schooldirecteuren heeft geen effect, blijkt nu. Op één rector na laten schoolbestuurders uit het hele land weten dat ze hun werknemers geen extra uren bieden. ‘De lessen aan eindexamenklassen vallen uit. Docenten krijgen dus voldoende tijd om het eigen werk en dat van andere scholen na te kijken’, zo stelt directeur Wim Huiberts van het Clusius College in Castricum.

Geconfronteerd met dit argument over de lesuitval rekent wiskundedocent Ger Goessens voor: ‘Tijdens de examenperiode vallen tien lesuren van mij uit, maar daarvoor in de plaats moet ik 10,5 uur surveilleren. Waar zit de tijdwinst?’

Tijdnood ontstaat ook als de tweede correctoren het nakijkwerk pas laat ontvangen. De staatssecretaris kondigt daarom experimenten aan om de antwoorden eerder bij de tweede correctoren te bezorgen, bijvoorbeeld door ze direct in te scannen. Maar navraag leert dat de pilots pas in 2014 zullen plaatsvinden. De nakijkprocedure voor de examens in 2013 is ongewijzigd, net als de tijdsdruk.

Het ‘faciliteren’ waar Dekker het over heeft, blijkt net zo min uit de financiële compensatie. Tot 2007 konden docenten maximaal 39,71 euro declareren voor al hun tweede-correctiewerk, sindsdien mogen scholen zelf de vergoeding bepalen. Uit een rondvraag onder schoolleiders blijkt dat ruim tachtig procent niets betaalt aan de tweede correctoren. Een docent Nederlands legt uit wat dat voor hem betekent: ‘Gratis in de drukste periode van het jaar een extra dag aan het werk voor een andere school? Daar pas ik voor.’

De enkele school die wél een vergoeding biedt houdt het oude normbedrag aan van € 39,71. Bij gemiddeld een half etmaal corrigeren komt dat neer op 3,30 euro per uur, vergelijkbaar met het minimumuurloon van een zeventienjarige. Zo’n vergoeding maakt slordig nakijken vanzelfsprekend, vindt een leraar op het forum van vakbond Leraren in Actie (lia): ‘If you pay peanuts, you get monkeys.’

De staatssecretaris zou scholen erop wijzen dat de correctie volgens de regels moet gebeuren en belooft verscherpt toezicht op de tweede correctie. Maar volgens een bron binnen de Inspectie voor het Onderwijs valt helemaal niet te controleren of een tweede corrector zorgvuldig heeft nagekeken. Dat wordt tegengesproken door inspectievoorlichter Jan-Willem Swane. Meer inspecteurs zijn er dit jaar niet ingezet, maar de tweede correctie krijgt wel ‘extra aandacht’ van de toezichthouder. Swane wil niet vertellen hoe die controle plaatsvindt.

Wat is het gevolg als blijkt dat het nakijkwerk niet volgens de regels is uitgevoerd? Dan kan de tweede corrector rekenen op een stevig gesprek, aldus de inspectievoorlichter.

Blijft over: een geel gearceerde regel die is toegevoegd aan de nakijkinstructie: ‘Let op! Het is uitdrukkelijk volgens de wet de bedoeling dat de tweede corrector al het examenwerk integraal nakijkt.’ De bepaling heeft geen effect, zo blijkt uit een rondvraag onder correctoren op verschillende scholen. Een aanzienlijk deel bekent ook dit jaar slechts enkele vragen na te kijken, want ‘anders is er geen beginnen aan’. De wetsovertreders bevinden zich onder docenten filosofie, aardrijkskunde, geschiedenis, economie, management organisatie, biologie, klassieke talen en wis- en natuurkunde.

Centraal schriftelijke eindexamens hebben een aantal voordelen ten opzichte van schoolexamens: ze maken de prestaties van scholen inzichtelijk, bieden leerlingen gelijke kansen en zorgen voor betrouwbare en landelijk gelijkwaardige diploma’s. Maar in Nederland keurt de slager zijn eigen vlees, en de controle op die keuring hapert. Drie decennia eerder constateerde Cito-onderzoeker Piet Sanders dat al: ‘De huidige procedure, waarbij de eigen docent door een tweede corrector gecontroleerd wordt, [biedt] geen oplossing voor mogelijke bevoordeling of benadeling.’

De prikkel om goed na te kijken ontbreekt bovendien: ‘Doe je niets en stuur je het werk met een handtekening terug? Prima; je bent klaar en je kunt met vakantie. Span je je een halve dag in, kom je erachter dat de eerste corrector heeft zitten slapen of te soepel is geweest, moet je het eens zien te worden met die eerste corrector: al met al een volle dag werk. Is er iemand die dat ziet of waardeert? Aldus de retorische vraag van een docent natuurkunde op het forum van lobbyvereniging Beter Onderwijs Nederland (bon).

Sterker nog, veel scholen zitten helemaal niet te wachten op kritische docenten. Illustratief is de oproep van een Amsterdamse middelbare school in haar personeelsblad, vlak voor de start van de eindexamens. De bemiddeling bij onenigheid over de puntentoekenning kostte de schoolleiding de afgelopen jaren veel tijd en energie. Daarom wordt eindexamendocenten dringend verzocht ‘er vooral met de tweede corrector uit te komen’. Ook de docent natuurkunde op het bon-forum heeft slechte ervaringen met een kritische opstelling: ‘Iedereen zet je weg als een moeilijkhedenmaker en een kommaneuker. Waardering krijg je daar zeker niet voor, wel veel gezucht en veelbetekenende grimassen.’

De overheid verrichtte in de afgelopen ­decennia slechts cosmetische aanpassingen aan de nakijkprocedure – sinds 2008 moeten de tweede ­corrector en de schoolleiding hun handtekening zetten onder het beoordeelde werk – terwijl al jaren bekend is dat er wordt gesjoemeld. De inspectie trok eerder aan de bel en constateerde dat een aantal kandidaten ‘een niet correcte eindscore’ krijgt. Toch blijft de nakijkprocedure ongewijzigd, ondanks goede alternatieven.

Zo pleit de Onderwijsraad al jaren voor meer afstand tussen opleiding en examinering. Draai de correctievolgorde om, adviseert het onafhankelijke adviesorgaan. Eerst kijkt een docent van een andere school het werk na, pas daarna is de eigen leerkracht aan de beurt. De docent van een andere school is dan gedwongen alle vragen van alle kandidaten na te kijken. Net als de ‘eigen’ docent, die nauwkeurig zal checken of zijn leerlingen ergens zijn benadeeld.

Een radicalere oplossing is om opleiding en examinering volledig te scheiden.

Heel vanzelfsprekend, vindt Teja Bodewes, verbonden aan de vakbond Leraren in Aktie (lia). ‘Je doet toch ook geen rijexamen bij je eigen rijinstructeur?’ lia pleit voor volledig externe examencorrectie, bijvoorbeeld door gepensioneerde docenten, of door docenten van buiten de regio.

Maar vakbonden AOb en CNV Onderwijs en koepelorganisatie VO-raad willen dat de eigen docent zijn leerlingen (als eerste) blijft beoordelen. ‘De eigen docent is als eerste verantwoordelijk voor het cijfer. Hij kent de leerling en heeft jaren naar het resultaat toegewerkt’, licht woordvoerder van de VO-raad Linda Zeegers toe. Het soms grote verschil tussen het cijfer van de eigen docent en het oordeel van een onafhankelijke corrector is voor de koepelorganisatie van schoolbesturen geen reden om haar standpunt te wijzigen: ‘Bij de correctie, en zeker bij open vragen, gaat het om interpretaties. Daarbij geldt weer dat de eigen docent dit het best kan beoordelen.’

‘Wereldkampioen schoolautonomie’ is Nederland volgens onderwijskundigen. Over zaken als de financiën, de inrichting van het onderwijs en de lesmethode mogen scholen zelf beslissen, net als over een aanzienlijk deel van de examinering. In landen als Ierland, Schotland, Engeland, Frankrijk, Luxemburg en Malta laten middelbare scholen de becijfering juist over aan een examinator van buiten de school. ‘Uitzonderlijk’, vindt de Australiër Ted Brierley van de wereldwijde vereniging van schoolleiders (International Confederation of Principals) de beoordeling van eindexamens in Nederland. ‘Het diploma biedt in Nederland toegang tot hoger en universitair onderwijs? Dan maak ik me zorgen over de eerlijkheid van het systeem.’

Hoewel staatssecretaris Dekker de slordige beoordeling van eindexamens onacceptabel vindt, veranderen zijn maatregelen niets aan de situatie. Scholen erop wijzen dat ze voldoende tijd en geld moeten vrijmaken en ze zelf verantwoordelijk stellen voor een zorgvuldige tweede correctie: het zorgt niet voor een betrouwbaarder beoordeling. En zodra een andere manier van nakijken wordt voorgesteld, duikt telkens hetzelfde argument op: dat zou een aantasting van de professionele autonomie van de docent betekenen. Is autonomie in het onderwijs zo heilig dat we onbetrouwbare examencijfers voor lief nemen?


De staatssecretaris is om een reactie gevraagd, maar wilde niet reageren

Beeld: Mariette Carstens / HH