Lage lusten

Deze dubbel-special van De Groene Amsterdammer behandelt onze lage lusten in het algemeen en de rol van de commerciele seks in het bijzonder.

Het is een bedrijfstak waarin jaarlijks twee miljard gulden omgaat. De helft daarvan gaat naar de prostitutie, de seksbladen zijn goed voor honderd miljoen en aan pornofilms wordt honderdvijfentwintig miljoen uitgegeven. De rest wordt geinvesteerd in erotische kledij, striptease, telefoonseks en zinneprikkelende hulpstukken.
Daarmee zijn onze Lage Lusten, economisch gezien, een geduchte concurrent van onze Hogere Lusten, wat dat ook moge zijn.
Lange tijd is daar moraliserend over geoordeeld. Door keuringsinstanties, door het justitiele apparaat, door beroepsopvoeders, door een minister van Justitie die er zo op gebrand was het publiek tegen zichzelf te beschermen dat hij zijn eigen geweten zwaarder liet wegen dan een uitspraak van de volksvertegenwoordiging. Toegegeven, de wereld van de thuisvideo en de ‘discrete massage’ houdt er een eigen esthetiek op na, die zelden verheffend is.
Maar mondige, volwassen burgers dient men geen morele of esthetische criteria op te dringen. Die maken zelf wel uit of zij de zinnen via Verstappens Blue Movie of Bertolucci’s Novecento wensen te prikkelen. De mores van Beate Uhse en Christine le Duc zijn zelden de onze, behalve als bepaalde stromingen in politiek of publieke moraal ons wensen te dicteren wat wij mogen lezen en bekijken.
Pornografie is niet zelden, zoals elders in dit nummer wordt uitgelegd, een metafoor voor het kwaad, het kwaad in een wereld die wel grotere problemen lijkt te hebben dan vieze films en smoezelige blaadjes. De wijze waarop de commerciele seks zich een plaats in Nederland veroverde, weerspiegelt tevens de geschiedenis van de laatste pogingen tot betutteling in een natie waarvan inmiddels vrijwel iedereen doordrongen lijkt van het besef dat wij niet alleen baas in eigen buik, maar ook in eigen onderbuik zijn.