Lachen om auschwitz

Een komedie die in een concentratiekamp speelt - en het is geen kunst. Op zijn verjaardag in 1943 wordt een jongetje samen met zijn vader opgepakt en op transport gezet naar Duitsland. Aangekomen in Auschwitz maakt zijn vader hem wijs dat hun verblijf onderdeel van een groot spel is. Niet alleen de gevangenen, ook de bewakers doen mee. Winnaar is degene die de meeste punten verzameld. Prijs: de tank die vader en de andere mannen overdag in de fabriek maken.

Zo luidt het verhaal van de nieuwe film van de Italiaanse regisseur-acteur Roberto Benigni, zeg maar de Italiaanse André van Duin. Verleden week was hij te zien in de sneak preview van bioscoop Kriterion; wekelijks wordt daar een film vertoond - niemand weet van tevoren welke - die binnenkort gaat draaien. Een klein kwartier Italiaanse onderbroekenlol werd abrupt onderbroken door de aftocht naar het concentratiekamp. De beelden van het transport, de barakken, de gaskamers en de bergen naakte lijken - allemaal net echt. Dat wil zeggen: gemodelleerd naar de bekende beelden.
Anders dan gebruikelijk liep deze keer niemand uit de voorstelling weg. Wel bleven na afloop mensen huilend achter. Op de wekelijks in te vullen beoordelingsformulieren geeft het overwegend uit jongeren, type student, bestaande publiek de film een dikke acht. Het was ‘een mooi sprookje’, 'de mooiste film aller tijden’ of 'de meest indrukwekkende film ooit’. Want hij was 'humoristisch en tegelijk aangrijpend’ of 'grappig en indrukwekkend’. Titel: La vita è bella. Let op, daar komt nog veel gedonder over.