Lamlul, blafte zij

Ik heb altijd al uitstekende contacten met de dierenwereld gehad, maar dat ik in staat zou zijn ooit het hondengeblaf te liplezen, nee, dat heb ik nooit kunnen dromen.

Wilt u weten wat onze trouwe viervoeters van ons denken? Ben ik niet aan mijn gave verplicht hierover te zwijgen? Dit zijn de vragen die door mijn hoofd spoken als ik een poedel, dribbelend naast de bijbehorende gepensioneerde, ‘kankerlijer’ zie mompelen.
Geloof me, het is geen toeval dat de honden consequent midden op het trottoir schijten. Die beesten hebben doorgaans een gruwelijke hekel aan het baasje. Dus zij doen alles om hem in een moeilijk parket te brengen. Een huisdier is echter over het algemeen geen revolutionair. Zij lijken nog het meest op Indianen, die hun klassieke trots allang hebben verruild voor een fles Kentucky bourbon. Honden zijn nu eenmaal pootjesgevers - en dat zij daarbij 'lamlul’ of 'kutwijf’ grommen, verandert weinig aan het verschijnsel. Wie zichzelf verkoopt heeft geen recht tot klagen.
Het eerlijkst is daarom nog de verhouding tussen hoeren en hun schoothondjes. Een stukje dialoog:
'Vrouwtje moest wel pijpen om brokjes te kopen!’
'Zal ik vrouwtje dan maar even lekker likken?’
En dan is er nog de omgang van de blindengeleidehond en zijn slachtoffer. 'Kom, volg me, ik zal je wat laten zien’, belooft het dier - en sleept de stakker van de ene tentoonstelling naar de andere. Cynischer kan het niet.
Waarom ben ik zo onaardig en flauw? Om iedere eenzame ziel die troost bij zijn hondje zoekt, te waarschuwen. Liefde is te koop. Hou je niet langer voor de gek! Zet dat leugenachtige beest bij de vuilnisbak en vlieg af naar Thailand! Weg met die valse schaamte, je bent de eerste niet.