Ger Groot

Laboratorium

«’n Reader» luidt de ondertitel van het onlangs verschenen 114de nummer van het tijdschrift Raster, zonder verdere uitleg over de moeilijk citeerbare apostrof. De aanduiding zelf wordt door Jacq Vogelaar, bezorger van dit speciale Calasso-nummer, des te gretiger uitgelegd. Een reader is allereerst deze special van het tijdschrift in zijn nieuwe formule, die voor minstens de helft uit gebloemleesde teksten van schrijver en uitgever Roberto Calasso bestaat.

Schrijver, uitgever en lezer, inderdaad, want dat is de tweede strekking van de ondertitel. Niet in de banale zin, volgens de formule waarvan Sartre zijn intellectuele autobiografie De woorden al opbouwde: eerst komt lire, dan écrire want een schrijver moet zich eerst in de literatuur hebben ingelezen. Eén generatie later maakten de Franse postmodernen daar, ironischerwijs vooral tegen Sartre in, bijna een bestaanswet van. Lettre en l’être zijn bij Derrida niet alleen fonetisch vrijwel uitwisselbaar.

Toch buigt dat radicalisme onverwacht weer naar de schrijvende reader Calasso terug. Het lezen is voor hem niet alleen een aanleiding om te schrijven, zo maakt Vogelaar duidelijk. Het is er veeleer de beginfase van. Calasso, die beroemd werd vanwege zijn hervertellingen van Griekse en Indiase mythen, maar ook om zijn inleving in het denken en schrijven van moderne, vooral Duitstalige auteurs. In die hervertellingen schrijft hij, langzaam samenvloeiend met degenen over wie hij schrijft.

In-lezen wordt bij Calasso in-schrijven en in het resultaat daarvan lopen bron en commentator onontwarbaar dooreen. Dat maakt het lezen van Calasso op zijn beurt lastig en soms ook dubieus, zo merkt Piet Meeuse in zijn aanzienlijk afstandelijker bijdrage op. Twijfelachtig is om welk criterium zijn boeken vragen. Is Calasso wel zo’n competente vertolker van Indiase verhalen? Maar dan: doet die vraag er nog wel toe, zodra de hervertelling een oorspronkelijke literaire schepping wordt, met haar eigen vrijheid en speelruimte?

Wat Calasso doet met literatuur en mythe heeft Gilles Deleuze met de filosofie gedaan. Ook diens boeken over Hume, Kant, Nietzsche en Spinoza weerspiegelen allereerst «Deleuze». De filosoof vreet zich als een aaseter het lichaam van de denker binnen en wat resulteert is als weergave van diens denken letterlijk bedenkelijk. Het schommelt tussen geniale invallen die de dode denker opnieuw tot leven wekken en even geniale aberraties die zijn concepten verteren tot een nieuwe visie. Riskant is dit denken in de schemerzone tussen die twee, want nooit wordt helemaal duidelijk wanneer het een in het ander overgaat.

In dit Calasso-nummer van Raster ontpopt Vogelaar zich op zijn beurt als een deleuziaans-calassiaanse reader. In de argumentatie, stijl en vooral strekking van zijn stukken – eerder rond dan over de gebloemleesde teksten – vindt eenzelfde samensmelting plaats. De vraag wie daarin wint, Vogelaar of Calasso, doet er uit de aard van de zaak weinig toe en lijkt, hoe dan ook, nauwelijks beslisbaar.

Van belang is vooral de insistentie – zoals Deleuze het genoemd zou hebben – van het versmeltingsproces dat het schrijvende lezen is. Meer dan een boek is deze reader een bubbelend retort in een tekstexperiment waarin de woorden onder de ogen van de lezer vloeiend worden en gaan leven. Voor wie zich de nodige moeite getroost, transformeert dit nummer zich zo tot het laboratorium waarin het eerste wonder van de taal wordt her-schapen. Dode en afgekoelde woorden worden door de stroomstoot van het lezen herbezield en in de troebele oersoep die daaruit ontstaat begint het te trillen.

Pas laat in deze reader daagt het de lezer wat hem werkelijk overkomen is. Meeuses nuchtere bedenkingen plaatsen hem met de voeten op de grond en met die nieuwe helderheid daagt hem ook het bedenkelijke van dit alles. Maar – zo schreef opnieuw Deleuze – alleen van het ontwrichtende ontvangt het denken de aanstoot die het in beweging brengt. Het begint waar het, in Frankenstein-gestalte en zijn ogen niet gelovend, niet meer zeker weet dood, leven of een drogbeeld tegenover zich te zien.