Min Tanaka in Time, van Ryuichi Sakamoto en Shiro Takatani © Sanne Peper

Het ingekorte Holland Festival 2021 besloeg inhoudelijk wel een lange periode: van de eerste mensen in de opera Die ersten Menschen van Rudi Stephan tot de laatst overgebleven mens in drie nieuwe opera’s, Time van Ryuichi Sakamoto, Ine Aya’ van Nursalim Yadi Anugerah en The PlanetA Lament van Garin Nugroho. Hoe feestelijk het ook was om tijdens dit Holland Festival weer opnieuw naar het theater te kunnen gaan, vrolijk werd je er niet van. Het festival was compact, sterk, maar ook erg somber.

Die eerste mensen (Kain en Abel) maakten elkaar af, dat wisten we wel, maar ook alle toekomstprojecties zijn roetzwart. De natuur vergaat (Ine Aya’), de laatste man offert zich op om het laatste ei te redden (The Planet). Een schaap wil mens worden (The Sheep Song van de Belgische groep FC Bergman), maar wordt niet geaccepteerd door de mensen en wordt ten slotte door zijn eigen kudde schapen verstoten.

Beeldend kunstenaar en theatermaker Gisèle Vienne maakte twee niet erg vrolijke voorstellingen. In L’Étang ensceneert een jongetje zijn eigen zelfmoord om zijn ouders op de proef te stellen. In Kindertotenlieder (de referentie naar Gustav Mahler is louter sarcastisch) bezoekt een jonge man zijn eigen begrafenis en ziet dat zijn beste vriend, tevens zijn moordenaar, daar een opwindend en sinister rockconcert van maakt.

De Japanse componist Ryuichi Sakamoto schreef samen met regisseur Shiro Takatani de verstilde, beeldschone opera Time. Een oude man, de witharige, frêle danser Min Tanaka, schuifelt door het water (na een tsunami?). Hij zit bij een stervende vrouw, misschien zijn geliefde, die hem belooft over honderd jaar terug te zullen komen. De man draagt takken en bakstenen aan door het water. Hij wacht en droomt, hij droomt dat hij droomt dat hij tot koning wordt gekozen. Het is niet waar, maar ook de belofte van de vrouw blijkt onwaar. De muziek van Sakamoto is wonderlijk mooi en de beelden zijn van een grote verstilde schoonheid, als van Japanse prenten.

Dan is het woordloze bewegingstheater van de Griek Dimitris Papaioannou met de lastige naam Transverse Orientation iets vrolijker. Zes keurige heren, in pak, half ontkleed of helemaal naakt, maar altijd even keurig, proberen een enorme stier te temmen of doen banale dingen, zoals stoeien met grote brokken piepschuim of worstelen met een ijzeren bed. Er is ook een verlegen, blote, jonge vrouw, een kwetsbare madonna, om haar heen ontspruiten allerlei fonteinen. Een oudere, dikke, naakte vrouw is op haar manier zeker ook mooi, toch verandert zij in een tel in een even blote jonge vrouw.

Age _of__ Rage,_ een eigenzinnige compilatie door Ivo van Hove van vele Griekse drama’s over het geslacht van Agamemnon, is het opwindende hoogtepunt van dit festival. Door de ontroerende verhalen, het geweldige spel en vooral ook door het gedanste protest (choreografie: Wim Vandekeybus) van jonge mensen tegen het moorden, waar zij in de eerste plaats zelf slachtoffers van worden. Maar uiteindelijk moet je bang zijn dat ze in dezelfde fouten zullen vervallen. Een fascinerende, Griekse mammoetvoorstelling die eerst op tournee gaat in het buitenland en in december gelukkig weer in Amsterdam terugkomt.