Laatste vlucht

Ze moeten zichzelf maar redden - verslaafde asielzoekers. Toch is er een aantoonbaar verband tussen het jarenlange wachten, de verveling en het grijpen naar middelen. ‘Een hijs, en je vliegt bij je negatieve beschikking vandaan.’

OP KRACHTELOZE BENEN strompelt hij voort. Hagel stuitert op zijn verweerde kop. Tien minuten vergt de dagelijkse gang van asielzoekerscentrum Soest naar het station. Met vergeelde vingers toetst hij op de automaat de code voor Diemen-Zuid. In de trein, op een klapstoel op het balkon, kauwt hij op een Mars, nipt hij van thee met veel suiker. Zweet stroomt over zijn slapen. Telkens zinken zijn pupillen weg. Hij kijkt de conducteur met oogwit aan.
Op station Diemen-Zuid pakken we de metro richting Gaasperplas. Bij halte Ganzenhoef steken we een drassig bouwterrein over. Het motregent. Zijn sportschoenen zakken weg in de blubber. Op de hoek van het winkelcentrum drommen rastamannen samen. Meteen is hij het middelpunt. Vijftig gulden, na geraffineerd onderhandelen.
Wat later in een lift, stotterend op weg naar de negende verdieping van een gerenoveerde Bijlmerflat. Behoedzaam, alsof het kostbare parels betreft, toont hij vijf bruine bolletjes in zijn hand. Hij hurkt neer in het trapportaal. Uit zijn gewatteerde jack komt, verpakt in krantenpapier, de geblakerde holle onderkant van een colablikje te voorschijn. Beneden, bij een sputterend kraantje, heeft hij zijn injectienaald reeds gereinigd. Met de aansteker onder het blik lost hij in een paar druppels water uit het reservoir twee bolletjes op. Het goudbruine goedje borrelt, een chemisch wolkje maakt zich los. De spuit slorpt het op. Hij stroopt zijn mouw op, trekt in een flitsende beweging zijn broekriem los en snoert deze rond de met minuscule korstjes bespikkelde onderarm. De trillende naald vindt een kloppende ader. Hij drukt de heroïne zijn hunkerende lichaam in.
Zijn gezicht bloeit op, zijn bruine ogen kijken strak de allervriendelijkste wereld in. Met de lift daalt hij naar beneden. Zon weerkaatst in de plassen. Bekim (28) slentert ontspannen richting metro. ‘Van de zomer heb ik appels geplukt’, vertelt hij. 'In Tiel. Bij een fantastische boer. Drieduizend gulden in de week kon je verdienen. Zwart. De hele dag plukte ik. ’s Avonds kon ik genoeg heroïne kopen.’
Na het plukseizoen was het weer jatten. 'Vooral bij Kruidvat gaat het makkelijk.’ Hij steelt voornamelijk tandpasta, scheermessen, shampoo en maandverband. 'In het asielzoekerscentrum verkoop ik die spullen door. Mensen hebben zesentachtig gulden in de week te besteden. Onder de kostprijs verkopen is zeer lonend.’
Twee keer grepen ze hem in de kraag. In de Albert Heijn van Hoog Catharijne. En in Doetinchem. Het alarm van de drogist ging, vergeefs zette hij het op een lopen. Drie dagen zat hij vast. 'Servische praktijken daar.’ Nog eenmaal, dreigden de agenten, en je wordt het land uitgeschopt. 'Ik kan niet als junk naar Kosovo terug. Mijn land moet door sterke mensen opgebouwd worden.’ Appels plukken zal ook niet meer gaan. Zijn lichaam ligt aan flarden.
ANDERHALF JAAR zit Bekim in de procedure. 'Niets doen. Televisie kijken en pingpongen. Zesentachtig gulden in de week, nauwelijks genoeg om te eten. De tijdelijke vergunning voor Kosovaren kan elk moment worden ingetrokken. Iedereen om je heen wordt langzaam gek.’ In AZC Dronten, waar Bekim in eerste instantie verbleef, kwamen uitgeprocedeerde Bosnische vrienden heroïne spuiten. 'Kan mij het ook verdommen, dacht ik. Kom maar op met die spuit.’
Al die tijd had hij niets gehoord van zijn familie. 'Elke avond bellen, niks. Ik woon de met mijn ouders, mijn broer en mijn zus in een Kosovaars dorpje aan de grens met Macedonië. Servische politieagenten tuigden ons af. Ze verdachten mij en mijn broer van smokkel en sympathie voor het UCK.’ Bekims broer werd in zijn arm geschoten en verdween later spoorloos uit het ziekenhuis. 'Ik ben toen gevlucht. Nederland, dacht ik. Vanwege het internationaal gerechtshof.’ Na de aanmeldprocedure in Zevenaar hoopten de dagen zich in Dronten op. In het stapelbed spookte de oorlog steeds heftiger door zijn hoofd. Met heroïne lukte het zowaar de angstvisioenen in het fantasieloze polderlandschap op een afstand te houden, hoewel ze de volgende dag genadeloos terugkeerden. Op een dag kreeg hij het geld niet bijeen gestolen. Hij sleepte zich de medische dienst van het centrum binnen. De arts zette hem op de bus naar Lelystad, waar hij bij het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD) methadon zou kunnen krijgen. Tientallen andere asielzoekers waren hem al voorgegaan. 'Ik zei in Lelystad dat ik wilde afkicken, maar als je slecht Nederlands spreekt kun je niet in een afkickprogramma, zeiden ze.’ Iedere dinsdag en vrijdag reisde Bekim naar Lelystad om methadontabletten op te halen. 'Na een dag had ik de hele voorraad al op. Ik vroeg meer maar dat gaven ze niet. Mijn lichaam bleef schreeuwen. Ik ben doorgegaan met heroïne.’ Toen hij wederom overlast veroorzaakte, liet de leiding in Dronten hem overplaatsen naar het centrum in Zeist. Bekim is daar slechts eenmaal per week: om te stempelen en om de zesentachtig gulden in ontvangst te nemen. Als hij niet de straten afschuimt, verblijft hij in AZC Soest, waar Kosovaarse vrienden voor hem zorgen. Omdat Zeist onder een ander zorgdistrict valt, moest Bekim zijn methadon voortaan halen bij het Maliebaan Centrum in Utrecht. 'Alleen vloeibare hebben ze daar, die is niet goed voor mij.’ Bovendien zou hij voor die kuur telkens zestig gulden moeten betalen.
Zijn Kosovaarse vrienden uit AZC Soest, die beschikken over een onverzekerde en ongekeurde Opel, reden hun zieke vriend naar Lelystad. 'Maar ze wilden niks geven. Hoe dood ik ook ging.’ Een arts in Utrecht moest hem eerst overschrijven, legde een medewerker uit. Dan pas zou hij zijn tabletten kunnen komen halen. 'Nu gebruik ik alleen nog heroïne.’
Op station Diemen-Zuid wacht hij tussen de forensen op de trein naar Soest. Een autochtone junk zet zijn plastic tassen voor hem neer. 'Bekim, jij bent knettergek. Heb je weer twee bolletjes gespoten? Je gaat eraan, man.’ Bekim lacht zijn aangetaste tanden bloot.
IN HET ONDERZOEK van Jellinek Gooi en Vechtstreek en het Centrum voor Verslavingsonderzoek (CVO) wordt een verband aangetoond tussen het jarenlange wachten, de onduidelijke procedures, het nietsdoen en het grijpen naar middelen. 'Er moet dringend vervolgonderzoek komen’, zegt onderzoeker Hans Dupont. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) dat het onderzoek financierde, denkt daar anders over. Jan Rietbergen van de VWS-directie Geestelijke Gezondheidszorg, Verslavingszorg en Maatschappelijke Opvang heeft in het VWS-bulletin aangekondigd dat er geen vervolgonderzoek zal komen. 'Dat was wel nadrukkelijk de bedoeling geweest als de uitkomsten het vermoeden hadden bevestigd dat het middelengebruik onder asielzoekers uit de hand loopt. Maar gelukkig valt het dus allemaal wel mee.’ Onbegrijpelijk, vindt Dupont. 'Het onderzoek is niet juist geïnterpreteerd door het ministerie van Volksgezondheid. Het is een eerste voorzichtige proef van wat er aan de hand is. We hebben een verband aangetoond, de schaal is nog helemaal niet bekend.’ Dupont beticht het ministerie van opzettelijke naïviteit. 'Als je geen last wilt hebben van asielzoekers is het wel goed dat ze aan de dope zijn, is de gedachte.’
AHMED WENDT zijn vuurrode hoofd af. Zijn dochter staart hem aan. 'Dat wist ik niet’, zegt ze. Op het gejammer van haar broertje na is het stil in de stacaravan op AZC Crailo, waar het Iraanse gezin voor het vijfde jaar vertoeft. 'We durfden het je niet te vertellen’, zegt de moeder. 'Het is zaak dat jij dit jaar slaagt voor je mavo-examen.’ Zij zit op een tuinstoel tussen man en dochter in. 'Ik dacht dat hij alleen medicijnen gebruikte vanwege z'n rug’, zegt het meisje. Ahmed slurpt aan zijn thee. 'Wat is methadon?’ vraagt ze. 'Het brengt z'n geest tot rust’, zegt de moeder. 'Om alles op een rijtje te krijgen’, zegt Ahmed.
De volgende ochtend start Ahmed zijn rode brommer. De wind werpt de flappen van zijn krantentas alle kanten uit. Bij de poort met de slagboom zwaait hij naar de portier. Over de provinciale weg gaat het, richting Hilversum. Aan het eind van de Koninginneweg slaat hij rechtsaf een mistroostig steegje in dat uitkomt op een morsige plaats. Hij zet zijn helm af. Troebele ogen, zweetdruppels in zijn snor. Autochtone gebruikers staan rokend en ruziënd bijeen. Wachten tot het twaalf uur is en de deur opengaat. Ze zijn er aan gewend, al enkele jaren lopen er asielzoekers bij hún hulpverlening. Eerst waren het er vijftien, nu zes. 'Laatst was bij Crailo de riolering verstopt’, zegt een uitgeteerd gezicht. 'Honderden lege portemonnees hebben ze eruit gevist.’
Op een wit brommertje, eveneens met krantentas, komt Ali aangeknetterd. Hij sluit aan in de rij. De deur gaat open. 'Hoho, een voor een’, zegt de Jellinek-medewerkster. Met onvaste hand brengen Ahmed en Ali als laatsten het plastic bekertje naar hun mond. Ahmed honderd milligram, Ali zeveneneenhalf. Voor de volgende dag krijgen ze in een flacon eenzelfde hoeveelheid van de blauwe vloeistof mee. Buiten koopt Ahmed van degenen die het hardst snakken naar 'bruin’, voor enkele tientjes het voorraadje over. Tweehonderd milligram moet hij hebben. Van een mager hoertje op een mountainbike koopt hij kalmeringspillen voor een gulden per stuk.
Een bus passeert. 'Daar zul je die Congolees hebben’, kraakt het uitgeteerde gezicht. Een imposante gestalte met wapperende jaspanden, een koffer in de hand, komt even later de hoek om. De trotse Mabrongo negeert alle begroetingen, loopt direct door naar de balie en slaat in een teug zeventig milligram methadon achterover. Hoe lang hij in de procedure zit wenst hij zich niet te herinneren. 'In dit land dien je de tijd zo spoedig mogelijk te vergeten.’ En wat is daartoe efficiënter dan verdovende middelen? Mabrongo: 'Grofweg de helft van alle asielzoekers rookt non-stop marihuana, vooral alleenstaande mannen. Daarnaast is cocaïne erg populair, anders dan Nederlanders maken vluchtelingen geen onderscheid tussen harddrugs en softdrugs. Ik gebruikte cocaïne, afgewisseld met heroïne. Een hijs, en je vliegt bij je negatieve beschikking vandaan. Dat ik nog steeds geen moer snap van de procedure en dat mijn advocaat geen Frans spreekt, doet er dan niet toe.’ Anders dan autochtone junks trekken gebruikende vluchtelingen volgens Mabrongo niet gezamenlijk op. 'De meeste schamen zich. Ze proberen het voor hun eigen bevolkingsgroep zo goed mogelijk verborgen te houden. Omdat drugs duur zijn, gaan sommigen werken. Ik niet, te veel last van mijn lichaam. Ik heb een bijl op mijn schedel gekregen, mijn benen zijn met messen bewerkt.’
Niet alle verslaafden weten een weg naar de methadontap te vinden. 'Ze zijn bang dat hun aanvraag wordt afgewezen als ze hun gebruik opbiechten.’ Mabrongo vindt het best zo. 'Methadon geeft de dag een beetje inhoud. Je hebt iets om voor uit je nest te komen. Daarna zwijmel je voor de rest van de dag weg. Als de roes voorbij is kom ik weer naar Hilversum.’
De brommertjes worden aangetrapt, de Iraniërs sjezen het steegje uit. In hun lijven woedt een aangename brand. De wetenschap dat ze met de hervormingsgezinde Khatami aan de macht geen schijn van kans maken op een verblijfsvergunning en dat ze zo goed als uitgeprocedeerd zijn, is op de blauwe vloeistof naar een verre uithoek van hun brein gedreven. Zo met die helm op, onbezorgd slalommend door het Hilversumse verkeer, wanen Ahmed en Ali zich volwaardige burgers.
De bezorging van de Gooi- en Eembode levert ze 125 gulden in de week op. Ook met de wekelijkse 86 gulden slaagt Ahmed er maar ternauwernood in de extra porties methadon te financieren. Ali maakt zich zorgen om zijn vriend. 'Ahmed kan er niet meer mee stoppen.’ Als ze dit hadden geweten, waren ze nooit met methadon begonnen, zeggen ze. 'Het beetje opium dat we gebruikten staat in geen verhouding tot dit vergif’, zegt Ali. 'Toen ons asielverzoek voor de eerste keer was afgewezen gingen we wat meer gebruiken’, zegt Ahmed. 'Dat konden we ons helemaal niet veroorloven.’ Met ontwenningsverschijnselen meldde hij zich bij de medische dienst in Crailo. Een arts zei dat ze bij de Jellinek in Hilversum methadon konden krijgen. 'We wisten niet wat het was. In ieder geval was het gratis.’ Met telkens een hogere dosis ging Ahmed vergeefs op zoek naar de opiumroes. De dosis daarna verminderen ging niet meer.
HET CENTRAAL ORGAAN opvang asielzoekers (COA) verlangt van de vluchteling een grote mate van zelfredzaamheid. Wie ergens last van heeft moet er zelf mee komen. Hulpverlenend personeel op de asielzoekerscentra heeft dientengevolge geen flauwe notie van problemen waar een taboe op rust, zoals drugs. Hans Wansleeben, agogisch medewerker op AZC Soest: 'Wat ik soms zie is dat hun huidskleur verandert. Maar dat kan ook komen door de vijfeneenhalve meter leefruimte die ze hebben per persoon. Futloos en lusteloos zijn er heel veel. Zeker als ze langer dan een jaar hier zitten. Ik probeer wat baantjes voor ze te creëren, wat kan ik verder? Wat er binnenskamers gebeurt weet niemand.’
Elk asielzoekerscentrum - Nederland telt er een kleine honderd - beschikt over een medische dienst, de zogenoemde Medische Opvang Asielzoekers (MOA). Kerina Boelema is MOA-coördinator in AZC Soest: 'Dat er drugs worden gebruikt is bekend. Wij hebben daar geen zicht op, het is hun eigen verantwoordelijkheid.’ Als zich bij de MOA al een verslaafde asielzoeker meldt, wordt deze doorverwezen naar de dichtstbijzijnde reguliere drugshulpverlening, de Jellinek of de Consultatiebureaus voor Alcohol en Drugs (CAD’s). Zonder moeilijk doen schrijven ze daar methadon voor. Afkicken of op de persoon toegesneden medicatie is er niet bij. 'Je zou maatwerk willen leveren. Daar is geen geld voor. Het is al heel wat dat we methadon kunnen verstrekken’, zegt een CAD-medewerkster. Als bewijs van zijn verslaving dient de asielzoeker een vers bekertje urine af te staan. 'Als daar opiaten in voorkomen is dat voldoende. Wij zijn artsen en kunnen eenvoudig niet weigeren wat de patiënt vraagt.’ De gedachte erachter, uitgestraald door de verslavingskoepel GGZ Neder land, is dat asielzoekers die gratis kunnen beschikken over methadon, in ieder geval niet het criminele pad opgaan. De GGZ erkent dat het een nadeel is dat methadon niet in elke gemeente gratis wordt getapt. En is klakkeloos methadon voorschrijven wel de oplossing? 'Methadon is een paardenmiddel’, zegt Hans Verbraeck van het Utrechtse Centrum voor Verslavingsonderzoek. 'Het is een minstens zo problematisch opiaat als heroïne. In de Amerikaanse Burgeroorlog gebruikten soldaten het om van heroïne af te kunnen komen.’ Het aantal asielzoekers dat zich aanmeldt bij de methadontap is stijgende. Uit een telling van de Stichting Informatievoorziening Verslavingszorg (IVV) van vorig jaar is af te leiden dat 349 asielzoekende Iraniërs en 121 ex-Joegoslaven van de voorziening gebruikmaken.
SOEDAN, 1995. Net had hij in het leger leren schieten of Wayl (24) kreeg bericht dat hij naar het front gestuurd zou worden. Zijn vader kende een marechaussee die in Khartoom op het vliegveld werkte en die de deserteur voor een bescheiden bedrag de douane langs wilde smokkelen, een toestel in dat rechtstreeks naar Schiphol vloog. Na de aanmeldformaliteiten belandde Wayl in AZC Dronten. Na drie maanden verhuisde hij naar AZC Drachten. 'Ik had geen flauw benul dat ik in een kamp zou belanden met allemaal nationaliteiten. En al helemaal niet dat ik na vijf jaar nog in zo'n kamp zou zitten.’ In Drachten kreeg Wayl het aan de stok met iemand die hem voor dief uitmaakte. 'Ik gaf hem een ram met een slot.’ Wayl kreeg een strafoverplaatsing naar Crailo. 'Daar moest ik een kamer met zeven anderen delen.’
Tot dat moment had Wayl nog nooit een joint van dichtbij gezien. 'In mijn land hakken ze je handen af als je marihuana in je bezit hebt.’ Hij raakte bevriend met een landgenoot. 'Die zei: als jij wilt overleven kun je maar beter marihuana roken. Er is niemand die het zonder marihuana redt.’ Dezelfde avond nam Wayl zijn eerste trekje. Al zijn frustraties, de woede over de eerste afwijzing, het verdween als sneeuw voor de zon. 'Ik ging meer en meer roken. Bij een Algerijn heb ik een schuld van honderden guldens opgebouwd. Elke week nog betaal ik een tientje af.’ Dezelfde Algerijn nam hem mee naar Amsterdam. Door van boven naar beneden te lopen omzeilden ze in de dubbeldekstrein handig de conducteur. 'We gingen naar de Albert Heijn achter de Dam. Op de trappen ontmoeten we andere asielzoekers, de meeste ook uit Crailo. Zij rookten cocaïne, elke dag.’ Op de trappen kocht hij zijn eerste portie coke en een pijpje. 'Die avond heb ik het in Crailo gerookt.’ Marihuana was er niets bij. Hij stond met twee benen midden in de wereld, rotsvast, niemand die hem iets kon maken. 'Het was duur, maar voor mij was er een manier om het te betalen.’ De Algerijn had met Wayl een perfecte ingang op de Soedanese markt. 'Ik ken alle Soedanezen in Crailo. De Algerijn gaf me de spullen die hij en zijn vrienden in Amsterdam stalen. Ik kon ze doorverkopen met redelijke winst. Via mij was alles te krijgen, tot paspoorten aan toe.’
Hij was paranoia geworden van angst, ooit zouden ze hem grijpen. 'Ik begon er rehalpnol bij te slikken. Als ik op donderdag moest stempelen, wel drie tegelijk.’ Op een dag was er telefoon voor hem: zijn moeder, vanuit Soedan. 'Mijn vader was overleden, zomaar ineens. Ze zei: ik vertrouw op jou, ik weet dat je het gaat maken daar.’ Wayl besloot zijn contacten met de Algerijn per direct te verbreken. 'Ik gaf hem alleen nog geld om de schuld af te betalen.’ De cocaïne zwoer hij af, het blowen niet. Nog steeds rookt hij per dag een gram, waarvoor hij twaalf gulden vijftig betaalt. Hij vond een vriendin, met een status. 'Ik kon bij haar wonen, in Eindhoven. Ver weg van Crailo. In Crailo kom ik alleen nog om te stempelen.’
Zijn vriendin regelde een baan voor hem bij een vleesverpakkingsfirma. 'Een homp vlees komt op een band aangerold. Die moet ik in een kartonnen doos leggen en doorgeven aan iemand die het dichtplakt.’ Het is zwart, de hele nacht door voor acht gulden per uur. 'Voordat ik om vijf uur naar binnen ga rook ik een stick. Als ik er om zeven uur in de ochtend vandaan ga steek ik er weer een op.’ Het werk is vijf dagen in de week.
In het weekend, zoals nu, sluipt hij soms stiekem bij zijn vriendin weg ('ze is zwanger van me’) en reist naar Amsterdam. Na een joint in een coffeeshop aan de Nieuwmarkt wandelt hij naar de trappen achter het paleis op de Dam. De pillenmannen hebben hem snel herkend. 'Vooruit, eentje dan’, zegt Wayl.