Theater

Lachen om Afghanistan

Theater: Onze jongens door Theatergroep Toetssteen

Amateurtoneelspelers die amateur-artiesten spelen, dat kan zeer verwarrend zijn. Ger Beukenkamp schreef voor Theatergroep Toetssteen Onze jongens, een stuk met veel liedjes over een ongeregeld groepje artiesten dat zo nodig amusement moet gaan brengen aan de Nederlandse militairen die op vredesmissie zijn in Zuid- Arabië. Soms zijn de grappen flauw en schunnig, soms zijn de teksten quasi-plat («Ik breng mijn kont naar het front»), soms wordt er wondermooi close harmony gezongen, soms is het een rommeltje, maar steeds heb je het gevoel dat er meer aan de hand is dan wat je oppervlakkig ziet, dat er iets wordt verteld over een hoogst belangrijke zaak – het uitzenden van Nederlandse militairen naar verre landen om daar de vrede te bewaren.

Het zijn dan ook niet de eerste de beste amateurs. Toetssteen is een van de allerbeste amateur toneelgroepen, die bijvoorbeeld schandaalsuccessen als Emily of het geheim van Huis ten Bosch en Landgenoten, Beatrix spreekt heeft gemaakt, maar ook ontroerende voorstellingen over de Tweede Wereldoorlog, over de homo seksuele hoge ambtenaar Ries, en over Wim Sonneveld. Ger Beukenkamp is intussen een belangrijk auteur van televisiedrama geworden: onder meer De Kroon (over Máxima en Alexander, Zorre guieta en Van der Stoel), Klem in de draaideur (over Winnie Sorg drager en Docters van Leeuwen), Ik ga naar Tahiti (over Werkman).

Maar Onze jongens begint wel héél amateuristisch. We komen in een rommelige zaal, die eruitziet als de toonzaal van een verlopen handel in sanitair. Een al even verlopen echtpaar heeft de ruimte verhuurd aan drie dames die vroeger met hun liedjes hadden willen optreden voor de militairen in oorlogstijd. Maar aangezien de vrede uitbrak, ging dat indertijd niet door. Nu willen ze hun taak alsnog afmaken en ze houden audities waar een stelletje amateuristische amateurs op af komt: vier jonge meisjes die als de Starlets ooit een hit (Dingedingeding, I Love You) hebben gehad, een Arabische dame die de volkeren wil verzoenen, een homoseksuele ex-militair die van zijn post traumatisch stresssyndroom af wil, en een mislukte crooner die als undercoverjournalist graag een spannend stukje wil schrijven. Overste Gijs Hagenaar zal regelen dat ze naar de jongens in Zuid-Arabië mogen. Het ex-sanitaire echtpaar wil ook graag mee en hun neefje is een geweldige rapper. Tussen alle goedkope liedjes en soldatengrappen wordt ook een cynisch, bijna brechtiaans liedje gezongen over een on bekende soldaat: «Soldaten sterven niet meer/ Ter land, ter lucht, ter zee/ Niet op het veld van eer/ Maar thuis op de wc.»

Na de pauze is de zaal volledig omgebouwd. We bevinden ons nu in een grote legertent, tussen verveelde militairen, die alleen flauwe, racistische grappen en geile liedjes willen horen. Die krijgen ze. Maar ook een pseudo-overval door een islamitisch commando en de ontvoering van een van hun kameraden die moslimfundamentalist is geworden. Het is tegelijk oppervlakkig en ingewikkeld. De overval blijkt een onsmakelijke grap van de optredende artiesten, die zo realistisch lijkt dat ze met z’n allen door de legerleiding naar huis worden gestuurd. Daarover zijn ze zo kwaad dat ze zich plotseling tegen de hele vredesmissie van Nederland keren, die alleen maar is opgezet om een soeverein land aan de belangen van een «oliebeluste, kapitalistische, halffascistische kliek» te onderwerpen. Even lijkt het hevig agitproptoneel te zijn geworden. «Niet naar Afghanistan, niet naar Uruzgan», wordt er zeer actueel gerapt. Maar er wordt snel een vrolijk einde aan gebreid: iedereen blijkt een andere reden te hebben om toch in dat Verweggistan te blijven. Het slotlied doet denken aan hoe de film over Doctor Strangelove en zijn kernbom eindigt met We’ll Meet Again van Vera Lynn. Hier zingen ze: «We zien mekaar/ Niet hier, dan daar, we zien mekaar/ met of zonder hoofd/ Met grote twijfel of in de zekerheid/ Dat jij gelooft/ In beterschap en tederheid/ We zien mekaar.»

Het liedje blijft in mijn hoofd zitten. Het is zo’n oppervlakkig liedje dat meerdere betekenissen lijkt te hebben. Op mij heeft alle verwarring en alles wat wordt aangestipt een opluchtend komisch effect. Eindelijk kun je lachen om Afghanistan en het spel van deze acteurs is zeker niet amateuristischer dan het amateuristische ge hannes van de Nederlandse politici.

Onze jongens van Ger Beukenkamp, Theatergroep Toetssteen. In Het Werkteater, Amsterdam, nog op 26, 29 januari en 1, 2, 4 en 5 februari. www.werkteater.com