‘laat je niet bedotten, alle vrouwen potten’

Het was een revolutionaire daad die typerend was voor de periode. Het was begin jaren zeventig en het begon met een feestje. Zo'n feestje waarvoor behalve lesbische vrouwen ook een aantal progressieve mannen was uitgenodigd, zo'n feestje dat vanzelfsprekend op een ruzie tussen de mannen en de vrouwen uitliep.

Om de kater te verwerken, gingen de vrouwen na afloop de straat op. Met witte verf schilderden ze een leus van Virginia Woolf, natuurlijk van Virginia Woolf, op een maagdelijke muur: ‘Let us admit that in our society things sometimes happen: sometimes women do love women.’ Het was nog jaren voordat schuttingen en muren in Amsterdam waren volgekalkt met grote paarse letters:: 'Liever lesbies’, 'Pottenpracht’ en 'Laat je niet bedotten, alle vrouwen potten.’
Maaike Meijer was een van de revolutionairen. Voordat zij naam zou maken als feministisch literatuurcritica en literatuurwetenschapster was zij, als jonge studente neerlandistiek, een van de leidende figuren van het 'radicaal lesbianisme’.
Ons beeld van het toenmalige feminisme is versteend. Altijd weer denken we aan de spreekwoordelijke feminist in tuinbroek, zonder make-up en bh, met vrouwenteken om de nek. Eensgezind geklaag, probleemloos zusterschap, nivellerende solidariteit - dat zijn naar ons idee de kenmerken van de vrouwenbeweging van toen. Het versteende beeld is, hoe kan het ook anders, vertekend: het feminisme bestond uit een veelheid van groepen en groeperinkjes, uit hoofdstromen en radicale splinters. De lesbische actiegroep Paarse September was misschien wel de meest radicale splinter. De groep lag overhoop met alles en iedereen: met het COC, MVM (Man, Vrouw, Maatschappij), Dolle Mina, vrouwen uit de linkse beweging, het kersverse maandblad Opzij, het 'heterofeminisme’, om over mannen nog maar te zwijgen.
Paarse September slingerde dan ook alarmerende one-liners de wereld in als: 'Huwelijk en gezin zijn de trainingskampen van het patriarchaat.’ En: 'We geloven niet meer in feministen die hun heteroseksualiteit niet principieel willen opgeven.’ Vooral het devies 'lesbies zijn als politieke keuze’ zou geschiedenis maken.
Het begon met een advertentie in Vrij Nederland waarin vrouwen werden gezocht 'om te komen tot een hip en pienter sfeertje’. Er ontstond een consciousness raising group waarin het draaide om 'bewustwording’ en 'bevrijding’. Zoals Maaike Meijer later zou schrijven: 'Ik ontdekte daar de diepte van mijn zelfvervreemding en mijn onvermogen om autonoom en onafhankelijk te zijn.’
De eigen bewustwording was overigens niet voldoende, er moesten ook 'bewustwordingsprikkels’ worden uitgedeeld aan de buitenwereld. Aanvankelijk schreef de praatgroep onder de glorieuze naam Purperen Mien treiterende ingezonden brieven naar diverse media om pijnlijk duidelijk te maken dat heteroseksualiteit de hoeksteen was van het 'patriarchaat’ en dat het maar eens afgelopen moest zijn met de alomtegenwoordige 'heteroconditionering’.
Vervolgens werd in 1972 een eigen tijdschrift opgericht: Paarse September. Het was zo'n typisch morsig gestencild blaadje met onbeholpen tekeningen, dat werd volgeschreven door Maaike Meijer, Noor van Crevel en Stephanie de Voogd. Er zouden in twee jaar maar zes nummers van verschijnen. In 1974 werd de actiegroep opgeheven omdat het een instituut was geworden. De actiegroep zou niettemin bekend blijven als de feministische schrik van de jaren zeventig.
Je zou haast vergeten dat het zo kort geleden is. 'Seksefascisme’, 'patriarchaat’, 'heteroconditionering’, 'bewustwordingsprikkels’, het zijn zonder meer woorden voor het vergeetwoordenboek. Zelfs Maaike Meijer zal je er niet meer op betrappen.