Commentaar: Afrika

Laatste kans voor Afrikaanse leiders

De klok tikt voor de presidenten Mbeki en Obasanjo van Zuid-Afrika en Nigeria. Tot 1 juni hebben zij de tijd om, in de geest van Mbeki’s African Renaissance, te komen met Afrikaanse oplossingen voor Afrikaanse problemen en om aan te tonen dat het ze menens is met de belofte van meer democratisering, minder corruptie en een fatsoenlijk mensenrechtenbeleid. Op die dag begint in Frankrijk de G8-top van leiders van de grootste industrielanden. Net als vorig jaar in Canada zal daar uitvoerig gesproken worden over het door Algerije, Egypte, Nigeria, Senegal en Zuid-Afrika gelanceerde reddingsplan, het New Partnership for Africa’s Development (Nepad). Dit «Afrikaanse Mar shallplan» was in de woorden van VN-chef Kofi Annan zowaar een «keerpunt voor Afrika».

Met Nepad bieden de Afrikaanse leiders beter bestuur in ruil voor westerse miljarden investeringen en openstelling van de Europese en Amerikaanse markten voor Afrikaanse producten. De vooruitzichten voor de top zijn echter veel minder hoopvol dan vorig jaar. Er ligt weliswaar een Frans plan voor de EU en de VS om een eind te maken aan het in Afrika dumpen van producten onder de marktprijs, maar de kans dat de VS hiermee instemmen is nihil. Al was het maar omdat de relatie tussen Chirac en Bush door «Irak» danig is bekoeld.

«Irak» heeft sowieso de aandacht afgeleid van de problemen van Afrika. Terwijl de ogen gericht waren op Bagdad voltrok zich een hongersnood in de Hoorn van Afrika, werden in Zimbabwe tientallen oppositieleden opgepakt en ontaardde een stammenstrijd in Congo in opnieuw een massaslachting. Voorafgaand aan de vorige G8-bespreking van het Nepad-plan trok de toenmalige Amerikaanse minister van Financiën Paul O’Neill samen met U2-zanger Bono Vox langs diverse Afrikaanse landen om mondiaal de aandacht te vestigen op de belabberde positie van het achtergestelde continent.

De testcase voor het welslagen van Nepad blijft echter de wijze waarop de Afrikaanse leiders omgaan met de politieke en sociale crisis in Zimbabwe. Ook dit stemt weinig hoopvol. Vergeefs togen Mbeki en Obasanjo met president Muluwi van Malawi begin mei naar de koppige dictator Mugabe. Ze poogden de eens gevierde leider in gesprek te brengen met oppositieleider Tsvangirai en boden hem een easy way out naar Maleisië, waar Mugabes vermogen eerder al was ondergebracht. Maar hoewel Mbeki en Obasanjo zich hoogst zelden kritisch over Muga be hebben uitgelaten, slaagde hun missie niet. Mugabe blijft eisen dat zijn gestolen verkiezingsoverwinning van maart vorig jaar door de oppositie alsnog wordt erkend en de oppositie weigert dit. Terwijl Zimbabwe steeds verder in het moeras zakt, hebben Mbeki en Obasanjo nog enkele dagen de tijd om te laten zien dat Afrika daadwerkelijk de eigen boontjes kan doppen en dat Nepad niet slechts bestaat uit mooie woorden. Resultaten uit het verleden bieden wat dit betreft nauwelijks garanties voor de toekomst. En de top in Frankrijk lijkt op voorhand mislukt.