TONEEL

Lachen als ik dood ben

Pocoloco

Dichter/schrijver Jan Arends (1925-1974) was in het jaar voor zijn dood een televisiepersonage geworden (middels een legendarisch optreden als butler in het VPRO-programma Het gat van Nederland). Een jaar na zijn dood verscheen zijn autobiografische figuur Keefman op het toneel, vertolkt door de acteur Jacques Commandeur bij Toneelgroep Centrum, een monoloog die tot 1978 ruim 230 keer is gespeeld. Twintig jaar later, in 1999, zette toneelspeler Jack Wouterse de Keefman-figuur met veel succes nog een keer op het toneel. Vorig jaar werd een toneelstuk van Jan Arends ontdekt en alsnog uitgegeven. Hij wilde toentertijd dolgraag acteur worden maar werd eind jaren vijftig van de toneelschool verwijderd. Nu is Jan Arends zelf toneel geworden. Niet zozeer een toneelpersonage. Meer een tovertuin vol gektes, een dichtersgraf als openluchtkroeg, een beetje zoals een van mijn lievelingsgedichten uit Arends’ nagelaten poëzie vertelt: ‘Ik moet spaarzaam zijn./ Ik moet voldoende handen opzij leggen voor het graven van mijn graf./ Ik wil dat er bloemen op bloeien die er in het leven niet zijn./ Ik wil ook wel horen hoe de mensen lachen als ik dood ben.’

Tevens de bondigste omschrijving van de voorstelling Pocoloco door de jonge toneelmakers van de formatie Tijdelijke Samenscholing in samenwerking met ’t Barre Land en Frascati Producties. Het bijzondere van deze voorstelling is dat de spelers/makers hun eigen autobiografische krachtlijnen in die van hun onderwerp hebben binnengemasseerd en omgekeerd, ze hebben de ritmes, woorden, gektes, woedeaanvallen en twijfels die door Jan Arends’ werk stromen bij zichzelf opgezocht. Toneelmaken doet een groot appèl op vertrouwen, een eigenschap waar Arends een chronisch gebrek aan had. Toneel schuifelt vaker dan de kunstvorm zelf wil toegeven langs de domeinen van de psychiatrisch gestoorde mens, een gebied dat Arends kende als de binnenzak van zijn afgedragen kostuums. Carole van Ditzhuyzen houdt in Pocoloco een geweldige monoloog waarin beide elementen een centrale rol spelen en Janneke Remmers citeert een intrigerende correspondentie en refereert aan telefoongesprekken met de dode auteur, die ook in die buurt spoken. Muzikant en geluidskunstenaar Stan Vreeken creëert in de al jammend tot stand komende klankenwal een geheel eigen gekte met een indringende signatuur. En toneelspeler Michiel Bakker dwaalt daar tussendoor met als hamerende geboden klinkende hoe-hoort-het-eigenlijk-teksten uit de gelijknamige beroemde etiquettebijbel van Amy Groskamp-Ten Have - en hij brengt, daarbij liefdevol geholpen door Janneke Remmers, tegen het slot een eigen, ingetogen versie van Keefman, die zo los, zo scherp en zo dartel is dat de woorden-en-zinnen-emulsie ter plekke lijkt te ontstaan, terwijl Van Ditzhuyzen en Vreeken in het halfduister achter hen een hallucinerende dans uitvoeren.

Nogmaals, Pocoloco is een persoonlijke voorstelling geworden in de betekenis dat Jan Arends zijn intens beledigde en getergde woord tot ons richt middels de tongval van een troep intelligente dertigers die in de rijen van het toneel hun authentieke plek opeisen, door ons volledig nieuw (fris herlezen dus) kennis te laten maken met een ongelukkig de dood ingestruikelde woordkunstenaar, die allure heeft, niveau en die bovendien buitengewoon geestig uit de hoek kan komen. Een voorstelling die volgend seizoen een heuse speellijst verdient!


Pocoloco is 9, 10 en 11 maart te zien in de Snijzaal, Utrecht, info@barreland.nl. Inlichtingen: www.tijdelijkesamenscholing.nl