Het Waterloo van Dominic ‘Wellington’ Cummings

Lak aan alles

Op on-Engelse agressieve wijze streed Dominic Cummings achter de schermen tegen de Britse gevestigde orde die in Europa wilde blijven. Hij benaderde de Brexit-campagne als een ware oorlog, en won.

Medium hh 57300832

Het idee kwam van Nigel Farage. Een maand voor het EU-referendum had de Ukip-leider voorgesteld dat de twee Brexit-campagnebussen – zijn paarse en de rode van het duo Boris Johnson/Michael Gove – elkaar zouden ontmoeten, ergens in het hart van Engeland, ‘net zoals de Russen en de geallieerden elkaar troffen bij de Elbe’. Johnson had er wel oren naar, maar hij moest het, tot verbazing van Farage, overleggen met de bazen. ‘Ik kreeg de indruk dat die twee geen eigen beslissingen konden nemen’, zei Farage, ‘dat ze instructies kregen van de apparatsjiks.’

Farage had het goed gezien. Boris en Gove waren het gezicht van de officiële Vote Leave-campagne, maar de poppenspeler was Dominic Cummings. Deze onzichtbare leider van de campagne beschouwde het referendum als een oorlog, waarin hij slechts één doel voor ogen had: winnen. Voor niets deinsde de onvermoeibare strateeg terug, geïnspireerd als hij was door de Chinese generaal Sun Tzu, de Hertog van Wellington en Von Clausewitz. Zijn optreden deed denken aan een opmerking uit de film Shaka Zulu: ‘Heren, we zijn omsingeld. Het goede nieuws: we kunnen nu aan alle kanten raak schieten.’

Met zijn hoge, kale voorhoofd en zijn veredelde ziekenfondsbrilletje ziet hij er niet uit als een generaal, de 45-jarige Dominic McKenzie Cummings. Hij kleedt zich op slonzige wijze, draagt nooit een stropdas en fietst door Londen, tussen de kantoren en koffietenten waar hij zijn werk doet. Geen prototype van een Engelse gentleman. ‘Hij heeft de uitstraling van een rijksambtenaar op een personeelsuitje’, schrijft Tim Shipman in de Brexit-bijbel All Out War, ‘met een zweem van provinciaalse middelmatigheid, compleet met accent dat een herkomst uit Durham verraadt.’

In het noordoosten van Engeland genoot Cummings een rimpelloze jeugd. Zijn pa werkte als ingenieur in de oliewinning, zijn moeder als docente voor zwakbegaafden. De jonge Dom ging naar een gewone basisschool, vervolgens naar een zes eeuwen oude privé-school en wist een plekje te veroveren op Exeter College, Oxford. Daar studeerde hij cum laude af in geschiedenis. Robin Lane Fox leerde hem alles over Thucydides, de Atheense legeraanvoerder in de Peloponnesische Oorlog, en Norman Stone wijdde hem in in de wereld van Von Bismarck, de man die Duitsland verenigde.

Na zijn studie vertrok Cummings naar Rusland, waar hij de taal leerde en zich verdiepte in Dostojevski. Hij zette een vliegtuigmaatschappij op die van en naar Wenen had moeten vliegen, maar gehinderd door de kgb mislukte dat project jammerlijk. Terug in Engeland streed hij in 1997 met de lobbygroep Business for Sterling met succes tegen Tony Blairs plan om de euro in te voeren. Tijdens een ontbijt met eurosceptici in de Royal Automobile Club, een van de herenclubs aan Pall Mall, ontmoette hij Michael Gove, indertijd journalist bij The Times. Dat was het begin van een hechte vriendschap.

Cummings sloot zich aan bij een succesvolle campagne tegen een regionaal parlement voor Noordoost-Engeland en toen hij zonder werk kwam te zitten sloot hij zich tweeënhalf jaar lang op in een bunker onder de boerderij van zijn ouders, om boeken over geschiedenis en wetenschap te lezen. In 2007 werd Cummings adviseur van zijn maatje Gove, die onderwijswoordvoerder was geworden voor de Conservatieven. Het hervormen van het onderwijs was zijn passie. Leren moest, naar het idee van deze Renaissance-man, een educatieve Odyssee zijn.

Vanaf de eerste dag leverde ‘The Dom’, inmiddels getrouwd met de dochter van een kasteelheer, strijd met de progressieve onderwijswereld, die volgens hem allergisch was voor verandering en de leergierigheid van scholieren onderschatte. Cummings verachtte carrièrepolitici, onderwijsexperts en autoriteit in het algemeen. De uitgesproken ideoloog Gove, die in 2010 onderwijsminister zou worden, vond het allemaal geweldig, maar de keurige Cameron noemde Cummings ‘een carrièrepsychopaat’. Vice-premier Nick Clegg omschreef hem als ‘een lijp individu’.

De verachting voor – en onderschatting van – Cummings op Downing Street werd het best verwoord door Camerons spindoctor. ‘We staan bibberend in onze schoenen. Niet dus’, zei Craig Oliver toen in juni 2015 bekend werd dat Cummings de ‘War Room’ van de Brexit-campagne zou gaan leiden. Ter voorbereiding had Cummings tientallen keren de docufilm The War Room gezien, over de campagne die Bill Clinton in 1992 naar het Witte Huis leidde. Clintons adviseur Jim Carville was een van zijn helden – ‘je kunt veel bereiken als je overal lak aan hebt’, was zijn motto.

Vanuit een Spartaans ingerichte kamer in Westminster Tower besloot Cummings, die de EU beschouwde als een ‘onzinnig idee uit de jaren vijftig’, een guerrilla te gaan voeren tegen de gevestigde orde. Indachtig de ooda-loop-_theorie van de Korea-veteraan John Boyd – _observe, orientate, decide and act – besloot hij dat de tegenstander zo veel mogelijk moest worden gedesoriënteerd. Hij liet activisten een congres van de eurogezinde werkgeversorganisatie verstoren, verspreidde beschadigende dossiers over vijandige politici en deed alsof immigratie geen thema was.

Was het niet Von Bismarck die zei dat mensen ‘nooit zoveel liegen als na de jacht, tijdens een oorlog of voor een verkiezing’?

Dat laatste bracht hem in conflict met Farage en diens entourage. Volgens Cummings moest de campagne eerst gaan over een minder beladen thema als soevereiniteit. Het doel was om de Brexiteers salonfähig te maken. De komst van zijn vriend Gove en de populaire Johnson – de artillerie – paste in die strategie. De Brexit moest iets zijn waarover je je niet hoefde te schamen tijdens diners binnen gegoede kringen. Immigratie moest een troefkaart zijn, die op het laatst ingezet kon worden. Dat noemde hij de Waterloo-strategie. Wellington vertrouwde ook op het slotoffensief.

In eigen kring maakte Cummings veel vijanden. Hij had geen fiducie in de Maastricht-veteranen, die hij vergeleek met popfans die naar een concert gaan om oude hits te horen. Evenmin toonde hij interesse in een debat, of in de Queensberry Rules waar het kamp Cameron zich aan wilde houden. ‘De eurosceptici hebben duizenden boeken geschreven’, beweerde hij tegenover The Economist, ‘miljoenen pamfletten verspreid en decennialang gepraat. De uitdaging is nu om niet nog meer te zeggen. De uitdaging is om te focussen, om dingen te vereenvoudigen.’

Hij overleefde een coup van collega’s die genoeg hadden van zijn agressieve, on-Engelse en autocratische manier van handelen. Cummings wist dat er een opstand zou komen en had zijn vertrouwelingen voorbereid. Toen de coup eind januari inderdaad kwam, dreigden zij allemaal met hem op te stappen, zodat de organisatie in elkaar zou storten. De coupplegers stonden versteld en vroegen hem wat te doen. ‘Dit zegt alles’, zei hij spottend. ‘Jullie vragen mij om advies hoe je een coup tegen mij moet organiseren.’ Vanaf dat moment was The Dom de onbetwiste baas.

Vanaf het begin hield hij in gedachten dat de kiezers in de provincie een afkeer hadden van Londen, politici, journalisten, bankiers, buitenlanders en van Brussel, maar hielden van de gratis zorg. Dat bracht hem op het idee om de rode bus uit te rusten met het logo van de National Health Service nhs en het cijfer 350 miljoen, het bedrag dat de Britten wekelijks aan de EU betalen. De Remainers waren ziedend, met name Labour dat zichzelf als de politieke vleugel van de nhs beschouwt. Zorgminister Jeremy Hunt dreigde Vote Leave aan te klagen. Cummings nodigde hem uit de bus persoonlijk in beslag te nemen.

Cummings zat op één lijn met zijn sceptische landgenoten, ook al woont hij zelf in het Noord-Londense Remain-land. Nadat Barack Obama de Britten tijdens een bezoek aan Londen had gewaarschuwd voor een Brexit hing er een grafstemming op de Brexit-burelen. Cummings bleef stoïcijns. ‘Dit heeft geen enkel effect’, riep hij. Hij kreeg meer dan gelijk. Obama’s woorden werkten eerder averechts. En toen de peilingen na de moord op Jo Cox naar Remain wezen, stelde hij zijn kompanen eveneens gerust. Volgens hem zei het vooral dat Brexiteers zich discreter uitten tegen de peilers.

Met genoegen zag Cummings hoe de eurogezinden tijdens de debatten persoonlijke aanvallen uitvoerden op Johnson. Ook dat zou averechts werken. Hij had Boris en diens collega’s de opdracht gegeven geen debat te voeren, maar de zendtijd te gebruiken om de boodschap – take back control – uitentreuren en gedisciplineerd te herhalen, hoe saai dat ook was. Blij was hij eveneens met Gove’s frontale aanval op ‘de experts’. De elite in Londen is geïnteresseerd in de meningen van deskundigen maar de rest van het land niet, was zijn stellige overtuiging.

Hij had een specifieke doelgroep voor ogen. Niet de zwevende kiezers waar Cameron zijn hoop op had gevestigd, maar de niet-stemmers. Zij hadden weinig achting voor de economische argumenten en de vraag hoe belangrijk de interne markt is voor de Britse economie. Zij hadden een heel andere invalshoek: de economische gevolgen van immigratie voor hun leven, voor hun koopkracht. Cummings had Canadese astrofysici ingehuurd die zich een weg wisten te banen door het woud van internetdata, zoals informatie over sociale media en surfgedrag, op zoek naar juist die kiezers.

Het verwijt dat de Brexiteers iets te lichtzinnig omgingen met de waarheid stoorde hem niet. Was het niet Von Bismarck die had gezegd dat mensen ‘nooit zoveel liegen als na de jacht, tijdens een oorlog of voor een verkiezing’? Door de campagne als een oorlog te beschouwen, en niet als een academisch debat, wist Cummings het ondenkbare te bereiken. In de referendumnacht hield deze bastaardzoon van Alastair Campbell en de meedogenloze intellectueel Ivan uit De gebroeders Karamazov een overwinningsrede waarbij hij, staande op de tafel, per ongeluk een gat in het plafond sloeg.

Sindsdien is weinig meer van hem vernomen.


Beeld: Credit Adam Ferguson / The New York Times / HH