‘lachen om samenzweringen is er een onderdeel van’

Komplottheorieen doen het goed in politiek benarde tijden. Het einde van de Grote Ideologieen heeft het geloof in de Grote Samenzweringen opnieuw doen opbloeien.

IN HUN BEFAAMDE en beruchte boek De dageraad der magiers (een onmisbare introductie voor iedere eigentijdse mondiale komplotdenker, in 1960 voor het eerst in Frankrijk verschenen onder de titel Le matin des magiciens), stellen
L. Pauwels en J. Bergier dat de SS-organisatie ‘Ahnenerbe’, het in 1933 opgerichte genootschap voor de studie der nalatenschap der voorvaderen, over een groter budget beschikte dan het Amerikaanse team dat aan de wieg stond van de eerste atoombom. Toen de dienst, die een officiele uitloper was van het uiterst occulte en besloten Thule- genootschap onder leiding van de 'ziener-generaal’ Karl Haushofer, in 1939 onder direct commando van Heinrich Himmler kwam te staan, telde ze vijftig afdelingen, gespecialiseerd in de meest uiteenlopende vormen van mythomanie.
Onder leiding van professor Wurst, docent Sanskriet aan de Universiteit van Munchen en kenner van de oude heilige teksten, werden er expedities naar Tibet ondernomen om contacten te leggen met verafgelegen Lama-kloosters, ging men op zoek naar de heilige graal van Parsifal, en namen 'Ahnenerbe’-agenten deel aan alle mogelijke occulte genootschappen en sekten om alle hete snufjes op esoterisch gebied onmiddelijk te rapporteren aan het hoofdkwartier in Berlijn. Werkelijk alles genoot de belangstelling van de generale staf, die zelf ook al bestond uit magisch geinspireerden en iedere vergadering begon met een concentratie-oefening onder leiding van een echte yogi. Alles diende gerapporteerd: van de occulte betekenis van de gotische torentjes en de hoge hoeden van Eton tot de aanwezigheid van de broederschap der Rozenkruisers in het Nieuwe Rijk, kortom, naar alles wat wij tegenwoordig zouden aanduiden als de New Age-leer keken de oppernazi’s hongerig uit. Zij streefen naar een complete staalkaart van de mythologie en gebruikten die als basis voor zowel hun wijze van oorlogvoering, hun wetenschap en hun utopieen. Het was ook op basis van die nieuwe 'heidense religie’, zoals deze meesters van de Zwarte Orde het graag uitdrukten, dat er onder de vlag van 'Ahnenerbe’ de vreselijkste 'medische’ en genetische experimenten werden uitgevoerd op de joden en de zigeuners in de concentratiekampen.
AL VER VOOR HET UITBREKEN van de Tweede Wereldoorlog, in de jaren twintig, legden de toekomstige naziheersers zich toe op esoterische genootschappen. Met het op een Germaanse bewerking van de Atlantis-legende draaiende Thule-genootschap beschikte de beweging over een eigen vlot in de wild klotsende zee van geheime gezelschappen en loges, veelal berustend op een westerse bewerking van oosters gedachtengoed als reincarnatie en astraal verkeer. Rudolf Hess knoopte banden aan met de Britse zwarte magier Alisteir Crowley en diens Orde van de Tempel van het Oosten en Orde van de Gouden Dageraad. Volgens Jean-Pierre Bayard, schrijver van de recent in Nederlandse vertaling verschenen studie De rozenkruisers: historie, traditie en rituelen, liet Hess zich in Egypte in Crowleys geheime loge inwijden.
De al evenzeer van het Thule-gedachtengoed doordrongen Himmler beschouwde zichzelf als de reincarnatie van keizer Hendrik I de Vogelaar en bleef tot de laatste snik objecten verzamelen waaraan hij een hogere metafysische kracht toedichtte. Zo kregen de Duitse troepen in Italie bij de terugtrekking uit Napels in 1943 keer op keer de opdracht om toch vooral de grafsteen van de laatste Duits-Roomse Hohenstaufen-keizer mee te nemen, alsof dit verreweg het belangrijkste onderdeel van die militaire manoeuvre was. Ondertussen vergaderde de Fuhrer zelf aan de lopende band met de befaamdste occultisten over de verdere oorlogsstrategieen, terwijl zijn huishoroscooptrekker geen moment van zijn zijde week. Naarmate de ineenstorting van hun Rijk naderbij kwam, werd dat geloof in de superioriteit van hun mystieke netwerk alleen maar groter bij de top-nazi’s. De almaar massaler opgevoerde bevelen tot het uitvoeren van mensenoffers kwam voort uit een behoefte aan bloeddoordrenkte symboliek die terugging naar het tijdperk van de Maya-indianen. De tot het laatst toe volgehouden dreigementen aan het geallieerde kamp dat de nazi’s snel de beschikking zouden krijgen over een wapen met allesvernietigende kracht, kwam regelrecht voort uit de theorieen van het Thule-genootschap op het gebied van de 'holle aarde’, die te ver voert om op deze plaats uit te leggen. In navolging van de Russische soefi-magier Gurdjieff beleed Hitler een diep geloof in buitenaards leven, die hij als zijn voornaamste bondgenoot beschouwde tijdens zijn heilige missie op de planeet Aarde.
In hun boek gaan Pauwels en Bergier ervan uit dat dit hele psychedelische pandemonium wel degelijk een als 'magisch’ te omschrijven invloed had. Zij zien Adolf Hitler als het medium van een krachtenveld waarover hij zelf geen controle uitoefende. De plotselinge publieke transformaties van de benauwde kleinburger tot de orakelende dondergod moet volgens hen wel degelijk op het conto worden geschreven van duistere rituelen. 'Hitler danste op een muziek die niet de zijne was’, heet het in De dageraad der Magiers. In ieder geval droeg de geestesvervoering waarin de topnazi’s zichzelf brachten met hun eigenbereide soep van Indo-Germaans mysticisme wel bij aan hun totale gebrek aan reserve bij het uitvoeren van hun politiek van massaslachting en -knechting. Zij zagen zichzelf als de Meesters van het Universum, tot in de beklaagdenbanken van de Neurenbergse processen aan toe, voor zover ze die haalden.
IN FEITE BORDUURDEN de nazi’s voort op de traditie van de monarchen en edellieden die hen voorgingen met hun nadrukkelijke mythomanie en geloof in de alles controlerende kracht van magierschap en toverij uit de school die teruggaat op de theosofische traditie van de Tempeliersorde en diens erfopvolger de Rozenkruizers cq. vrijmetselaars. In een wereld die uitging van het door God gegeven gezag was een vinger in de pap van het occulte altijd een welkom aanvullingsmiddel gebleken. Talloze koningen en prinsen traden in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw toe tot besloten loges en genootschappen. Zo stond prins Karl van Hessen-Kassel, gouverneur van het hertogdom Sleeswijk- Holstein (1744-1836), onder meer als grootmeester aan het hoofd van de zeer besloten Orde van de Aziatische Broeders, die een reincarnatieleer aanhingen in hun dogma van 'de rotatie van de zielen’ en die hun herkenningsteken hadden in een swastika. Wilhelm II, de laastste Duitse Kaiser, stortte zich na zijn vlucht naar huize Doorn ook volop in de mystiek- arische leerstukken en schreef de ene na de andere enthousiaste verhandeling over de zegeningen van de swastika en aanverwante parafernalia uit de wereld van de Indo-Germaanse mystiek.
Ook in Nederland heeft de hoogste aristocratie zich altijd uitgebreid tegen magische krachten aangeschurkt. Dat begon al toen prins Maurits (die van de slag bij Nieuwpoort) gebruik begon te maken van de diensten van de Duitse magier Michael Maier, die de Rozenkruizers beschreef als de ware erfgenamen van de Indische brahmanen, en het ging door tot aan de halfbroer van koningin Wilhelmina, prins Alexander, die een lang en bitter gevecht voerde om het grootmeesterschap van de Nederlandse loge van de vrijmetselarij te verkrijgen. Doorwrochte hedendaagse komplotdenkers houden overigens bij hoog en laag vol dat de huidige kroonprins Willem-Alexander er identieke aspiraties op nahoudt als zijn tragische oudoom, terwijl door hen ook de Bilderberg-activiteiten van Bernhard in het licht van komplotterende, naar wereldheerschappij strevende loges van ingewijde 'illumni’ wordt gezien.
VOOR DE KOMPLOTDENKER is een stelsel van besloten genootschappen een allereerste levensbehoefte. In welke variant je ook op het hedendaagse samenzweringsfetisjisme stuit, telkens grijpt het terug op de klassieke proposities van een ingewikkeld stelsel van geheime genootschappen, die allen met elkaar in verbinding staan en wachten op het juiste moment om de totale macht te grijpen. Al naar gelang de voorliefdes van betrokkene wordt er gezwaaid met zeventiende-eeuwse oorkondes van de Rozenkruizers, nog oudere Tempeliers-legenden, of met een antisemitisch leerstuk als De protocollen van de Wijzen van Zion, een uiterst succesvolle poging tot geschiedkundige manipulatie uit de negentiende eeuw. Het resultaat is een magisch-fantastisch wereldbeeld zoals Umberto Eco dat onnavolgbaar heeft gecomponeerd in De slinger van Foucault, die de wortels van een constant duel tussen Goed en Kwaad helemaal terug weet te voeren op de belevenissen en ambities van de eerste, van God bezeten kruisridders.
Het mag geen verwondering wekken dat heel deze wijze van politiek redeneren enigszins in onbruik raakte in de verlichte jaren zeventig. Met het optimistische geloof in de maakbaarheid van de samenleving was er geen plaats meer voor recepten uit de allerobscuurste hoek van het westerse denken. De ware komplottheoreticus bloeit op in politiek benarde tijden, wanneer de grenzen van de democratische samenleving bereikt lijken te zijn en het pragmatische geloof in de mogelijkheden van ordentelijke sturing van de maatschappij via wetgeving en andere on-magische instrumenten afbrokkelt.
Wat dat betreft kwam het schandaal rondom de vrijmetselaarsloge Propaganda II (P-2) onder leiding grootmeester Licio Gelli begin jaren tachtig precies op tijd. Het was de perfecte opmaat tot het hernieuwde samenzweringsdenken zoals dat in het decennium van oplaaiende sociaal-economische crisis gestalte kreeg. P-2 was binnen het netwerk van de internationale vrijmetselarij weliswaar niet erkend, maar op grond van de stoutse dromen van de gemiddelde komplottheoreticus overtreffende onthullingen over het bestaan van een geheime loge die de mafia, het Vaticaan en de moderne fascisten aan elkaar verbond, werden oude legenden nieuw leven ingeblazen. Gerenommeerde vrijmetselaars als D66-voorzitter Henk Zeevalking konden nog zo veel geruststellende verhalen aan de pers vertellen over de onschuldige vorm mannenbroederssolidariteit die in de tempels der loge werden bedreven - helpen deed het niet.
MET DE GIGANTISCHE vlucht die het New Age-denken in de jaren negentig neemt - in veel opzichten doet het denken aan het mythomane klimaat in het Europa van de jaren twintig - mag het komplotdenken zonder meer als een van de belangrijkste verklaringsmodellen worden opgevoerd voor een steeds meer door haar eigen onmacht gefrustreerd rakende mensheid. De klare vergezichten van het marxisme hebben plaatsgemaakt voor een noodlotszwanger obscurantisme, dat vaak als een vorm van 'nieuwe bezieling’ wordt opgevoerd. Zeer bescheiden doch uiterst informatief met betrekking tot dit nieuwe klimaat is de polemiek die momenteel in de kringen van de Nederlandse milieupartij De Groenen wordt uitgevochten. Groenen-lijsttrekker Hein Westerouen van Meeteren kwam tot veler verbazing in het heetst van de verkiezingsstrijd met een heftige avance richting de gerenommeerde toverkol Mellie Uyldert, berucht vanwege haar onwelriekende bloed-en-bodemmystiek. Van Meeteren liet de lezers van Uylderts clubblad De Kaarsvlam weten dat hij een uiterst leerzame gedachtenwisseling had gehad met het kruidenvrouwtje en daarbij riep hij alle Uyldert-fans op de stem op zijn partij uit te brengen. Dat formuleerde hij zo: 'Het was een goede gedachtenwisseling. We hadden het erover hoe kaal de huidige politiek is geworden. Hoe weinig bezield de huidige generatie politici zijn werk doet. Hoe weinig mensen nog echt warm kunnen worden en zich in willen zetten voor een idee, een visie of een ideaal. Mellie vertelde ons van het “genius”, de diepere stem van de wijsheid in ons, waarmee we contact kunnen krijgen, en hoe vroegere koningen of heersers zich vaak lieten leiden door zo'n stem.’ Dit, aldus de ecologische lijsttrekker, kon dienen als inspiratie voor een 'derde weg’, 'tussen de kilte van het kapitalisme en de verstikking van het communisme’.
In het milieu van de antifascistische strijders viel de nieuwe alliantie tussen de Groenen en het kruidenvrouwtje uiterst slecht. Het leidde tot heftig verontwaardigde artikelen in het antifa-orgaan Kafka, waarop de aangevallen lijsttrekker op zijn beurt zeer verontwaardigd reageerde. Toch moet, gezien de nu oplaaiende denktrends, de vrees worden uitgesproken dat van de strijdende partij van Van Meeteren aan het langste eind zal trekken. De mythomanie heerst weer als vanouds, en daarbinnen functioneert het komplot als surrogaat- bindmiddel voor een steeds verder fragmentariserend wereldbeeld.
WIE HET WERELDBEELD van de huidige komplotdenker overziet, bijvoorbeeld door lezing van het snel furore makende, sinds kort in het Nederlands verschijnende tijdschrift Exposure, moet vaststellen dat de molens van de politieke paranoia momenteel sneller malen dan ooit tevoor. Moeiteloos worden uiteenlopende fenomenen als aids, de mysterieuze cirkels in het graan en de werkzaamheden aan SDI met elkaar in verband gebracht als uitingsvormen van een en dezelfde mondiale samenzwering ter voorbereiding van de Nieuwe Wereldorde, stelselmatig herleid tot de mystieke roots die altijd al werden genoemd. In de Verenigde Staten heeft deze visie op de wereld, partieel aangehangen door uiteenlopende groepen als de Scientology Church en de beruchte antisemiet Lyndon La Rouche, al zeer diep wortel geschoten. Het is een leer die drijft op symbolenduiding, numerologie en andere vormen van systeemdrift.
In Europa gaat het dezelfde kant op, compleet met een heroplevende belangstelling voor het 'heidense’ Europa uit Keltische en aanverwante tijden. Het recente zelfmoorddrama rond de Orde van de Zonnetempel in Zwitserland, gecentreerd rond de uit de politiek allerbedenkelijkste kringen van de Ordre Celtique komende Luc Jouret, is weer zo'n uiterst intrigerijke affaire rondom de ideologische onderbuik van Europa. De Orde van Jouret had volgens internationale publikaties zowel connecties met de internationale mafia en de erfgenamen van het Thule- genootschap (dat volgens sommige theorieen nooit heeft opgehouden te bestaan) als met de beruchte BCCI-bank. De zelfmoordactie van de vijftig leden van de Zonnetempel is volgens dat verklaringsmodel dan ook eigenlijk een afrekening in dit curieuze milieu. Waarmee er - zucht - weer een nieuw komplot is geboren.
Leefden de jaren zeventig nog maar.