Lachen met de liberalen

De nasleep van de Nacht van Wiegel kent twee grote verliezers: de VVD en D66. Wat niemand verwachtte, tekent zich nu af: de onttakeling van het liberalisme als politieke machtsfactor nummer één

LACHEN IS GEZOND, wordt wel eens gezegd, maar het geschater dat afgelopen vrijdagavond weerklonk tijdens de VVD-jaarvergadering in het World Trade Center aan het Rotterdamse Beursplein had toch eerder wat onaangename, pathologische trekjes. Het hardst bulderde Bram Peper, demissionair minister van Binnenlandse Zaken en eregast op het liberale samenzijn. Sinds zijn stormachtige romance met Neelie Smit begon - samen zijn zij het ultieme liefdeskoppel van de actuele politiek, zeg maar de Marcus Antonius en Cleopatra van Paars - is Peper een van de weinige PvdA'ers die goed ligt bij de VVD. Op last van de premier was hij kennelijk naar Rotterdam gezonden om de in staat van desperate vertwijfeling verkerende liberalen een hart onder de riem te steken. En dus vervoegde Peper zich in het aangezicht van honderden camera’s aan de zijde van de opstandige Hans Wiegel, om vervolgens zo onbedaarlijk hard te gaan schateren als zijn kaakspieren maar toestonden. Wiegel - toch ietwat van zijn stuk gebracht door de verwikkelingen - schuddebuikte maar een beetje mee. Pepers inzet was duidelijk: de buitenwereld moest op deze aanschouwelijke wijze op de hoogte worden gesteld van de futiliteit van de na de Nacht van Wiegel in gang gezette kabinetscrisis. De geruchten over de dood van Paars II waren hooglijk overdreven, zo luidde Pepers boodschap. Het was niet meer dan een nepcrisis, een bedrijfsongevalletje dat in no time kon worden opgelost, nu iedereen weer bij zinnen was gekomen. Het is een politieke gedragslijn die inmiddels breed ingang heeft gevonden. Ook Jan Terlouw zit op die lijn. ‘Het volk wil een schelm’, aldus Terlouw afgelopen zaterdag in De Telegraaf, in een kribbig getoonzet interview over de gietijzeren populariteit van Hans Wiegel. Terlouw weigert een groot strateeg te zien in Hans Wiegel en prefereert diens vermetele solovlucht in de senaat af te doen als een uit de hand gelopen, verlate studentengrap. Ook hard gelachen werd er door Frits Bolkestein, die bij begroeting van zijn kwelgeest Wiegel op de VVD-jaarvergadering zijn meest beminnelijke glimlach te voorschijn toverde, om even later, bij de dankrede voor het hem verleende VVD-erelidmaatschap, keihard naar dezelfde Wiegel uit te vallen, zonder overigens diens naam te noemen. De VVD staat een gouden toekomst als grootste partij van Nederland te wachten, zo verzekerde Bolkestein zijn gehoor. Maar dan moesten particuliere oprispingen als tijdens de Nacht van Wiegel in de Senaat voortaan wel geëlimineerd worden. 'Persoonlijke gevoelens moeten naar het tweede plan worden gezet’, sprak Bolkestein streng. 'Teleurstelling, ijdelheid en naijver, daar moeten zij overheen stappen.’ Het was duidelijk wie Bolkestein daarbij in het vizier had, al gaf Wiegel na afloop geen krimp, door vol te houden dat hij zich in het geheel niet aangesproken voelde. Bolkestein vocht in Rotterdam natuur lijk in de eerste plaats voor zijn eigen politieke leven. Het lonkende perspectief van een post in de vernieuwde Europese Commissie draait als een vette worst voor zijn ogen. Met het uiteenvallen van Paars(II - wellicht gevolgd door een PvdA-CDA-kabinet - zou de daarvoor benodigde Haagse backing wel eens in een klap kunnen verdwijnen. In dat geval zou Bolkestein net als Ruud Lubbers op het terrein van de inter nationaal-politieke arbeidsmarkt in de bak 'onbemiddelbaren’ komen, en dat is een gedachte die de nog altijd van ambities overkokende Bolk heel wat doorwaakte nachten moet hebben bezorgd. HEEL HARD GELACHEN werd er ook door fractieleider Hans Dijkstal, sowieso een van de meest amicale politici die de VVD heeft voortgebracht. Desondanks stond Dijkstals optreden die avond toch vooral in het teken van martelende onzekerheid. Weinig vertrouwenwekkend klonk Dijkstals mededeling tegenover het NOS-journaal dat hij bereid was onmiddellijk op te stappen als VVD-leider zodra Wiegel zou mededelen dat hij zich weer voor het echte werk geroepen voelt. Hetgeen een curieuze opmerking was, gegeven het feit dat Wiegel dwars tegen de wil van zijn partij in had aangestuurd op een kabinetscrisis, waarmee alles wat Dijkstal had opgebouwd in een klap bij het groot vuil dreigde te worden gezet. Zo veel vergevingsgezindheid, het was wat te veel van het goede. Ook Dijkstals giechelig uitgesproken verzuchting dat hij 'het ook even niet meer wist’, zal op de toch zo op charismatisch leiderschap verzotte achterban geen kalmerende uitwerking hebben gehad. Dijkstals extreme voorzichtigheid, zoniet radeloosheid, werd vooral veroorzaakt door de omstandigheid dat ook de liberalen zelf niet weten hoe groot de aanhang van Wiegel nu precies is. Vandaar de tweeslachtigheid van enerzijds Bolkesteins aanval en aan de andere kant het warme bad van bewondering dat Dijkstal voor hem prepareerde. Men zette alles op alles om een dreigende scheuring in het VVD-kamp te voorkomen, althans niet zichtbaar te maken. Dat was ook de achtergrond van het besluit van de gezamenlijke VVD-afdelingen om de daaropvolgende zaterdag af te zien van een debat met de Eerste- en Tweede Kamerfracties over de politieke implicaties van de Nacht van Wiegel. Het was op zich natuurlijk een mal gezicht - een democratische partij die weigert een door toedoen van eigen kringen in gang gezette kabinetscrisis te laten volgen door een fundamenteel beraad, zet zichzelf wel erg voor schut - maar cosmetisch bleef de lieve vrede in de partij in ieder geval bewaard. Het vervolmaakte wel het beeld van de VVD die zich steeds meer als sekte en steeds minder als politieke partij presenteert. Zoveel politieke tolerantie voor het bewaren van de lieve vrede begint verdacht veel te lijken op zelf opgelegde censuur. ONDERTUSSEN getroostte oorlogsminister Frank de Grave zich de meeste moeite om Wiegel voortaan het zwijgen op te leggen. Hij kwam met een voorstel om ook de leden van de VVD-fractie in de Senaat voortaan te binden aan het regeerakkoord, hetgeen bij Wiegel op weinig enthousiasme mocht rekenen. 'Het voorstel van De Grave staat haaks op de tijdgeest’, aldus Wiegel. 'Want als we iets de afgelopen weken hebben geleerd, is het dat men meer onafhankelijke kamerleden wil dan afhankelijke.’ Het was een teken dat Wiegel in het geheel niet van plan was zich bij een gelijmd regeerakkoord neer te leggen. Dat belooft nog wat voor de naaste toekomst. Wiegel maakte er tijdens de jaarvergadering trouwens ook helemaal geen geheim van dat hij afstevent op een totale machtsovername binnen de VVD. Het heeft er alle schijn van dat hij bereid is het zwak geachte Dijkstal-kamp, zodra het binnenkort beroofd is van zijn voornaamste backbencher Bolkestein, uit de VVD-top te werken. Daarmee lijkt er een einde te zijn gekomen aan de vette jaren van de VVD onder Bolkestein. Nog voordat de Bolk zijn glanzende carrière in Den Haag - net vastge1 legd door Vrij Nederland-verslaggevers Max van Weezel en Leonard Ornstein in hun boek Frits Bolkestein: Portret van een liberale vrijbuiter - glanzend wilde afsluiten met een Europese superpromotie, gooit Wiegel roet in het eten. De door Hubert Smeets in NRC Handelsblad veelvuldig gesignaleerde 'crisis van het liberalisme’ kan de komende maanden heel wat sneller vorm krijgen dan tot voor kort voor mogelijk werd geacht. De onder Bolkestein uitgevoerde transformatie van de partij van klassiek bolwerk van middenstanders en 'eigengeërfde boeren’ tot postmodern samenraapsel van vrije-marktideologen, ging heel wat minder vlot dan het oogde. De kwetsuren die in de loop der jaren zijn opgelopen werden via de Nacht van Wiegel onbarmhartig manifest. Voor het eerst sinds mensenheugenis kampt de VVD met een fundamentele identiteitscrisis. Als Wiegel werkelijk doorzet zal er een stormachtige periode van breuken en scheuringen beginnen. Wiegel, zelf een geboren oppositieleider, laat zich nu eenmaal minder gelegen liggen aan de regels en voorschriften zoals die binnen het paarse huwelijk opgeld doen. Voor de partij zelf zal dat een heilzaam effect kunnen hebben. Kan men op partijcongressen eindelijk weer eens ongestoord vergaderen, zonder bang te hoeven zijn voor wat de pottekijkers van de pers ervan zullen maken. MAAR DIT ALLES is nog kinderspel vergeleken bij de martelgang die D66 nu te wachten staat. Het weifelende gedrag van Thom de Graaf van de afgelopen dagen heeft nu niet bepaald bijgedragen aan het opkalefateren van het partij-imago. Integendeel, De Graaf heeft het toegestaan dat Ad Melkert hem op alle terreinen de pas heeft afgesneden. D66 had natuurlijk gehoopt Paars(II tijdig te ontvluchten, om via vervroegde verkiezingen zijn dramatisch geslonken machtspositie te versterken. Maar door nu genoegen te nemen met het door Melkert slim bedachte compromis van de invoering van het correctief referendum in twee fasen, heeft De Graaf zichzelf van deze eervolle uitweg beroofd. Een Macchiavelli schuilt er niet in de nog zo prille D66-leider, zoveel is wel duidelijk. Ook zijn pogingen om D66 via de nieuwe reclamekreet 'sociaal-liberaal’ beter aan de man te brengen, leidden vooralsnog tot niets. Ook zal De Graaf zijn achterban onmogelijk kunnen plezieren met het wel heel erg afgezwakte voorstel voor de invoering van een consultatief referendum. Het landelijke referendum was voor D66 een 'kroonjuweel’. Na een avondje Wiegel blijkt die schat vooral te bestaan uit een partijtje nepglitterstenen. We kunnen er dan ook gevoeglijk van uitgaan dat De Graaf nóg eerder uit het epicentrum van de sociaal-liberale macht zal zijn verdwenen dan de arme mevrouw Borst. Melkert heeft met D66 een wreed kat-en-muis-spelletje gespeeld, zodat De Graafs partij zich in de naaste toekomst waarschijnlijk zal moeten beraden op een nieuw bestaan als splinterpartij ter grootte van SP en GPV. De gelederen van de tot voor kort als geheide overwinnaars getipte liberalen van Nederland dreigen nu heftig te worden uitgedund. Een mooier cadeau hadden sociaal-democratie en christen-democratie zich op de drempel van het nieuwe millennium niet durven wensen.