Parada, een Servische komedie

Lachen om homogeweld

De politiek incorrecte komedie Parada heeft de discussie over homoseksualiteit in Servië op gang gebracht. ‘Wat een kutfilm. Nu kan ik nooit meer homo’s haten.’

Belgrado – Het plein voor het regeringsgebouw staat vol ME’ers. In groepjes staan ze bijeen, wapenstokken en helmen aan hun riem. Ze praten wat, kijken om zich heen. Dan komen de actievoerders in zicht, vanuit verschillende richtingen betreden ze het gebied. Regenboogvlaggen en spandoeken wapperen boven hun hoofd. De agenten snellen naar de randen van het plein en vormen al gauw een dichte cirkel om de demonstranten – niemand mag er meer in, niemand er meer uit. ‘Laat de kerk niet over mijn lichaam beschikken!’ roept een kleine vrouw door een megafoon. De menigte, inmiddels uitgegroeid tot zo’n tweehonderd man, reageert instemmend en begint zich te bewegen in de richting van het Plein van de Republiek.

Het is 9 maart 2009: een van de uitzonderlijke momenten dat de homogemeenschap openlijk actievoert tegen discriminatie in Servië. Omsloten door ME’ers lopen de demonstranten over Terazije, een drukke verkeersader in de hoofdstad. Omstanders blijven verbaasd stilstaan en observeren de kleurrijke groep die met fluitjes en leuzen haar onvrede uit over het feit dat een hard bevochten antidiscriminatiewet zojuist alsnog door de regering is afgeketst omdat de Servisch-orthodoxe kerk het er niet mee eens was. ‘Hoe is het mogelijk, we zijn toch een democratie?’ vraagt Goran Miletic (36), een mensenrechtenadvocaat die helemaal voor in de stoet loopt. ‘Over die wet hebben we acht jaar onderhandeld. De aartsbisschop pleegt één telefoontje en er staat direct een streep doorheen.’

Medium the parade 2

Nog voordat hij verder kan praten, verschijnen aan de overkant van de straat groepjes jongemannen, van top tot teen gekleed in het zwart. Ze schelden naar de demonstranten en doen een Hitlergroet. De ME’ers manen de actievoerders om door te lopen en zich niet te laten provoceren. Al snel verdwijnen de zwartgeklede jongemannen weer tussen het winkelende publiek.

Hoe anders was het in 2001, toen de Servische lgbt-gemeenschap (lesbian, gay, bisexual, transgender) haar eerste officiële Gay Pride organiseerde in Belgrado. De optocht werd hardhandig neergeslagen door nationalisten en voetbalhooligans. De politie bleek niet in staat de rellen te voorkomen – ook onder agenten vielen verscheidene gewonden.

‘Het is voor het eerst sinds die Pride dat de autoriteiten ons zo goed beschermen’, zegt Goran Miletic na afloop van de demonstratie in een café op het Plein van de Republiek. ‘Dat biedt hoop voor de toekomst. Wij willen graag weer een Pride organiseren.’ Hij weet dat dat niet makkelijk zal gaan; homofobie is wijdverbreid in Servië en sinds de rellen van 2001 zijn de bedreigingen en incidenten alleen maar toegenomen. ‘Zeventig procent van de bevolking denkt dat homoseksualiteit een ziekte is’, zegt Miletic. ‘Dat was tachtig procent, het gaat de goede kant op.’ Hij moet lachen. Zelf houdt hij zijn seksuele geaardheid meestal ook liever voor zich. Zelfs zijn ouders heeft hij het nog niet verteld. ‘Ze zullen me nooit begrijpen.’

Anderhalf jaar later is het toch zo ver: de eerste Pride sinds 2001 wordt – mede onder druk van de internationale gemeenschap – gehouden op 10 oktober 2010. Zo’n duizend demonstranten lopen met ballonnen en vlaggen door het centrum van de stad. De staat heeft een enorme politiemacht op de been gebracht om hen te beveiligen. Niet ten onrechte, zo blijkt al snel: relschoppers proberen met stenen, flessen en molotovcocktails de optocht te verstoren en zetten gebouwen en auto’s op de route in brand. ME’ers zetten traangas en rubberen kogels in om de geweldplegers te verdrijven. Belgrado verandert die dag in een slagveld.

Beeldmateriaal van deze bloederige Pride is verwerkt in Parada, de film van Srdjan Dragojevic. Geen zwaar drama over de deplorabele staat van de homorechten in Servië, maar een komedie – politiek incorrect bovendien. De film gaat over Limun, een nationalistische, extreem homofobe Serviër die onder dwang van zijn vriendin de Pride moet gaan beveiligen omdat de politie daar niet toe in staat blijkt te zijn. Zijn kameraden verklaren hem voor gek: zijn zij niet juist gewend homo’s in elkaar te slaan? In de roze Mini van een van de lgbt-activisten rijdt Limun vervolgens door Kroatië, Bosnië en Kosovo, op zoek naar strijders uit de Joegoslavische oorlog die nog bij hem in het krijt staan. Deze mannen, minstens net zo homofoob als Limun, laten zich uiteindelijk overreden en rijden terug met hem naar Belgrado, waar zij zich fysiek en vooral ook mentaal voorbereiden op de Pride. De homo-activisten vragen zich ondertussen af of zij zich door deze oorlogsmisdadigers überhaupt wel willen laten beveiligen. Als de Pride er uiteindelijk toch komt, leidt dat tot spanningen binnen de groep. Terwijl sommigen de handdoek in de ring gooien, nog voor de ongeregeldheden beginnen, pakken anderen zelf de wapens op.

Parada, die in 2011 in Servië in première ging, werd een enorme hit over de hele Balkan. Niet alleen honderdduizenden bezoekers zagen hem in de bioscoop, ook op middelbare scholen werd hij vertoond in een voorzichtige poging het taboe op homoseksualiteit te doorbreken. ‘Wat een kutfilm’, schijnt de puberzoon van een vriend van de regisseur te hebben gezegd. ‘Na deze film kan ik nooit meer homo’s haten.’ Volgens advocaat Goran Miletic illustreert dit precies de situatie in Servië: omdat de meeste homo’s uit angst voor de consequenties niet uit de kast durven komen, blijft homoseksualiteit iets abstracts waar het volk zich makkelijk tegen kan afzetten. ‘Parada heeft homo’s een gezicht gegeven’, zegt hij vanuit Belgrado, waar hij inmiddels de Balkan-afdeling van Civil Rights Defenders leidt. ‘Het is een eerste stap op de weg naar acceptatie. Maar er is nog veel meer nodig.’

‘Zeventig procent denkt dat homoseksualiteit een ziekte is. Dat was tachtig procent, het gaat de goede kant op’

Dat er nog een lange weg is te gaan, blijkt onder meer uit de profetische werking die van Parada lijkt te zijn uitgegaan: de Prides van 2011, 2012 en 2013 zijn op het laatste moment geannuleerd door de autoriteiten, omdat de politie de betogers niet zou kunnen beschermen. ‘Ze zeggen dat ze onze veiligheid niet kunnen garanderen, dat er te veel serieuze bedreigingen komen vanuit de samenleving’, zegt Miletic. ‘Maar waarom is er dan nog nooit iemand voor die bedreigingen opgepakt? En waarom moet een democratische regering zwichten voor druk van extremisten en hooligans? Het is geen onmacht, het is onwil.’ De volgende Pride staat gepland voor 31 mei 2014. Miletic is onlangs naar Brussel gereisd om te lobbyen voor meer druk op de Servische autoriteiten vanuit de Europese Unie. ‘Als je bij de EU wil horen, zul je de mensenrechten moeten respecteren.’

Of dit de juiste koers is voor de homo-emancipatie op de Balkan wagen sommige Serviërs te betwijfelen – ook uit de lgbt-gemeenschap. ‘De Pride is geïmporteerd uit het Westen’, zegt Marko Simonovic (30), die sinds zeven jaar in Nederland woont en in Utrecht promoveert in de taalwetenschap. ‘Het wordt geassocieerd met zaken die in sommige landen al een feit zijn, zoals het homohuwelijk en adoptie van kinderen door homostellen. In ieder land heeft dat zijn eigen ontstaansgeschiedenis, maar de Pride heeft in Servië niets te maken met de ontwikkeling van een eigen normen-en-waardensysteem. Alleen die Engelse naam al: in Servische oren klinkt dat als aanstellerij.’ Volgens hem is het dan ook nooit bewezen dat Servische homo’s zich in de westerse agenda herkennen. ‘Er wordt klakkeloos van uitgegaan dat zij dezelfde idealen hebben, terwijl ze bij mijn weten vooral bezig zijn met overleven. Ze willen met rust gelaten worden.’

Simonovic zou er daarom voor willen pleiten om de Pride los te laten in de strijd tegen discriminatie. ‘Pride is te veel een doel op zich geworden, een doel ook waar nationalisten makkelijk tegen kunnen ageren. Terwijl het leven van een homo in Servië er echt niet beter op wordt na de eerste succesvolle parade. Over dieperliggende problemen gaat het in de debatten niet meer. Een verloren kans.’

De promovendus, die het concept seksualiteit graag problematiseert (‘ík weet niet op wie ik val, ik ben in ieder geval geen hetero, homo of bi’), denkt wel dat Parada heeft bijgedragen aan de discussie over diversiteit: ‘Door de humor heeft de film een groot publiek bereikt, wat anders met dit onderwerp nooit zou lukken. Je weet natuurlijk niet wat bioscoopbezoekers na afloop denken, maar ze hebben wel met eigen ogen gezien hoe een extreme nationalist uiteindelijk sympathie krijgt voor homo’s, omdat hij ze beter heeft leren kennen – net als de kijkers. Dat biedt hoop.’

Dat parada homo’s een gezicht heeft gegeven, vindt ook Mirko Cvetkovic (28), die sinds vier maanden in Nederland woont. Maar of het een realistisch beeld is? ‘De regisseur maakt volop gebruik van stereotypen en clichés bij het karakteriseren van de hoofdpersonages’, zegt hij in een café in Amsterdam, waar hij de master Nederlandse taal en cultuur volgt. ‘Bovendien klopt er niks van de situatie die hij schetst: het homostel in de film woont samen – dat heb ik in Belgrado nog nooit meegemaakt. Het doet me denken aan Modern Family, heel Amerikaans.’

Toch vindt Cvetkovic het goed dat de discussie door de film op gang is gekomen. ‘Vooroordelen zitten heel diep bij de Servische bevolking’, zegt hij. ‘Zelfs onze minister-president heeft gezegd dat homo’s abnormaal zijn. Van de autoriteiten hoeven we dus niet veel te verwachten.’ Maar de crux voor de emancipatie van de lgbt-gemeenschap ziet hij niet in films als Parada of het organiseren van een Pride: ‘Homo’s hebben zelf ook een taak. We moeten klein beginnen, in onze eigen omgeving. Pas als we opener zijn over onze geaardheid, en bereid zijn erover te discussiëren, kunnen we het taboe doorbreken. Zodra mensen homo’s kennen en zien dat het ook gewone mensen zijn, geen freaks of perverselingen, kunnen ze hun beeld bijstellen.’

Zelf wist Cvetkovic al vanaf de basisschool dat hij anders was dan de andere kinderen, maar durfde daar met niemand over te praten. Hij werd gepest en raakte geïsoleerd, totdat hij op het gymnasium andere homo’s leerde kennen. ‘Pas toen ik een jaar of 22 was, heb ik het aan mijn ouders verteld. Ze reageerden veel toleranter dan ik had gedacht. Een opluchting. Een unicum ook, als ik het vergelijk met de verhalen van anderen.’ Sindsdien probeert hij zo open mogelijk te zijn over zijn geaardheid, wat makkelijker zou moeten zijn nu hij in Amsterdam studeert. ‘Toch valt het me tegen hoe tolerant de mensen hier zijn. Ik woon in West, en mijn buurman is ook homo. Toen hij bij de laatste Pride een regenboogvlag op zijn balkon hing, is die in brand gestoken.’


Human Rights Weekend

Parada draait zondag 2 februari om 19:00 in De Balie. Tickets kopen kan hier.

Dit weekend wordt in De Balie in Amsterdam het Human Rights Weekend gehouden met films en debatten. Journalisten van De Groene Amsterdammer verlenen hun medewerking aan dit festival. Zo neemt Monique Samuel op zondag 2 februari deel aan een gesprek met fotograaf Roger Anis die voor de Egyptische krant Al-Shorouk de omwentelingen in Egypte sinds 2011 registreerde. Meer informatie: debalie.nl