Boy van Wytske Verstee

Lachen mag van God

De scholier Boy verdwijnt, wordt later gevonden: verdronken. Wat is er precies gebeurd? Hoe is het zo gekomen? Ziehier de uitgangspunten waarop Wytske Versteeg haar tweede roman baseerde. Ze kroop eerst in de huid van Boy’s zwartgallige, zeg maar rustig depressieve, adoptiemoeder (een psychiater) en geeft haar ruim baan voor uitermate sombere bespiegelingen over haar leven en achtergrond. Raar is het wel, een mensen hatende psychiater, al zul je die vast ‘in het echt’ ook wel tegenkomen, maar ik werd er toch een beetje nerveus van.

Wytske Verstee, Boy, Prometheus, 190 blz., € 17,95

Medium wytske versteeg  boy

Had Versteeg zo iemand werkelijk nodig om de ondergang van Boy schrijnender te maken? Waarom niet gewoon een aardige vrouw neergezet die in de verpleging werkt, geen kinderen kan krijgen en dan samen met haar begrijpende man een kind adopteert? Dat had ik ook al schrijnend gevonden en dan was Boy’s latere ondergang en dood wie weet nog pijnlijker geweest. Maar nu krijgen we dus een vrouw voorgeschoteld die de hele wereld misprijzend beziet.

Neem de beschrijving van de agente die haar slecht nieuws komt brengen. ‘Ze heette Joke en droeg donkerpaarse tentjurken.’ Tja, dan weet je het wel. Of de beschrijving van de gynaecoloog die haar behandelt: ‘De gynaecoloog was jong, hij had een gladde buitenkant – hem was nog nooit iets overkomen, dat was duidelijk te zien.’ Een psychiater die mensen op hun uiterlijk beoordeelt? Ik vind het best, het is maar een roman, maar ik zag die moeder steeds meer als een neurotisch geval dat niet in staat is andere mensen als min of meer ‘normale mensen’ te zien. Zelfs wanneer ze later op onderzoek uitgaat naar de achtergrond van Boy’s dood blijft haar misprijzen door de roman galmen. Iedereen is in haar ogen raar of gek of stom of zielig, echt iedereen, haar man, de moeders op school, agenten, de hulpverleners, Boy, de vriendjes van Boy. Ook mensen in Bulgarije ziet ze als rare types, die bij een kampvuur dansen en zomaar geiten slachten. Ze vergelijkt zichzelf ergens zeer treffend met een ‘steriel vliegveld’. Moest ik van de schrijfster met haar mee lijden? Het wilde me maar niet lukken. Wel kreeg ik steeds meer warme gevoelens voor Boy die zijn moeder liever ziet gaan dan komen. Rond Boy creëerde Versteeg een geheim, bij die moeder slaat ze alles plat.

Het hield iets ongeloofwaardigs dat deze moeder zich zo sterk betrokken voelt bij de verdwijning en dood van haar adoptiekind waar ze toen hij nog leefde weinig warme gevoelens voor koesterde. Ze ziet hem in veel scènes eerder als een rare patiënt dan als een opgroeiende jongeman. Waarom wil ze precies wraak nemen op de betrokkenen bij zijn dood? Ik kon er geen vinger achter krijgen. Het werd er allemaal niet beter op toen de moeder naar Bulgarije afreisde en zich bij ene Hannah voegde, de voormalige dramalerares van Boy, die in Bulgarije een nieuw leven probeert op te bouwen. Zij had op school wél een goeie relatie met Boy. Of is zij de oorzaak van zijn dood? Ik bleef maar denken dat je ook in Klazienaveen of Oldeberkoop een nieuw leven kunt beginnen, waarom precies Bulgarije? En wist Hannah niet dat de vrouw die zich bij haar voegde Boy’s moeder was? Weet je als leraar niet hoe de ouders van je leerlingen heten? Ze vertelt Hannah nota bene dat ze een kind is kwijt geraakt. Maar Hannah weet dus van niks.

Ik ben beslist gevoelig voor leed, maar in dit geval begon dat manke been steeds sterker op mijn lachspieren te werken

Ik begon langzamerhand af te haken van dit melodrama, dat steeds minder wist in te spelen op mijn gevoel voor melodrama dat ik zo graag via literatuur in de lucht probeer te houden. Daar kwam nog bij dat Versteeg die Hannah zo mogelijk nog somberder en depressiever neerzet dan Boy’s adoptiemoeder. De schrijfster liet zich ook bij haar meeslepen in uitputtende beschrijvingen van een uitermate treurig leven. ‘Nu sjokte ik alleen naar huis’, overdenkt Hannah bijvoorbeeld, ‘en toen ik thuiskwam kostte het me moeite om naar binnen te gaan, waar het donker was en koud omdat niemand op me wachtte.’ Dit is een zin uit velen, de pathetiek spat constant van de pagina’s. Steeds een schepje er bovenop, weer iets naars erbij, het gaat maar door en door. Het leek Versteeg zelfs een goed idee om haar Hannah ook nog een mank been mee te geven. Oef, een mank been! Om dit soort dingen mag je niet lachen en ik ben beslist gevoelig voor leed, maar in dit geval begon dat manke been steeds sterker op mijn lachspieren te werken.

Het is maar een roman natuurlijk, dus lachen mag. Hannah bepeinst bijvoorbeeld dat ze zich zou kunnen aanmelden op een datingsite en dan dit: ‘Maar op de een of andere manier leek het te laat daarvoor en ik zag ertegenop zo’n ­onbekende te vertellen over mijn been; ik kon maar niet bedenken wat daarvoor het juiste moment zou zijn, de juiste afweging tussen de angst hem voortijdig af te schrikken en die voor zijn ­teleurstelling als hij me ­onvoorbereid in levenden lijve zou zien.’ Wat een zin, en ja, ­jammer van dat manke been, dat zou ik ook denken, zo zijn de mannen nu eenmaal!

Het drama van deze roman, dat er beslist wel is, kwam niet verder dan pathetisch gesomber. De schrijfster raakte langzamerhand zo in de ban van het verdriet en leed van haar personages dat ze erin begon te zwelgen, waardoor haar boek bleef steken in goede bedoelingen. Een oude literaire wet werd weer eens met voeten getreden: niet de schrijver moet huilen, maar de lezer.


Wytske Verstee, Boy, Prometheus, 190 blz., € 17,95
e-book, € 10,99