Zaandam in XL-formaat

Lach-of-ik-schiet-architectuur

Waar gaat het in de stedenbouw en architectuur om in deze tijd? Kennelijk om het effect van de TV Kantine, het typetje dat mikt op de korte lach. Nu te zien in Zaandam.

AAN DE RAND VAN Zaanstad wordt de laatste hand gelegd aan de Vinex-enclave Saendelft. Dat is een bonte verzameling architectuurstijlen, waarbij de architecten zijn verzocht zich te laten inspireren door bouwvormen in België, Toscane, Mexico maar ook Amsterdamse School en het grachtenhuis. Al een jaar lang verbaas ik me over deze hoek grachtenhuizen, daar midden in de polder. Wat doen ze daar zonder gracht, zonder een dwingend stedenbouwkundig patroon waarvoor de Amsterdamse ‘halve maan’ terecht wordt geprezen en in Unesco-verband wordt bekroond? En ook, wat een dissonant is dat met de naastgelegen twee-onder-één-kappers aan een eenvoudige woonstraat.

Vergeleken daarmee is het stadscentrum van Zaandam, dat in aanbouw is, veel logischer omdat het inspeelt op de couleur locale, op het archetype van het Zaanse huisje. Alleen dan in XL-formaat. Dat is even schrikken en even wennen. Maar goed, wie aan Zaandam denkt, heeft geen grachtenhuizen in gedachten, echter wel het Czaar Peterhuisje, de molens op de Zaanse Schans en de oudste industriecomplexen van Nederland (zaagmolens, cacaofabrieken en rijstpellerijen). Dat groene houten huisje is niet voor niets zo geliefd in de Zaanstreek, want een slappere veenbodem in Nederland is nauwelijks denkbaar. Deze lichte bouw, meestal zonder fundering, is bestand tegen verzakkingen.

Dat de gemeente Zaanstad omstreeks 2003 besloot het centrumgebied overhoop te gooien, was zowel een daad van moed als van wanhoop. Een hopelozere winkelstraat dan de Gedempte Gracht bestaat niet, trouwens welke gedempte gracht in Nederland deugt wel? Omdat de straat te breed was om te functioneren als aangenaam verblijfsgebied werd hij onderbroken door kiosken en paviljoentjes.

ZAANDAM HEEFT EEN afslag gemist bij het verdwijnen van veel industrie uit het centrum en is op dood spoor beland met een mengelmoes van laagbouw - klonen van het Czaar Peterhuisje - en incidentele kantoortorens, van onder meer Albert Heijn en de Rabobank. Samenhang in het centrum was zoek geraakt. Daarmee verschilt Zaandam niet van postindustriële steden als Tilburg en Enschede, die bezig zijn zich opnieuw uit te vinden en nieuwe bestemmingen zoeken voor de lege panden en terreinen. Begrijpelijk dat de gemeente de stedendokter van Nederland bij uitstek te hulp riep: Soeters Van Eldonk Architecten. Zij hadden Nijmegen, voornamelijk een naoorlogs probleemgeval, uit de put gehaald, het non-descripte Nootdorp op de kaart gezet (zoals dat heet), en hebben stedenbouwkundige medicijnen voorgeschreven voor Waddinxveen en Veenendaal. De achterkamertjes van Nederland. Het principe dat Sjoerd Soeters heeft losgelaten op de patiënt Zaandam is even geniaal als doorzichtig. Geniaal is de verbetering van de openbare ruimte, wat wil zeggen het voetgangersgebied tussen station en Dam, doorzichtig zijn de middelen waarmee de wanden worden aangekleed. Dat gebeurt met het oversized Zaanse huis. Natuurlijk heeft Soeters aan het Zaanse gemeentebestuur zijn idee van iconografische architectuur aangeprezen. 'Wat is jullie troef? Juist, maar dan maal tien’, zo ongeveer moeten de gesprekken tijdens de onderhandelingen zijn verlopen.

Soeters binnen, Zaandam verkocht.

Stedenbouw en architectuur lopen als het ware in elkaar over, dat is mooi, omdat het samenhang brengt in de Gedempte Gracht en omgeving die, zoals gezegd, voorheen ontbrak. En dat niet alleen - en die kunst verstaat Soeters als geen ander - gevuld met herkenbare, afleesbare gebouwen. Architectuur die je thuis aan moeder de vrouw kunt uitleggen.

Het eerste boegbeeld van Soeters’ visies staat er nu bijna drie jaar, het Inntel Hotel van Wilfried van Winden, dat vermoedelijk de Zaanse Schans in populariteit heeft voorbijgestreefd. Van Winden heeft alle Zaanse bouwstijlen en decoratievormen geassembleerd in een klomp hout die de grijze anonieme Rabo-toren tot een Japanse kerncentrale doet smelten. Drommen buitenlandse toeristen schijnen er op af te komen, bewijs dat iconografische architectuur werkt. Zoals velen denken dat het Venetian Hotel in Las Vegas echt Venetië is, zo gaat Inntel de geschiedenis in als 'echter dan het Zaanse huis’. Want in feite gaat het om een dozijn Zaanse huizen die op elkaar gestapeld en in elkaar geschoven zijn.

Wie de oude beelden van dat deel van het stationsplein bekijkt, kan alleen maar concluderen dat het gebied erop is vooruitgegaan, of je er nu van houdt of niet.

Het knappe van het masterplan van Soeters is namelijk dat hij een langzame verkeersroute heeft laten aanleggen boven de Provinciale Weg die langs het station loopt. Die barrière is nu geslecht met een passerelle en roltrappen, waardoor je op een modern-tsaristische manier het centrum binnenschrijdt. Nu is die Gedempte Gracht nog gedempt. De grande finale is de spoedige heropening van de gracht zodat het water vanaf de Zaan kan doorlopen tot aan het Inntel Hotel. Daarmee wordt recht gedaan aan de nieuwe benaming van dit stukje gebiedsontwikkeling, Inverdan, dat volgens de Zaanse traditie neerkomt op een 'tussengebied’, tussen Dam en spui, tussen de ene en de andere dijk. Het tussengebied wordt, en dat is het trefzekere van de benaming, een opkamer, een salon in het interieur in afwachting van de 'mooie kamer’. Dat wordt de volgende opdracht aan Zaandam.

Overigens is de mode van passerelles voortgeschreden. Waren dat in de jaren tachtig nog condoomachtige kokers - zie Vredenburg Utrecht - waar een voetganger zich bovengronds van A naar B kon bewegen, in Zaandam is dat een vloeiende en aangename route, wat hoort bij een openbare opkamer. Station en stadshart zijn hierdoor met elkaar versmolten.

INVERDAN IS EEN eind onderweg. Gerenommeerde architecten bouwen er forse torens, zoals het appartementengebouw van DOK Architecten (Liesbeth van der Pol), en het Hermitage Shopping Center met een toren van Kees Rijnboutt. Daarnaast staan er langs het spoor en het volkomen gedateerde station - een van de vroegste voorbeelden van hightech-architectuur - uit de kluiten gewassen Zaanse huizen. Het stadskantoor. Eerder heb ik dit wel eens lach-of-ik-schiet-architectuur genoemd. Dat betrof toen bijvoorbeeld het Kasteel van Almere, thans een voorbeeldige ruïne, en een nagebouwde alpenpiste met skihutten in Zeewolde, uitgerekend in Flevoland. Las Vegas en Dubai staan er ook vol mee, imitaties van Egyptische piramides, Griekse tempels of het Parijs zoals de Amerikanen en Arabieren dat het liefst zien: Montmartre onder de Eiffeltoren.

Lach-of-ik-schiet-architectuur is te vergelijken met een tweedeling in humor, tussen die van de TV Kantine en de stekelige grappen van Hans Teeuwen. Bij de types van de TV Kantine denk je: knappe imitatie, goed getroffen, prachtig grimeurwerk, jammer van die dialogen. Bij de tweede is het eerst de inhoud die je als een mokerslag treft en pas daarna de presentatie.

Waar gaat het in de stedenbouw en architectuur om in deze tijd? Kennelijk meer om het effect van de TV Kantine, meer om het typetje dat mikt op de korte lach. Inverdan Zaandam legt dat in al zijn eerlijkheid bloot. De behoefte aan iconen, omdat de gemeente zich graag proclameert als een brand, is groot, de restauratie van verpauperde binnensteden is nijpend. Verder is er een Nederlandse traditie onderuit gehaald, namelijk de scheiding van architectuur en stedenbouw. Stedenbouwers horen de rode loper uit te leggen voor architecten, en omgekeerd profiteren architecten van een zorgvuldig voorbereid proces. In dat opzicht is Inverdan een interessante casus. Architecten dienen aan een omschreven beeld te gehoorzamen. Het plaatje. Onaardig gezegd: het decor. Veel vrijheid leek er niet te bestaan. Had het bureau van Rijnboutt in het verleden ooit een trapgevel op vijftig meter hoogte ontworpen, Van Winden een collage? Nee, de eerste niet, de laatste, ja, misschien.

LAS VEGAS EN DUBAI noemde ik al, pretparkachtige nederzettingen in de woestijn, die mensen kunnen mijden als ze niet van entertainment houden. Desondanks zijn ze invloedrijk geweest op de architectuur van vandaag, die uitgaat van effect en effectbejag. Populistische en populaire architectuur vloeien in elkaar over, een begrijpelijke reactie als een historische of lokale context ontbreekt. Hoe moet je anders de sfinxen in Dubai of Las Vegas verklaren?

Zaandam heeft die geschiedenis wel. Alleen is die, vervelend genoeg, bescheiden van aard. Het wordt gecompenseerd door de monumentale Zaanse Schans, de gerestaureerde Koekfabriek en als nieuwe toevoeging Inverdan. De grote vraag is de houdbaarheid van de laatste gadget. Hoe lang blijft een grap leuk? Het authentieke Zaanse huisje met zijn puntdak bestaat uit een opbouw van groengelakte houten planken en witte kozijnen, en een eenvoudige dakbekroning. De eigenaars werkten het geregeld bij met verf, en als ze dat niet konden, werden het verweerde huisjes, gelittekend door de tijd.

De nieuwe XL-huizen langs het perron missen uiteraard deze historische laag, maar ook nog eens het uit de Baltische staten aangevoerde hout. De planken zijn van kunststof. De gelaagdheid is oppervlakkig. Hout verkleurt, vraagt aandacht en verzorging, het onderhoudsvrije kunststof kan alleen maar verbleken. Prettig vooruitzicht: het is ook makkelijker vervangbaar.

De herinrichting van de binnenstad van de oudste industriestad van Nederland is ambitieus en hooguit vergelijkbaar met de naoorlogse transformatie van Rotterdam, alleen op kleinere schaal. Ze stelt de vraag of iconen nodig zijn bij een transformatie. Rotterdam zag daar bij de wederopbouw van af en besloot tot uniformiteit (waarvan het effect nu is uitgewerkt), in Zaandam is voor het tegendeel gekozen. Elk onderdeel roept om aandacht. En zo is er onverwacht een Las Vegas uit het veen verrezen. Niemand kan eromheen, ook degenen niet die niet van grappenmakerijen houden. De houdbaarheidsdatum hangt samen met de afschroefbare groene kunststof panelen, dat is een grote geruststelling. En ja, als vorm van citymarketing is Inverdan beslist de beste keuze.