Lamlendig

‘Alternatieve straffen behelzen vaak bezigheden die veel Nederlanders met plezier in hun vrije tijd verrichten’, schreef Herman Wigbold in De Groene van 4 januari. Op het gevaar af wegens ‘politieke correctheid’ gediskwalificeerd te worden, wil ik de heer Wigbold laten weten dat alternatieve straffen nu juist die mensen straffen die geen levensgeluk vinden in het schilderen van speeltuingebouwtjes.

De verwarring tussen ‘veel Nederlanders’ en 'alle Nederlanders’ komt vaker terug in Wigbolds artikel. Typerend is de zin: 'De overheid heeft de plicht (…) onvoorwaardelijk te kiezen voor de burgers. Pas als aan die voorwaarde is voldaan, kan er worden gekeken hoe de belangen van drugsgebruikers zo goed mogelijk kunnen worden behartigd.’ Hoeveel drugs moet iemand gebruiken om geen burger meer te zijn? De overheid heeft de plicht te kiezen voor alle burgers en niet voor het financieel belang van 'vele burgers’.
De groep van 'vele Nederlanders’ die er van houden om op zaterdagen speeltuinhuisjes te schilderen, is kennelijk de probleemloze groep waar iedereen toe bekeerd moet worden. De randgroepen vormen het probleem waar de overheid de 'humane’ taak heeft in te grijpen, zodat iedereen maar weer snel normaal kan worden. Als de (roomblanke?) dochters van 'normale’ mensen bijvoorbeeld aangesproken worden door mannen met seksuele behoeften, in contact komen met de marges van het 'normale’ leven dus, schijnt er een probleem te ontstaan. Ik begrijp ook wel dat dit een probleem kan zijn, maar waarom moet dat dan direct uitgeroeid worden? Misschien is het menselijker en haalbaarder om bijvoorbeeld onze dochters te leren te zeggen: 'Nee, dank u, daarvoor moet u bij die mevrouw daar zijn.’
De gedoogmentaliteit is niet het gevolg van tolerantie maar inderdaad van lamlendigheid. Maar is smachtend opzien naar de overheid niet ook een vorm van lamlendigheid?
Maastricht, JEROEN VAN DALEN