Labelle

Klein meisje kijkt naar de afbeelding van een spits en spichtig mannetje. De naam heeft ze al een paar keer gehoord en nu gaat ze op aandrang van een student en een rentenier het zelf proberen. Zeer dun gesneden paardenvlees, sterk gezouten en misschien wel boven pimpernotenhout gerookt, eet ze zonder enige reserve want dat noemt ze worst. ‘Mickysaus’, zegt ze.

‘Een architect loopt als een architect, een bakker als een bakker’, zegt de student. Iemand anders staat in de saus te roeren. Van een zoete wijn en een zure vrucht. De vechtenden worden uit elkaar gehouden door zoute olijven. Het is met saus begonnen.
Waarvan de grootste de meest licht en luchtige is. Daarin spiraalnevels en ten slotte de sterren als balletjes in de soep. Alles is saus. Neem alleen al de directe omgeving waarin de continenten drijven. Nog directer? Ook het eigen lichaam zit vol met de meest hoogstaande en werkzame sauzen.
Te beginnen met onwillekeurige saus/ portable saus/ saus voor fietsers/ saus van vrijdag/ saus voor de zondag/ sauce obligatoire en compulsieve-new-old-age-saus.
Dan heb je nog backupsaus/ playbacksaus/ publiekesaus/ italiaanselessaus/ ochtendsaus/ kattensaus/ saussaus/ pianosaus/ smoussaus/ hymiesaus/ rijzendezonsaus/ vallendesterrensaus/ hotelsaus/ kijkomjeheensaus/ onbekendesaus/ souterrainsaus/ oorlogs en/ of vredessaus/ kokenkohlsaus/ palindroomsausuas/ strengverbeterdepindasaus/ axolotlsaus/ anthropofagelsaus/ saucijzensaus/ z.g.a.n.saus/ b.b.h.h.saus/ bhsaus/ leuketentsaus/ tussendeorensaus/ zoölogischesaus/ bijvoeglijkesaus/ dipsosaus/ dinosaurussaus/ suykerbuykisaus/ sopraansaus en sopraansoepsaus. Die valt uit te leggen als gevuld-en-toch-heldersaus:
50 gram bacon in 2 plakken/ 3 varkenssaucijsjes/ 5 kleine wortelen/ klein bosje peterselie/ 150 gram linzen du Puy/ schaaf nootmuskaat/ theelepel mosterd/ peper- en zoutsaus/ half bosje boschuitjes.
Maar zo te zien is het een doehetzelfsaus. Desalniettemin een real-time-saus.