Labyrint ‘ander proza’ maar dan anders

Sybren Polet, De andere stad. Uitgeverij De Bezige Bij, 213 blz., f 28,50
Het is alweer ruim vijftien jaar geleden dat Sybren Polet de roman Xpertise of de experts en het rode lampje publiceerde. Zelfs de liefhebbers van zijn proza (tot wie ik mijzelf nu nog steeds reken) hadden hun bedenkingen tegen de nogal gezochte woordspelletjes waarmee de auteur zijn experimentele proza opsierde.

Polet noemde zijn werk ‘totaalproza’, zijn roman een 'romanroman’, hij bedreef geen literatuur, maar 'liternatuur in het land van qwert’ en dat bleek ook nog eens een vrijbrief te zijn voor allerlei woordconstructies rond de letter x. Deze manierismen leken een teken aan de wand: wat eens aan het begin van de jaren zestig zo verfrissend was begonnen als een vernieuwing van de romankunst, kreeg iets krampachtigs. Misschien heeft Polet het ook zo gevoeld, want met Xpertise leek een einde te zijn gekomen aan de reeks boeken die zich allemaal afspeelden rond de hoofdfiguur Lokien Perdok. Met name de vier eerste delen, die in de jaren zestig verschenen - Breekwater, Verboden tijd, Mannekino en De sirkelbewoners - behoren tot het belangrijkste wat in het naoorlogse proza is voortgebracht.
Met zijn nieuwe roman De andere stad neemt Polet de draad weer op en begint Lokien Perdok aan een tweede leven. De jarenlange radiostilte rond deze legendarische romanheld betekent overigens niet dat Polet de afgelopen vijftien jaar heeft stilgezeten. Er verschenen verhalenbundels van zijn hand, hij maakte verschillende vertalingen (onder andere van de dagboeken van Kierkegaard) en afgelopen jaar nog publiceerde de auteur een groot essay over de creatieve factor. De wederopstanding van Lokien vindt plaats in een gewijzigd literair klimaat, waarin vroegere etiketten als 'ander proza’ of 'experimentele literatuur’ hun betekenis hebben verloren. Verschillende romantechieken, die eertijds als onorthodox golden, worden tegenwoordig door een groot aantal auteurs gebruikt zonder dat ook maar een keer het woord experimenteel valt. Er is een grote varieteit in romanvormen ontstaan, waardoor de tegenstelling tussen de klassieke realistische en de zogenaamde experimentele roman is opgeheven.
De andere stad is dan ook niet zozeer een produkt uit het laboratorium waar nieuwe procedes op de romankunst worden uitgeprobeerd. Het is een roman waarin Polet zijn fantasie uitleeft zonder deze met allerlei quasi-academische termen gewicht te geven. Wat mij betreft wint de romancier het nog steeds van de essayist Polet. Zijn nieuwe roman vormt een uitstekende introductie op de vroegere Lokien-cyclus, misschien vormt hij voor een nieuwe generatie lezers een uitgezochte gelegenheid om ermee kennis te maken en er even veel plezier aan te beleven als ik indertijd had bij het lezen van Breekwater en Verboden tijd.
In de nieuwe roman vindt bij wijze van spreken een reunie plaats van het oude tableau de la troupe, waarin behalve Lokien Perdok ook de detective Perdox opnieuw een prominente plaats inneemt. Oude bekende plekken van weleer worden herbezocht, zoals het befaamde etablissement uit misschien wel het meest bekende boek van de Lokien-cyclus: het poppenkabinet van het wonderkind Guido Jagt dat in Mannekino (1968) werd beschreven. En opnieuw heeft Lokien de stad Amsterdam tot zijn natuurlijke domein gekozen, waar zich aan hem op elke hoek van de straat nieuwe vergezichten openen. Ook ontmoeten we weer de oude ideeen die aan de Lokien-cyclus ten grondslag liggen. De andere stad maakt onderdeel uit van dat ene grote gedroomde boek waarmee de auteur - zoals zijn alter ego in Xpertise al opmerkte - leeft 'als onder een dwangidee’: de droom een figuur gestalte te geven die in allerlei tijdperken leeft, zonder zich te hoeven houden aan de wetten van de chronologie of causaliteit. Het gaat om een zeer wendbare figuur, die alle mogelijke vormen kan aannemen, de gedaanten van mensen op verschillende leeftijden, en die de fantasieen uit sprookjes of uit sf-verhalen kan materialiseren.
En zo zien we Lokien Perdok, ooit leraar geschiedenis, politiek activist en gefrustreerd copywriter, in deze roman weer verschillende metamorfosen ondergaan. In het eerste hoofdstuk wandelt hij door Amsterdam, waar zich vreemde verschijnselen voordoen en de verbeelding letterlijk (zoals in Parijs 1968) onder het plaveisel voortwoekert. In het tweede hoofdstuk bevindt Lokien zich als baby bij zijn tantes op schoot, om in een volgende paragraaf met een voormalig politieke gevangene in een Zuidamerikaans land de sporen te volgen van een Nederlandse oorlogsmisdadiger die daar criminele politieke organisaties traint. In het derde hoofdstuk betoont hij zich weer de keurige echtgenoot van zijn vrouw Mirjam en maakt hij praatjes met buurman Grunsven, die hem op allerlei complotten wijst. Zo lijkt het dat niet alleen het leven van Lokien in een sneltreinvaart wordt afgedraaid, maar vooral het romanleven van de held zoals dat in de vroegere boeken de revue is gepasseerd. Lokien mengt zich als zwerver onder de zwervers en wordt in het nachtlogies van het Leger des Heils door zijn vrouw opgevist nadat hij met zijn oude maat Bender op bezoek is geweest in een vroegere roman van hem.
Deze metamorfosen van Lokien worden afgewisseld met hoofdstukjes van een ander boek waarin de hoofdrol is weggelegd voor detective Perdox. Hij is er bij als een been uit de gracht wordt gevist en hij wordt geraadpleegd als in de buurt van de Bilderdijkstraat een arm wordt gevonden. Lichaamsdelen worden op verschillende plekken in Amsterdam gesignaleerd. Voor de ultieme oplossing van de raadsels belandt de detective, zoals eertijds Theseus, in het labyrint, dat net als hij zelf bij elke winding van het pad van gedaante verandert. Wat zich laat aanzien als een kantoorgebouw waar Stasi-dossiers liggen opgeslagen, leek even daarvoor nog de indruk te wekken van een ziekenhuis of de kelder van een groot hotel, maar hij kon net zo goed verzeild zijn geraakt in een futuristische biobank, waar baby’s werden gekweekt in gevangen gehouden baarmoeders.
Deze reis door het labyrint is het zinnebeeld waar de gehele roman op berust. Niet voor niets wordt het labyrint al in de ondertitel vermeld. Zoals bekend uit de mythe werd Theseus door de Kretenzische koning Minos naar het labyrint verbannen om gevoederd te worden aan de minotaurus. Aan deze oeroude geschiedenis worden nog wat gedachten gewijd als Lokien er arriveert met zijn medezwervers, die ooit hoog op de maatschappelijke ladder stonden maar vrijwillig, zo lijkt het wel, aan lager wal zijn geraakt. De zwervers blijken daar de stemmen te vertolken van de moderne uitlegkundigen die de minotaurus zien als het symbool van de mens die in zijn zelfontwikkeld doolhof gevangen zit en geen ontsnapping meer wenst omdat het rondzwerven in het labyrint zijn grootste vrijheid is.
Lokien moet er een tiental bladzijden later om smuilen: was hij ook in het binnenste van het labyrint verzeild geraakt? Waar was hij dan naar op zoek? Was hij op zoek om zichzelf als de minotaurus te ontdekken, was hij op zoek naar het centrale idee van zichzelf? Het hele boek is er juist op gericht dat zo'n centraal idee niets anders dan fictie kan zijn. Alle gedaanteveranderingen van Lokien zijn manifestaties van de drang zich van de zwaarte van de vormen te ontdoen. Tussen de regels van de verhalen door, in de donkere hoeken van het labyrint is het gefladder van de vleermuis te horen. Soms ziet Lokien ze ook rondvliegen en hij zal daarbij wel gedacht hebben aan de bouwer van zijn labyrint, de schrijver Polet die in zijn essay over de creatieve factor in het darren van de vleermuis de werking van de verbeelding herkende: fladderend door de binnenruimte pikt zij bruikbare woorden, beelden en gegevens op die de mogelijkheid bieden, als ze later in een associatief verband bijeen zijn gebracht, een glimp te geven van onbekend terrein.
Deze vleermuismethode heeft Polet ook in deze roman gevolgd, beelden en woorden oppikkend die aan de ons vertrouwde werkelijkheid een mysterieuze wending geven met het signaal dat onze kennis van vandaag niet veel meer dan een hypothese is. Vanwege dit ongebroken streven onbekend land te betreden heb ik deze nieuwe aflevering van de Lokien-reeks andermaal met plezier gelezen.