Het antwoord van Ayn Rand op de kredietcrisis

Laissez faire!

3 oktober 2008 - De Amerikaanse filosofe en cultschrijfster Ayn Rand (1905-1982) laat aan de hand van haar romanheld John Galt zien dat economieën het best gedijen als ondernemingen met rust worden gelaten. Nu Amerika kreunt onder de kredietcrisis klinkt dan ook alom de vraag: waar is John Galt?

Medium fountain2

ALS EEN AMERIKAANSE christen in een geloofscrisis verkeert, stelt hij zichzelf de vraag: what would Jesus do? Wanneer het Amerikaanse kapitalisme in crisis verkeert, stelt men zich de vraag: what would Ayn Rand do? De filosofe/schrijfster Ayn Rand (1905-1982) wordt in Amerika nog altijd gezien als de Jezus van het laissez-faire-kapitalisme. Toen vorige week de bubbel aan het pussen sloeg en de overheid naarstig noodverbanden begon aan te leggen, waren er zelfs mensen die een van Rands romanpersonages om een oplossing smeekten. Waar is John Galt? schreef een beurscommentator van The Wall Street Journal, en iedereen wist blijkbaar dat hij het had over de held uit de roman Atlas Shrugged (1957).

Ayn wie? In Europa worden haar boeken nauwelijks gelezen, terwijl Amerikanen het lezen van Rand vaak ervaren als een gebeurtenis die hun leven voorgoed heeft veranderd. Meer dan twintig miljoen exemplaren zijn er intussen verkocht en de oplagen zijn nog altijd enorm. Uit een onderzoek in de jaren negentig bleek dat Amerikanen Atlas Shrugged beschouwden als het meest invloedrijke boek na de Bijbel. Er bestaat ware Ayn Rand-satire en er is zelfs een datingsite voor Rand-liefhebbers, The Atlasphere genaamd, waardoor er waarschijnlijk ook randiaanse huwelijken bestaan, waarin ’s ochtends aan de keukentafel de randiaanse dogma’s worden gerepeteerd en ’s avonds de liefde op z’n randiaans wordt bedreven: hard en met inzet van zwepen, steenboren en paarden, zoals in een scène in haar roman The Fountainhead.

Over haar filosofische erfgoed waken intussen twee actieve denktanks: het Ayn Rand Institute aan de Amerikaanse westkust en het Objectivist Centre/Atlas Society aan de oostkust. Er ligt een scenario klaar voor de verfilming van Atlas Shrugged, naar verluidt met Angeline Jolie in de hoofdrol. Verder zijn er randiaanse tijdschriften, T-shirts, serviezen, posters, sleutelhangers en stickers. Ayn Rand lééft in Amerika.

Maar de schrijfster wordt volstrekt niet serieus genomen door de literaire kritiek.

Ayn Rand wordt in 1905 als Alisa Rosenbaum in een geassimileerd joods gezin in Sint-Petersburg geboren. Vader Rosenbaum is apotheker, moeder houdt thuis culturele soireetjes. In 1917 wordt het bedrijf van vader door de bolsjewisten in beslag genomen, waarna de familie moet verhuizen naar de Krim. Ayn Rand ondervindt dus al op jonge leeftijd aan den lijve hoe kwetsbaar het levenswerk van de enkeling kan zijn onder een brute, collectivistische overheid. In deze schokkende ervaring wordt ook de kiem gelegd van het archetypische Ayn Rand-personage dat in al haar romans terugkeert: de heroïsche eenling die ondanks de tegenwerking van de nihilistische orde en ondanks de mogelijkheid tot een vergelijk met die orde vasthoudt aan de uitvoering van zijn eigen creatieve voornemens. Een cartoonheld, lang en slank en met een stevige kaaklijn, waarvan het kind Ayn Rand – ze is als twaalfjarige dol op geïllustreerde heldenverhalen voor jongens en versmaadt de Russische sprookjesboeken – misschien wel hoopt dat hij uit de lucht is komen vallen om alles weer goed te maken. Het is een licht kitscherig personage, dat Rand steeds uit hetzelfde bordkarton lijkt te knippen, maar dat doet ze bewust: het personage dient uitsluitend om de idee van de volmaakte mens gestalte te geven, die de lezer tot voorbeeld moet strekken.

Nadat ze haar studie geschiedenis heeft afgemaakt, vlucht Ayn Rand op 21-jarige leeftijd naar de Verenigde Staten, alleen, aangemoedigd door haar moeder, maar toch vooral op de golven van haar eigen idealisering van Amerika, dat ze alleen kent van de muziek, cartoons, modetijdschriften en films uit haar vroege jeugd. De kennismaking met haar nieuwe land is gelukkig. Via een baantje als filmfigurant schopt ze het binnen afzienbare tijd tot scenarioschrijver bij een van de grote filmstudio’s in Hollywood. Om haar familie in Rusland te beschermen en haar nieuwe Amerikaanse identiteit te onderstrepen, gaat ze een pseudoniem gebruiken.

Haar eerste roman, We The Living, verschijnt in 1934. Het verhaal speelt zich af in de Sovjet-Unie en is Rands meest autobiografische roman: de integriteit van de jonge vrouwelijke ingenieur Kira Argounov wordt beproefd door de liefde, haar familie en het socialistische systeem. In 1943 verschijnt The Fountainhead. De compromisloze architect in deze roman is de eerste echte incarnatie van Ayn Rands idee van het ideale individu. In de roman Atlas Shrugged uit 1957 treden drie van zulke helden voor het voetlicht: Dagny Taggart, de vrouwelijke directeur-eigenaar van een transcontinentale spoorlijn, Hank Rearden, een zakenman die een nieuwe metaalsoort ontwikkelt, en de mysterieuze John Galt, een filosoof-ingenieur die een motor ontwerpt die loopt op statische elektriciteit, wat neerkomt op de uitvinding van het perpetuum mobile. Alledrie de personages worden eindeloos dwarsgezeten door bureaucraten, plunderaars en profiteurs.

Ayn Rand schreef ook essays, maar ze koos niet voor niets ook voor de romanvorm. Alleen de romanvorm maakte het mogelijk om romantische helden en heldinnen als Dagny Taggart en John Galt te kunnen portretteren, met wie de lezer zich kon identificeren. Dat was de kern: het kapitalisme als ideaal of theorie betekende helemaal niets wanneer je niet in staat was het heroïsche, doelgerichte kapitalistische leven te leven. Rands helden moesten demonstreren dat het kapitalisme niet louter een financieel-economisch stelsel was, dat door een overheid naar believen in een hoge of lage stand kon worden gedraaid – kapitalisme was een integraal politiek ideaal. Dat ideaal was alleen te verwezenlijken door een drastische omslag van waarden, die van persoon tot persoon moest worden waargemaakt. ‘Ik ben niet in de eerste plaats een advocaat van het kapitalisme’, schreef Ayn Rand, ‘maar van het egoïsme.’

Rands personages moesten voordoen hoe mensen egoïsten konden worden, tegen hun opvoeding in, die hen had ingestampt dat juist altruïsme, de opoffering van hun eigen leven voor een ander of voor een ‘hoger goed’, het meest hoogstaande ethische principe was. Rands helden lieten zien dat ze hun genie te danken hadden aan de waardering van hun eigen leven als het hoogste goed. Niet één moment overwogen ze om hun leven aan God, kerk, samenleving, natie, partner, kind of buurman op te offeren. De lezer van Atlas Shrugged begrijpt dat wanneer ze dat wél hadden gedaan, dat wanneer ze ook maar één keertje waren gezwicht voor het altruïstische argument van hun tegenstrevers, er nooit een nieuwe spoorlijn was gekomen, noch die prachtige nieuwe metaallegering, noch die elektrostatische motor van John Galt die voorgoed een einde zou maken aan het energieprobleem.

Ten slotte leert de lezer dat de ontplooiing van dat onverstoorbare genie alleen maar mogelijk was onder het laissez-faire-kapitalisme, omdat dat het enige politieke stelsel was dat het onvervreemdbare recht van een individu erkent om zichzelf te bezitten en zijn eigen doelen na te streven.

Dat was een radicale positie, waarmee Ayn Rand zich zo’n beetje tegen de hele cultuur richtte. Tegen de conservatieven, die vonden dat het lichaam aan God toebehoort, de progressieven, die het welzijn van de gemeenschap boven het individu stelden, de communisten en de fascisten, in haar ogen extreem altruïstische bewegingen, de nationalisten, kortom iedereen die dacht het kapitalisme te kunnen versnijden met zelfopofferend, zelfwegcijferend altruïsme of collectivisme.

Alle critici reageerden bij verschijning van Atlas Shrugged dan ook voorspelbaar gestoken. ‘Dit is geen boek dat licht terzijde kan worden geschoven’, schreef Dorothy Parker met haar gebruikelijke snedigheid, ‘dit moet met kracht weggesmeten worden.’ Gore Vidal noemde het boek ‘bijna perfect in zijn immoraliteit’. Aan de rechtse kant reageerde de voormalige communist en spion in de Sovjet-Unie Whittaker Chambers: ‘De randiaanse Mens is, net als de marxistische Mens, het centrum van een goddeloze wereld. Maar menselijk heldendom moet van God afgeleid zijn, anders vervalt het tot het beestachtige.’

Medium fountain4

Omdat het kapitalisme bij Ayn Rand een samenhangend waardensysteem is, vleesgeworden in zijn creatieve helden, ziet ze geen heil in de gemengde economie, waarin vrije markt en overheid het speelveld delen. ‘Als ik zeg: “kapitalisme”, dan bedoel ik een vol, puur, ongecontroleerd, ongereguleerd laissez-faire-kapitalisme – waarin economie en staat op dezelfde manier gescheiden zijn als kerk en staat, en om dezelfde reden.’

In de essaybundel Capitalism: The Unknown Ideal (1966) schrijft ze: ‘De gemengde economie is een mix van vrijheid en controles – zonder principes, regels of theorieën om de grenzen van beide te definiëren. Omdat de introductie van controles altijd meer controles nodig maakt, is het een onstabiel, explosief mengsel dat uiteindelijk óf al zijn controles helemaal moet terugtrekken óf helemaal instort. Het enige principe van een gemengde economie is dat de belangen van iedereen op het publieke veilingblok liggen. Een gemengde economie is een amorele, geïnstitutionaliseerde burgeroorlog van drukgroepen en lobby’s, die allemaal vechten om de tijdelijke controle over de wetgevende machinerie, om het een of andere privilege af te persen ten koste van een ander. Omdat individuele rechten ontbreken, is de enige manier om deze precaire quasi-orde te bewaren en de barbaarse, roofzuchtige groepen die de gemengde economie zelf heeft gecreëerd enigszins te beteugelen – het compromis. Het compromis van alles en iedereen: materieel, spiritueel en intellectueel.’

En in The Virtue of Selfishness (1964): ‘Er kan geen compromis zijn tussen vrijheid en controle. “Een beetje controle” accepteren betekent dat je je onvervreemdbare individuele rechten laat vervangen door het principe van de ongelimiteerde, willekeurige macht van de overheid, waarmee je jezelf gradueel uitlevert aan slavernij.’

Medium fountain3

Ongeveer in dezelfde tijd als The Fountainhead verscheen het boek The Road to Serfdom (1944) van de econoom Friedrich Hayek, die op grond van een studie van de opkomst van nazi-Duitsland en sovjet-Rusland ongeveer tot eenzelfde nachtmerriescenario kwam als Rand. Economische planning door een centrale overheid is gedoemd te mislukken, schreef hij, omdat zo’n overheid nooit over voldoende informatie kan beschikken om alle goederen en diensten op de bestemde plaats te laten komen. Chaos en ontevredenheid zijn het gevolg, wat niet alleen leidt tot een nog strakkere economische planning met nog meer bureaucratie, maar ook tot het inzetten van geweld om de ontevredenheid te onderdrukken. Wat begon met ‘een beetje controle’, waarbij slechts een deel van de markt ontmanteld werd, heeft automatisch geleid tot de roep om nog meer controle, totdat men ten slotte aankijkt tegen een totalitair systeem waarin alle individuele vrijheden gradueel zijn ingeleverd in de hoop op meer financieel-economische stabiliteit. Dit is het inherente gevaar van alle gemengde economieën.

De huidige financieel-economische crisis laat zich uitstekend lezen met Ayn Rand en Friedrich Hayek in de hand, of met wie dan ook die ‘kapitalisme’ niet uitspreekt als een vies woord. Veel analyses stijgen jammer genoeg niet uit boven het niveau van het schelden op ‘graaiende bankiers’ en ‘gulzige zakenlieden’, wat helemaal niets verklaart, en waarbij ook nog wordt vergeten dat de grootste graaiers werkten voor de semi-overheidswangedrochten Fannie Mae en Freddie Mac.

Eerst maar eens de pressiegroepen van Rand, die ‘allemaal vechten om een stuk van de taart – die u heeft gebakken’, zoals Rand schrijft. De aanzet van de crisis werd gegeven door een ‘altruïstische’ sociaal-economische politiek van de Amerikaanse overheid, waarbij iedereen, ook de minvermogende mensen, in staat gesteld werd om een huis te kopen. Deze politiek gaat al terug tot voor de Tweede Wereldoorlog. Daartoe werden de hypotheekbanken Fannie & Freddie opgericht, die wel opereerden en winst mochten maken als private ondernemingen, maar die elk hypotheekcontract dat ze afsloten konden afdekken met overheidsgeld – mocht de lener bij betaling in gebreke blijven. Daardoor werd het heel gemakkelijk om een hypotheek te krijgen bij deze instellingen, die dan ook een bijna-monopoliepositie verwierven op de hypotheekmarkt. Dat is overigens een bevestiging van de theorie van laissez-faire-economen, dat niet het boze kapitalisme, maar juist overheidsbemoeienis leidt tot monopolievorming, waarna er natuurlijk meer overheidsbemoeienis nodig is om dat monopolie weer te temperen. Langzaam ontstond een bel van waardeloze hypotheekcontracten.

In 1977 werd daarbovenop, zeer tegen de zin van de banken, de Community Reinvestment Act aangenomen door het Congres. Banken werden door deze wet onderworpen aan de verplichting ‘de kredietbehoeften van de hele gemeenschap te dienen’, dat wil zeggen: ook de kredietbehoeften van de arme, vaak zwarte en Latino gemeenschappen. Deze gemeenschappen lieten zich vertegenwoordigen door ‘spontane’, maar feitelijk gesubsidieerde burgerbewegingen, die dreigden banken te boycotten die de kredietwaardigheid van hun klanten onderzochten. Zulk onderzoek werd in het openbaar agressief afgeschilderd als een vorm van rassendiscriminatie. Banken stonden dus niet alleen juridisch, maar ook moreel onder druk om leningen af te sluiten waarvan men vooraf wist dat ze waarschijnlijk niet zouden worden ingelost. Vooral de Democratische regeringen hebben door deze wetgeving stemvee gekocht, ten koste van een gezond bankwezen.

Dit soort centrale economische planning, die niet gestuurd wordt door principes maar door de druk van belangengroepen, leidt onherroepelijk tot nog meer ingrijpen, waarbij het kwaad met het kwaad wordt bestreden. De hypotheekbubbel werd gecreëerd door gemakkelijke beschikbaarheid van krediet. Het grote plan van zevenhonderd miljard, waarmee de Federal Reserve Bank nu de hele financiële sector wil stabiliseren, dient alleen maar om dat krediet beschikbaar te houden, zodat mensen op de pof kunnen blijven consumeren. Dat neemt het ‘gevoel’ van een crisis wel even weg, maar lost het echte probleem niet op.

De wanhopige vraag: waar is John Galt? is zo gek nog niet, omdat ze de aandacht verlegt van de consumptie van het krediet naar datgene wat kredietverstrekking überhaupt mogelijk maakt: productie.

In Atlas Shrugged is John Galt de bemoeienis en de tegenwerking van de overheid en haar profiteurs op een gegeven moment zat, en hij besluit een staking te organiseren. Plotseling blijken alle industriëlen, ingenieurs en andere ‘men of the mind’ verdwenen te zijn uit de wereld, die daarop langzaam maar zeker in ontbinding raakt. Dat is de betekenis van de titel: Atlas, de god die de aarde op zijn schouders draagt, ‘haalt zijn schouders op’, met het gevolg dat de wereld geschokt wordt. Ayn Rand wil daarmee laten zien dat de kern van elk economisch stelsel gedragen wordt niet door consumenten, maar door producenten, dat wil zeggen: door individuen, wier creatieve ondernemingen het best gedijen wanneer ze met rust gelaten worden, in een kapitalistisch stelsel dus.

Wanneer de regeringsleiders ten slotte begrijpen wat er aan de hand is, ontvoeren ze John Galt en smeken hem om een oplossing. Wat moeten we doen, mijnheer Galt?

Macht dient zich dus aan voor John Galt, in heel zijn heerlijkheid, in een scène die doet denken aan de verzoeking van Christus in de woestijn. John Galt, de randiaanse held die hij is, is principieel en weigert mee te werken.

‘Ga opzij’, zegt hij.


Beeld: The Fountainhead, courtesy Holland Festival / Jan-Versweyveld